Afrikaanse jongeren in de diaspora strijden tegen onrecht in hun land van herkomst

Illustratie: Inge Spoelstra

In verschillende Afrikaanse landen is een golf van opstanden bezig, geleid door plaatselijke jongeren. Hoe kijken Afrikaanse jongeren uit de diaspora aan tegen onrechtvaardigheden in hun land van herkomst, op welke manier protesteren zij en waar lopen zij tegenaan? Drie jongeren doen hun verhaal aan redacteur Belinda Okoobo.

Austin Osawe (22), emigreerde op twaalfjarige leeftijd vanuit Nigeria

De 22-jarige Austin Osawe emigreerde op twaalfjarige leeftijd vanuit Nigeria naar Nederland. Hij vertelt over de aanhoudende protesten tegen de Nigeriaanse politie-eenheid SARS (Special Anti-Robbery Squad). Volgens Austin is SARS niet nieuw. Hij reisde als kind vaak met zijn moeder in streekbussen door het land. “Tijdens een van die reizen heeft de chauffeur wel drie keer de politie moeten omkopen om verder te mogen reizen.”

Austin, die in Nigeria zes keer is overvallen, vertelt dat hij eerder bang is om staande gehouden dan overvallen te worden. Toch was opgroeien in Nigeria voor hem ‘magisch’. “In Nederland heb ik een zorgverzekering, maar in Nigeria voel ik me tenminste niet anders dan de rest.”

Beelden op sociale media en gesprekken met familie deden Austin inzien dat de problemen rondom SARS de laatste jaren zijn verergerd. SARS werd in 1992 opgericht om criminaliteit tegen te gaan. De eenheid wordt in verband gebracht met illegale aanhoudingen, moorden en verkrachtingen. Burgers worden onterecht als crimineel aangemerkt op basis van uiterlijke kenmerken.

Mensen worden zelfs aangehouden omdat ze dreadlocks hebben

Austin: “Mensen worden zelfs aangehouden omdat ze dreadlocks hebben. Als ze daartegen protesteren moeten ze dat met de dood bekopen.” Austin kon zijn ogen niet meer sluiten. “Het raakt een gevoelige snaar, omdat ik zelf nog familie in Nigeria heb. Zoiets kan hen ook overkomen.” Hij besloot sociale media te gebruiken om de berichtgeving rondom SARS te verspreiden. “Hoewel sociale media ongezond kan zijn is het tegelijkertijd een middel om mee te strijden, ik krijg veel berichten van mensen die uitleg willen over SARS.”

Toch voelt hij zich soms machteloos. “Als ik in Nigeria was geweest zou ik de straten op zijn gegaan, maar mensen in de diaspora moeten accepteren dat we soms alleen een bericht kunnen delen.” Austin voegt toe dat hij zelf geen activist zou kunnen zijn. “Tijdens de Black Lives Matter protesten gierden er allerlei emoties door mijn lijf heen, zoiets kan ik niet regelmatig aan.”

Hij denkt dat hij door het creëren van kunst dezelfde boodschap kan uitdragen als een activist. Binnenkort reist hij naar Nigeria om inspiratie op te doen. Dit is voor Austin van essentieel belang, omdat hij merkt dat bepaalde culturele ontwikkelingen hem zijn ontgaan. “Als ik een paar mensen kan inspireren en zij ook een paar mensen kunnen inspireren, kunnen we ervoor zorgen dat de volgende generatie deze strijd niet hoeft aan te gaan.”

Foto Dion Bal | Beeldredacteur Bibice Piets

Cleopatra* (20), vluchtte op driejarige leeftijd uit Eritrea

“Eritrea is het Noord-Korea van Afrika,” zegt Cleopatra* als ze vertelt over de Eritrese dienstplicht, die voor onbepaalde tijd ingaat vanaf de 18e verjaardag. Cleopatra (20) is op driejarige leeftijd samen met haar moeder en broertje vanuit Eritrea naar Engeland gevlucht. Daar woont ze nog steeds. “Mijn moeder nam, als onderdeel van de dienstplicht, gedwongen deel aan een militair kamp, waarin er aan de lopende band martelingen en verkrachtingen plaatsvonden.”

Ook is de persvrijheid nagenoeg nihil. “Het buitenland weet niet wat er in Eritrea gebeurt en andersom, kritiek op de overheid is een doodzonde.” Cleopatra’s moeder wilde niet dat haar kinderen hetzelfde lot zou beschoren. Ze koos ervoor om te vluchten en moest haar man achterlaten – mannen hadden in die tijd een reisbeperking.

Aanvankelijk leed het gezin in Engeland een ‘ellendig bestaan’, vertelt Cleopatra. “We waren dakloos, er was een taalbarrière en we kregen te maken met racisme.” Daarbovenop raakte het gezin vervreemd van Eritrea, omdat het thuisfront weinig communicatiemiddelen bezat.

In Eritrea noemen ze ons ‘belas’, een zomervrucht, omdat wij na de zomervakantie vertrekken

Maar toen Cleopatra drie jaar geleden terugkeerde naar Eritrea, werd ze geconfronteerd met de verschillen tussen haar realiteit en die van een jeugdvriendin. “Terwijl ik mij zorgen maakte om mijn studiekeuze, maakte mijn vriendin de keuze om de dienstplicht te omzeilen door te trouwen.” Vanwege deze verschillen heerst er in Eritrea vijandigheid tegen jongeren uit de diaspora. “Ze noemen ons ‘belas’, een zomervrucht, omdat wij na de zomervakantie vertrekken.”

Tijdens deze vakantie documenteerde Cleopatra de ervaringen van Eritrese vrouwen. “Ik had geheime afspraken in cafés en in de bergen. Ik sprak bijvoorbeeld met een guerrillavechter die voor het Eritrese regime tijdens de oorlog vallen heeft neergezet.”

Na haar vakantie werd Cleopatra ongevoelig voor westerse problematiek, ze kon niet meer genieten van haar privileges zoals voorheen. “Ik voelde me te schuldig om uit te gaan.”

Ze besloot op afstand te strijden voor Eritrea. Momenteel is ze haar documentatie aan het bundelen in een boek, die onder het pseudoniem Winta Estefanos gepubliceerd zal worden. Ook werd ze lid van ‘A Tribe Named Athari’, een jongerenbeweging in het Verenigd Koninkrijk die betrokken is bij Afrikaanse aangelegenheden.

Toch is Cleopatra waakzaam over haar activisme. Eritrese jongeren zouden volgens haar gescout worden door het Eritrese regime om jongeren in de diaspora te bespioneren. “Als het regime woord krijgt dat ik met mijn activisme hun indoctrinatie ondermijn, zou dat mij mijn familie in Eritrea kunnen kosten.” Ze voegt toe dat de mogelijke indoctrinatie van Eritrese burgers het enige is dat haar activisme kan tegenhouden. “Activisme heeft geen nut als de lokale bevolking de onrechtvaardigheid niet inziet.”

*Cleopatra is een gefingeerde naam, omdat ze bang is voor consequenties van haar uitspraken. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

Illustratie Inge Spoelstra

Benjamin Mwamba (23), is nog nooit in Congo geweest, waar zijn roots liggen

“Mijn omgeving was vooral wit, na de middelbare school had ik de behoefte meer zwarte mensen te ontmoeten en mijn roots te onderzoeken.” Benjamin Mwamba (23) is van Congolese afkomst en geboren in Duitsland. Hij heeft nog niet de kans gehad om zijn vaderland te bezoeken, en vertelt dat hij tot voor kort weinig kennis had over zijn Congolese achtergrond.

Ook hij gebruikt sociale media om in contact te komen met mensen waarmee hij zich kan identificeren. Soms moet hij wel een uur rijden om ze te ontmoeten. Benjamin kwam er kort geleden achter dat zijn landgenoten onderdrukt worden door de Congolese overheid en westerse mogendheden.

“Congo feeds the world,” zegt hij, terwijl hij vertelt over de technologische ontwikkelingen in het westen die door Congolese grondstoffen gevoed worden – denk aan onderdelen van een smartphone. “Wetende dat ik privileges heb, vind ik het belangrijk om mij uit te spreken voor mijn ‘broers en zussen’ die de gevolgen van deze crisis ondervinden.”

Tijdens de lockdown startte Benjamin de podcast ‘Kinboytalks’, waarin hij zijn bevindingen deelt. “Ik richt me op het onrecht in Congo, maar ook op sociale constructen die geworteld zijn in onze cultuur, zoals het patriarchaat, homofobie en seksisme.” Ook hij moest zichzelf bevrijden van zijn geïnternaliseerde seksisme, zegt hij. “Vroeger schroomde ik niet om te ‘slutshamen’.”

Hij denkt dat  een grote groep mensen nog niet klaar is voor deze discussie. Toch ontvangt hij geregeld positieve reacties. “Laatst vertelde iemand dat mijn podcast hem heeft aangespoord een boek te schrijven. Daar doe ik het voor.” Het enige waar Benjamin tegen aanloopt, is dat hij bang is hypocriet over te komen. “Ik wil niet de goede Samaritaan uit de diaspora zijn, die vertelt wat voor onrecht zich afspeelt, maar er in werkelijkheid geen kaas van gegeten heeft.”

Foto Wesley Verhoeve | Beeldredactie Bibice Piets

Met medewerking van Juliët Boogaard.


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!