Houdt Sigrid Kaag zich aan de principes van D66-oprichter Hans van Mierlo?

Illustratie: Josien Beekers

Vorige week verscheen de politieke biografie ‘Een wonderbaarlijk politicus’ van de overleden D66-oprichter Hans van Mierlo. Leeft zijn democratische geest nog voort in het nieuwe verkiezingsprogramma van D66? Redacteur politiek en maatschappij Wessel Wierda vroeg het diens biograaf en NRC-columnist Hubert Smeets.

Medio jaren zestig maakten twee uitzonderlijke debutanten furore in Nederland. Voetballer Johan Cruijff loodste Ajax – na een seizoen met de laagste eindklassering ooit – naar de landstitel, terwijl politicus Hans van Mierlo met zijn nieuwe partij D’66 (een afkorting van Democraten 66 – voorheen met apostrof ertussen) maar liefst zeven zetels in de Tweede Kamer behaalde.

Parallellen zijn er in overvloed: de heren blonken uit in de retorica, brachten nieuwe inzichten in een verouderd systeem en hanteerden een (politieke) speelwijze geënt op samenwerking. Van Ajax is bekend dat de club zich halsstarrig vasthoudt aan de filosofie van Cruijff. Maar D66 kreeg de afgelopen jaren in de Kamer juist vaak het verwijt te verduren dat ze het gedachtegoed van hun oprichter verloochenen.

NRC-columnist Hubert Smeets – voorheen adjunct-hoofdredacteur van die krant, later hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer – dook voor zijn nieuwe biografie, Een wonderbaarlijk politicus, in het leven en de ideeën van Van Mierlo. Is D66 nog wel gecharmeerd van zijn gedachtegoed?

SP-Kamerlid Ronald van Raak vroeg minister Ollongren wat zij in de spiegel zag: ‘Een D66’er die haar ziel heeft verkocht?’

Het referendum als kroonjuweel

De kritiek concentreerde zich vooral rond de houding van de partij ten aanzien van het referendum. ‘’Ik sta hier de kroonjuwelen van D66 te verdedigen,’’ schertste PVV-Kamerlid Martin Bosma tijdens een Kamerdebat over bindende referenda in 2017. Kort daarvoor had D66’er Rob Jetten kenbaar gemaakt dat zijn partij geen voorstander is van volksraadplegingen over internationale verdragen – tot op de dag van vandaag het partijstandpunt.

Een jaar later bewerkstelligde de partij, onder aanvoering van minister Kajsa Ollongren, de afschaffing van het raadgevend referendum. SP-Kamerlid Ronald van Raak vroeg minister Ollongren wat zij in de spiegel zag: “Een D66’er die haar ziel heeft verkocht?”

Ook de partijleden in de Kamer kregen hoon over zich heen; ze zouden allemaal hun ‘principes laten varen’. Henk Krol verzocht geagiteerd ‘de echte D66’er’ om op te staan en Martin Bosma concludeerde acht jaar na dato dat ‘Hans van Mierlo vandaag pas écht wordt begraven’.

Is Van Mierlo’s partij dan steeds opportunistischer gaan denken over het referendum? “Nee,” zegt Smeets, “het is een misverstand dat D66 altijd voor een referendum is geweest. In het eerste verkiezingsprogramma van D’66 stond alleen dat er een onderzoek moest worden gedaan naar de mogelijkheden van een referendum. En als ergens ‘onderzoek’ naar wordt gedaan, betekent dat in Nederland vooral dat het op de lange baan geschoven wordt. Dat is meer regel dan uitzondering.”

Voorzichtig met referenda

Belangrijk in dat kader was ook de repliek van Jetten op de aantijging van Bosma in 2017. Volgens Jetten zou partijoprichter Hans van Mierlo in 1975 al tegen een volksraadpleging zijn geweest.

“Dat klopt,” zegt Smeets, “In de jaren zeventig kwam er in de Tweede Kamer een motie in stemming van toenmalig Kamerlid Erik Jurgens, waarin de mogelijkheid van een raadplegend referendum werd geopperd. Van de zeven D66-fractieleden in de Tweede Kamer stemden zes leden voor de motie en een lid tegen: Hans van Mierlo.”

“Ook was hij decennia later, in 2005, tegen het referendum over de Europese Grondwet,” vervolgt Smeets. “Het associatieverdrag met Oekraïne zou hij waarschijnlijk eveneens niet referendabel gevonden hebben.” Dat betekent echter niet dat Van Mierlo elk soort referendum bij voorbaat afschreef.

Om een revolutie te voorkomen wilde Van Mierlo een districtenstelsel invoeren, een gekozen burgemeester en premier, en de Eerste Kamer afschaffen

“Hij zou het eens zijn geweest met het huidige standpunt van D66: wel bindende referenda, maar niet over internationale verdagen. Bindend en dus niet consulterend – zodat het meer is dan een soort opiniepeiling op kosten van de staat,” zegt Smeets.

Bang voor de revolutie

Het standpunt van D66 over referenda strookt dus met de opvattingen van Van Mierlo, maar het roept wel een andere fundamentele vraag op. Als van Mierlo zulke strikte eisen stelt aan een referendum, was hij dan eigenlijk zelf wel zo’n baken van democratie – zoals de naam van zijn partij wel impliceert?

“Dat hangt ervan af welke definitie van ‘democratie’ je hanteert,” zegt Smeets. “Van Mierlo vond niet dat democratie hetzelfde was als de macht van de meerderheid – het principe dat bij referenda hoogtij viert. Sterker nog: hij vond het belangrijkste kenmerk van democratie dat een meerderheid een groot deel van de macht overlaat aan de minderheid.”

Wat Van Mierlo echter beslist niet was, zegt Smeets, is een revolutionair. “Hij was juist bang dat de revolutie zou uitbreken, als we niets zouden doen aan ons representatieve stelsel.” Dat komt allemaal samen in zijn gevleugelde uitspraak: ‘We moeten de revolutie maken, voordat de revolutie uitbreekt’.

Om een revolutie te voorkomen wilde hij vergaande staatkundige hervormingen doorvoeren, waaronder: een districtenstelsel, een gekozen burgemeester en premier, het afschaffen van de Eerste Kamer en bij landelijke verkiezingen twee stemmen voor de burger – één voor de uitvoerende macht, dus de minister-president, en één op de wetgevende macht van de Tweede Kamer.

“Van Mierlo was geïnspireerd geraakt door het Angelsaksische model,” licht Smeets toe. “Paradoxaal genoeg zien we nu, met de bestorming van het Capitool in de Verenigde Staten, tot wat voor chaotische taferelen dat systeem kan leiden. Van Mierlo zou als democraat niet gewild hebben dat de hulptroepen van Trump naar de Eerste Kamer zouden oprukken.”

‘Sigrid Kaag citeert bijna, misschien zonder het te weten, uit teksten van Van Mierlo’

Scepsis over partijen

Het gros van zijn plannen staat, direct of indirect, ook in het verkiezingsprogramma van D66; enkel het districtenstelsel ontbreekt volledig.  De partij wil bijvoorbeeld kiezers de ruimte geven om op een gehele partij te stemmen of op een individuele parlementariër; nu kan er louter op een parlementariër gestemd worden.

“Het idee daarachter is dat politieke partijen niet zo belangrijk zijn. En dat de burger de kans moet krijgen om mensen te kiezen, in plaats van politieke partijen. Dat is erg in lijn met de denkbeelden van Van Mierlo,” zegt Smeets. “In de 35 jaar dat Van Mierlo in de politiek heeft gezeten heeft hij altijd gezegd: de persoon is belangrijker dan de partij.”

Die scepsis over partijen kwam ook terug in de politieke benadering van D’66. Smeets: “In beginsel vonden Van Mierlo en de zijnen dat alle traditionele partijen vanuit een ideologisch vooringenomen standpunt keken naar maatschappelijke problemen. Van Mierlo wilde met zijn partij pragmatischer te werk gaan: kijken welke oplossing het meest geschikt en uitvoerbaar is, en bovendien door de meeste mensen gedragen wordt.”

Smeets ziet daarin veel overeenkomsten met Sigrid Kaag, de huidige partijleider van D66. “Evenals Van Mierlo hecht Kaag veel waarde aan de mentaliteit van de politiek en de houding waarmee volksvertegenwoordigers politiek bedrijven. Dat behelst volgens haar niet proberen om je ideologische punten te scoren wanneer het maar kan, maar openstaan voor de argumenten van anderen. Daarmee citeert Kaag bijna – misschien zonder het te weten – uit teksten van Van Mierlo.”

Met medewerking van Tahrim Ramdjan.

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!

mm