Bestuursvoorzitter UvA: “Ga de deur uit, zoek elkaar op!

Illustratie: Inge Spoelstra

Sinds maart zitten studenten meer achter hun laptopscherm dan in de collegezalen. Reden genoeg om het belang van fysiek onderwijs aan de kaak te stellen. Op maandagavond 9 november ging Geert ten Dam, bestuursvoorzitter van de Universiteit van Amsterdam, in cultureel centrum De Balie het gesprek aan met programmamaker Tim Wagemakers.

“Het programma begint rond 19:30”, staat er op het beginscherm van de livestream. Door de verscherpte maatregelen vindt de interviewserie Open Kaart ditmaal ironisch genoeg online plaats. UvA-bestuursvoorzitter Geert Ten Dam en presentator Tim Wagemakers verschijnen in beeld. Ze zitten ruim uit elkaar aan een ovale tafel. Ten Dam staat momenteel voor een lastige taak als bestuursvoorzitter. Zorgen over de kwaliteit van het onderwijs, steeds veranderende coronamaatregelen en psychische problematiek bij studenten zijn aan de orde van de dag. “Ik vind het niet de meest leuke periode, en dat is een understatement.”

Eenzame studenten

“Hoe staat het er op dit moment voor met het onderwijs?” Met deze vraag trapt Wagemakers het gesprek af. Ten Dam erkent direct dat de kwaliteit van het hoger onderwijs achteruit is gegaan de laatste maanden. “Je liegt als je zegt dat de kwaliteit exact hetzelfde is gebleven.” De studenten die Wagemaker ter voorbereiding van de bijeenkomst sprak, vroegen zich juist daarom af waarom het collegegeld niet is verlaagd. De bestuursvoorzitter geeft toe dat 2100 euro collegegeld “heel veel” is, maar het is volgens Ten Dam ook slechts een fractie van wat een opleiding kost. “Daarnaast wordt het collegegeld vanuit de overheid bepaald, daar kunnen wij echt niks aan doen.”

Dat studenten vereenzamen op hun kamer, daar maak ik mij zorgen om.

Ten Dam verlegt vervolgens de focus naar wat de UvA volgens haar wél kan betekenen, bijvoorbeeld proberen toezicht te houden op de 40.000 studenten. “Maar een aantal dingen gaat nog steeds niet goed genoeg.” Dat laatste is duidelijk. Uit een gezamenlijk onderzoeksrapport van vier Nederlandse universiteiten blijkt namelijk dat de geestelijke gezondheid van studenten sinds de corona-uitbraak is verslechterd. Wanneer de bestuursvoorzitter hiermee geconfronteerd wordt, reageert ze bedroefd. “Dat studenten vereenzamen op hun kamer, daar maak ik mij zorgen om. Maar ook dat zij de band met hun studie en studiegenoten verliezen.”

Tegenstrijdig advies

Vragen uit de zaal konden ditmaal via een online tool gesteld worden. Een van de kijkers vraagt zich af hoe studenten in hun alledaagse leven om kunnen gaan met die sombere gevoelens. Eerder in het gesprek noemde Ten Dam al verschillende beschikbare kanalen als de eigen docenten, studieadviseurs en studentenpsychologen.

De bestuursvoorzitter, inmiddels met de armen over elkaar, antwoordt op een nadrukkelijke toon: “Ga alsjeblieft de deur uit, zoek elkaar op. Doe dat buiten, je kan ook wandelen met mensen.” Dit advies van Ten Dam gaat, misschien onbedoeld, recht in tegen het advies van het RIVM. Eerder zei ze net zo stellig dat de richtlijnen binnen de muren van de UvA volledig gerespecteerd worden. “Daar is geen enkele discussie over mogelijk.”

Du moment dat het weer kan, is de RAI voor ons beschikbaar.

De aangescherpte richtlijnen hebben veel initiële plannen van Ten Dam op de schop gegooid. Een kijker vroeg zich bijvoorbeeld af waarom de UvA geen externe locaties als Carré gebruikt om colleges in te geven. “Het zit hem niet in Carré, we gebruiken al andere zalen zoals ons universitair sportcentrum”, benadrukt de bestuursvoorzitter. Ten Dam vertelt dat de universiteit een hele rij afspraken heeft met de RAI, die ze alleen nog maar hoeven “af te tikken.” Als de situatie het toelaat, kan de universiteit groots opschalen. “Du moment dat het weer kan, ook qua grote vervoersbewegingen, is de RAI voor ons beschikbaar.”

Positieve vooruitzichten

Op dit moment zijn er bovenop een beperking in vervoersbewegingen, nog andere redenen die een terugkeer naar fysiek onderwijs tegenwerken. “Elke groep heeft studenten die geen fysiek onderwijs kunnen of willen volgen.” Voor docenten geldt hetzelfde volgens de bestuursvoorzitter. Ten Dam haalt een paar voorbeelden aan zoals buitenlandse studenten die terug moesten keren naar hun thuisland of docenten die kwetsbare familieleden hebben. 

Als we de bestuursvoorzitter mogen geloven, komen er betere tijden aan voor de UvA studenten. Zo hebben studenten binnenkort de mogelijkheid werkgroepruimtes te reserveren om aan groepsprojecten te werken. “We hebben daarvoor nu ook toezicht geregeld.” Daarnaast maakt de UvA momenteel een slag naar een hybride vorm van onderwijs. Dat wil zeggen een gedeelte van de studenten in de zaal en een gedeelte op Zoom. “We zijn daarmee aan het experimenteren en schaffen apparatuur aan.” Hierbij is het streefdoel “dat elke student in het tweede semester, als het kan binnen de gezondheidsgrenzen, eigenlijk één keer per week een face-to-face contact heeft op de campus.” Dat lijkt volgens Ten Dam een klein doel, maar het is een grote uitdaging.

Met medewerking van Patrick Karg.