Een modeopleiding tijdens de coronacrisis: ‘Terug naar het ouderwetse vakmanschap’

Beeld: Rowen Lammers. Beeldredactie: Bibice Piets

De coronacrisis valt studenten zwaar. Ook op modeopleidingen, waarin techniek, praktijk en tastbaarheid essentieel zijn, is het behelpen. Toch zijn er ook voordelen. Redacteur Belinda Okoobo sprak twee medewerkers en een student.

De overgang naar online onderwijs verliep eigenlijk vrij makkelijk in de modewereld, vertelt Hoofd Fashion Design aan het Amsterdam Fashion Institute (AMFI) Peter Leferink. Grotendeels vanwege digitale leermiddelen die de afgelopen jaren al geïntroduceerd zijn. “We hadden de technologie en infrastructuur al in huis.” Op dit moment is de verhouding van het onderwijs 70 procent online en 30 procent offline.

Leferink vertelt dat een deel van de studie zich in de toekomst online zal blijven voortzetten. Het AMFI is onderdeel van de Hogeschool van Amsterdam, dat zich al twee jaar wil richten op blended learning – een hybride vorm van online en offline lesgeven. “Door de coronacrisis werd deze benadering ons opgedrongen, maar we zagen dat het voor bepaalde onderdelen werkt.”

Duurzaamheid

Hij voegt toe dat de verandering gepaard gaat met een verschuiving in de modewereld naar meer duurzaamheid.  “Vanwege klimaatverandering kunnen we het ons niet meer veroorloven om alleen maar studenten af te leveren die fysieke collecties maken. Daarbij krijgt technologie een prominentere rol, waardoor samples ook online gemaakt kunnen worden en er minder fysiek afval is van uitprobeersels van studenten.”

‘Studenten zagen op tegen thuiszitten, maar daar kwam wilskracht en ambitie voor terug’

Leferink ziet dat studenten intensiever gebruik maken van de digitale mogelijkheden binnen het vak, zo worden ‘avatars’ – computeranimaties van modellen – gebruikt om digitaal kleding te ontwerpen. “In eerste instantie zagen studenten op tegen het thuiszitten en wilden sommigen zelfs stoppen, maar vervolgens kwam daar veel wilskracht en ambitie voor terug. De eindexamenresultaten waren juist dit jaar heel goed.”

Ouderwets vakmanschap

De afwezigheid van fysieke lessen speelt daarbij een rol. “Vanwege de coronacrisis hebben studenten een grotere mate van vrijheid, die er weliswaar voor zorgt dat de kwaliteit van het onderwijs achteruit gaat, maar ook sterkere en persoonlijkere projecten teweeg brengt. Studenten doen nu van binnenuit inspiratie op.” Zo was er een student die de digitalisering beu was en een eindproject maakte met gebruik van traditionele machines en breitechnieken, een andere student ging zelf stoffen weven. “Mode wordt teruggebracht naar het ouderwetse vakmanschap.”

Toch ziet Leferink dat er onder studenten en docenten een gemis aan inspirerende ontmoetingen heerst. “Bovendien hebben studenten door het online onderwijs niet altijd de juiste technieken in huis. Daarnaast zijn er studenten die eenzaamheid ervaren.” Ook kiezen sommige leerlingen er voor om de studie op een later moment op te pakken.

De strenge eisen en hoge werkdruk die kenmerkend zijn voor modeopleidingen spelen hierin een rol – het is extra lastig voor studenten om daar in deze tijd aan te voldoen. Die eisen worden niet versoepeld, aldus Leferink, maar vanwege de coronacrisis wordt de klassieke vorm van modeonderwijs wel door het AMFI onder de loep genomen. “De toekomstige modeacademie zal beter aansluiten op de hedendaagse generatie. Het zal niet makkelijker worden, maar de begeleiding zal plaatsvinden op een intermenselijke manier, waarbij het ‘samen creëren’ zwaarder weegt dan het eindproduct.”

Huis-tuin-en-keuken

De coronacrisis raakt ook AMFI-student Design Ticci Idja op meerdere vlakken. “Creatief bezig zijn is lastig omdat je minder ervaart en dus ook minder inspiratie opdoet. Je bent gelimiteerd tot het internet, nu musea en bibliotheken dicht zijn.” Daarnaast is kleding ontwerpen erg technisch, zegt Idja. “Je raakt snel in de knoop. Voorheen kon ik naar een docent toestappen die mee kon kijken.” Volgens Idja is het moeilijk om dat gedeelte van de studie via online lessen te volgen.

Bovendien was tot een tijdje terug de school helemaal dicht, waardoor ze ook essentiële apparatuur miste. “Er is een groot verschil tussen een professionele naaimachine en een huis-tuin-en-keuken naaimachine.” Ook praktische zaken, zoals stoffen voelen en kopen zijn haast onmogelijk tijdens de lockdown – de winkels zijn immers dicht. Toch blijft ze positief. “We zijn gelukkig creatief genoeg om met tijdelijke oplossingen te komen.”

Idja benadrukt dat er veel ondersteuning is. “De belangrijke praktijklessen gaan door, met inachtneming van de anderhalve meter afstand. En sinds kort kan je weer naaien op de werkplaatsen.” Ze voegt toe dat er vanuit de docenten veel begrip is en dat de druk ietsjes verlaagd is.

‘Op school zit je samen de hele dag aan zo’n project. Nu zit je geïsoleerd thuis’

Geïsoleerd

Volgens de student is dit studiejaar een wereld van verschil met vorig jaar. “Op school zit je samen de hele dag aan zo’n project. Je ziet weinig vrienden en moet er veel voor opgeven. Maar je doet het wel samen. Nu zit je geïsoleerd thuis.” Dat is voor haar reden om delen van de studie op een later moment op te pakken. “Ik loop studievertraging op omdat het me gewoon niet lukt om mijn opdrachten goed te voltooien, en omdat de kwaliteit van het onderwijs verminderd is.”

Het AMFI is op de hoogte van het verminderde welzijn van een groep studenten, zegt Idja: “Er ging een mail rond waarin werd gezegd dat de docenten merkten dat het niet altijd goed ging met leerlingen. Mijn decaan heeft me goed op weg geholpen. Ze doen wat ze kunnen met de middelen die ze hebben.” Maar van Idja mag er vanuit de overheid of het AMFI wel erkenning zijn voor de verminderde kwaliteit en zou een compensatie op zijn plaats zijn. “Ik heb het gevoel dat de trein bij mijn studie net zo hard doorgaat als vroeger, dat voelt irreëel gezien de maatschappelijke toestanden.”

Volgens Nannet van der Kleijn, studieleider Fashion Design aan HKU (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht), heeft HKU van meet af aan geanticipeerd op de veranderingen die de coronacrisis met zich meebrengt. Door het bezoek van Minister van Engelshoven afgelopen juni, is vertrouwen ontstaan. “Bij dat bezoek vroegen wij of het mogelijk is om druppelsgewijs samen te komen in plaats van het voorgestelde plan van de overheid om de hbo’ers op bepaalde tijdstippen te laten reizen.” Het in- en uitdruppelen van studenten wordt gefaciliteerd door tijdvakken die studenten voor een werkplaats reserveren.

Van der Kleijn zegt dat de werkplaatsen altijd open zijn gebleven. Toch is de werkplaats breder dan de kunstacademie geworden. “Je moet alles zien als een werkplaats waarin je kan experimenteren.” Volgens Van der Kleijn keren sommige studenten hun huis binnenstebuiten. “Er zijn drie studenten die samen zijn gaan wonen in Rotterdam en daar nu een gemeenschappelijke werkplaats bemannen.” Daarbij merkt ze dat studenten nu spelen met dat wat voorhanden is. “Zo heeft een student een waanzinnig filmpje gemaakt waarbij hij zichzelf heeft neergezet tussen de bezems in de bezemkast.”

Live museum

De studieleider beschrijft de digitale meetings als een ‘live museum’. “Er zijn settings gemaakt waarin je als kijker live wordt meegenomen. Studenten werken samen. De een filmt, de ander zorgt voor het decor en anderen verplaatsen of overhandigen objecten.” Studenten komen zelf ook met creatieve oplossingen. “Er worden pakketjes met stoffen naar docenten gestuurd, zodat een digitale meeting alsnog tastbaar is. Het zijn geen mensen die bij de pakken neerzitten.”

Op momenten dat studenten minder lekker in hun vel zitten wordt er gebruik gemaakt van peer to peer ondersteuning. “We doen er alles aan om een ruimte te creëren waarbij studenten zich veilig voelen om te melden dat het minder goed met ze gaat.” Ook zegt Van der Kleijn dat er een groot ‘jammer-gevoel’ heerst bij vierdejaarsstudenten, die verlangen naar een eindshow waarbij je dicht op elkaar zit en elkaar moet opmaken. “We gaan het niet uitstellen, we merkten dat dat niet werkt, en we willen geen valse verwachtingen scheppen.”

Volgens Van der Kleijn wil het merendeel van studenten daarbij liever afronden dan uitstellen. “De wereld draait door. Als je kan laten zien hoe je met deze veranderingen bent omgegaan met behoud van creativiteit, is dat een pré.”

Met medewerking van Juliët Boogaard.


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!