Ieder boek zou over eten moeten gaan

Lotte Schuengel Illustratie door Lotte Schuengel

Deze herfst haalt boekenredacteur Charlotte Remarque veel voldoening uit de smeuïge eetpassages in de literatuur. Als ze goed geschreven zijn, zijn deze namelijk net zo hongerstillend als een maaltijd. 

In de zomer neem ik genoegen met af een toe een stuk fruit, een waterijsje of een glas Spa Rood. Maar de temperatuur daalt, en de bomen in mijn nette woonwijk zijn knalgeel geworden en daarna zachtrood, blozend uit schaamte voor zoveel uitbundigheid. Kortom, het is herfst, en dan heb ik de hele dag vreselijke honger. Maar onafgebroken dooreten mag een fatsoenlijk mens niet, dus stil ik mijn honger met boeken over eten.

‘Een hapje’

De kunst van het schrijven zit hem, denk ik, in de kunst van het eten. Iemand die weet wat lekker is, en het nog kan opschrijven ook, is een groot schrijver. Ik vind het jammer om het te moeten zeggen, maar in veel romans wordt eten met een totale onverschilligheid in de hoek geschoven. Dan schrijft iemand bijvoorbeeld: “Juliette en ik gingen een hapje eten. Ze had een zwarte jurk aan en geen beha.”

Een hapje?! Maar wat dan? Drie gangen? Of een simpel cafégerecht, zoals een stoofpotje met frites? Geen tapas, denk ik, tapas zijn al jaren uit zwang. Juliette is een flitsende vrouw, zij zou denk ik Udon eten, met zeewier, en gloeiend hete tempura die in je mond smelt. Zou hij een garnaal jatten uit haar kom, zou zij het pittig lusten of juist zacht, zou ze lachen met een mond vol noedels? Niets van dat alles. De jurk krijgt nog een paar zinnen, maar het menu blijft verder onbesproken. Waar zijn in dit soort boeken toch de gefrituurde appelflapjes van Laura Ingalls Wilder, de romige aardappelpuree van Nora Ephron, of de knapperige borrelhapjes van Jonathan Franzen te vinden?

Eten is leven

Dan zelf maar iets maken. Ik heb een madeleinevorm gekocht. Om madeleines te maken klop je eieren en suiker tot een luchtig schuim, giet je er gesmolten boter met honing en melk bij, en roer je daar schepje voor schepje bloem en bakpoeder en citroenrasp door. Dan vul je met een lepel de schelpvormige kuiltjes. Het ziet er niet uit, maar na tien minuten in de oven lijken de cakejes hun longen te vullen. Ze bollen en worden goudbruin, alsof ze weten hoe een madeleine eruit hoort te zien. Scheikunde? Nee, poëzie. 

Wat ik maar bedoel te zeggen: eten is leven, en schrijven over eten is het dichtst dat je kunt komen bij schrijven over leven. De enige reden dat we het voltallige oeuvre van die langdradige Proust nog steeds lezen is dan ook omdat hij met zijn madeleines zo goed wist te vangen wat lekker eten met je doet: het zuigt je herinneringen op en geeft kleur aan het bestaan.

Met medewerking van Emma Verbree.

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!