Ultra Mono raakt verdwaald in platitudes

Illustratie: Lotte Schuengel Illustratie: Lotte Schuengel

Hoe vaker Idles schreeuwt om eenheid, hoe verder de band verdwijnt in een eigen hoekje, schrijft muziekrecensent Bram Emmer. Met het nieuwe album Ultra Mono mist de band de kans om de boodschap op een interessante manier te verkondigen.

Op Lowlands 2019 speelde Idles de India-tent compleet aan gort. De band uit Bristol brak dat jaar door met een tweede album, met de pakkende titel Joy As an Act of Resistance. Ze maakten korte metten met toxic masculinity, homofobie (‘I put homophobes in coffins’)  en natuurlijk zoals het echte punkers betaamt met het systeem als onderdrukkend geheel. Een lieve boodschap van eenheid en samenkomen, live gebracht met een energie en intensiteit die op de neutrale luisteraar niet bepaald lief over zou komen.

Idles bevond zich vanaf het begin op glad ijs, wat de band deels over zichzelf afgeroepen leek te hebben door zich in de gevoelige debatten van de dag te mengen. Vormde de band een belangrijke stem die de problemen en misstanden van de tijd over wist te brengen? Met gitaarmuziek nog wel! Of was hun extravagante politieke houding juist een schoolvoorbeeld van ‘virtue signalling’? Vorig jaar werd Idles door Sleaford Mods-zanger Jason Williamson al beschuldigd van het toe-eigenen van een onderklasse-stem (class appropriation). Terecht, misschien, of gewoon gezeur. Wat waar is, hangt af van het scepticisme van de luisteraar.

Hoe vaker Idles schreeuwt om eenheid, hoe verder de band verdwijnt in een eigen hoekje

Oninteressant en voorspelbaar

Helaas wordt sceptisch zijn juist diezelfde luisteraar steeds makkelijker gemaakt. Het nieuwe album Ultra Mono raakt verdwaald in de platitudes en het stadiongezang. Hoe vaker Idles schreeuwt om eenheid, hoe verder de band verdwijnt in een eigen hoekje. Het is niet dat ze oneerlijk overkomen, maar eerder dat de breedte van hun statements geen ruimte geeft aan particuliere ervaringen die eraan ten grondslag liggen. Zo wordt het gauw oninteressant en voorspelbaar.

Ultra Mono begint nog redelijk. ‘War’ is een harde, gepassioneerde opener. Het is alleen jammer van de tekst, die ik hier ter illustratie met enige moeite heb uitgetypt: ‘Wa-ching, That’s the sound of the sword going in / Clack-clack, clack-a-clang clang / That’s the sound of the gun going bang-bang / Tukka-tuk, tuk, tuk, tuk-tukka’.

Snowflakes

De lead single ‘Grounds’ is een zorgvuldig simplistische banger. Hij valt zwaar, met een elektronische dalende arpeggio, en gecontroleerd gitaarspel dat ieder moment die controle compleet lijkt te willen verliezen. De tekstuele inhoud hoef ik eigenlijk niet eens meer te verklappen, maar de zin ‘I raise my pink fist and say that black is beautiful’ zegt in elk geval genoeg. ‘I am I / Unify!’ raast het. ‘Anxiety’ is speels en grof, en wanneer ironisch opgevat een vrij komisch commentaar op een ander geliefd Idles-doelwit: de beruchte snowflakes. ‘I’ve got anxiety / It has got the best of me / Satisfaction guaranteed’, klinkt het over een toepasselijk springerige instrumentatie.

Het is bij Idles gemakkelijk om het vooral over de context en de songteksten te hebben, niet alleen vanwege de uitdrukkelijke politiek die om de band heen hangt, maar ook vanwege de monotone invulling van hun instrumentatie. Op Ultra Mono grijpen slechts enkele gitaarriffs, drumpartijen of basloopjes je bij de keel, terwijl de teksten juist ultra-direct binnen horen te komen. Hier missen ze de kans om hun boodschap op een interessante manier te verkondigen.

Een voorbeeld van een track die dat wel doet is ‘Model Village’, een strakke, minimalistische punktrack die ook melodisch interessant is. Tekstueel, daar blijft nou eenmaal de focus, drijft frontman Joe Talbot de spot met de witte, rechtse elite en hun geprivilegieerde samenzijn. ‘Model car, model wife, model village. Model far, model right, model village’, zingt hij in een opsomming die creatiever en origineler is dan de meeste andere tracks.

Uitgewerkte platitudes

Maar dan zijn de singles op. De stadionknallers zijn gespeeld, en de tweede helft van het album word je als luisteraar vooral geacht om de minder goed gevormde ideeën uit te zitten. Op het langzamere ‘A Hymn’ toont Talbot zich nog kort van een kwetsbaardere kant, met het ‘I want to be loved / everybody does’-refrein, maar zelfs daar staat de slogan uiteindelijk in de weg van de inhoud.

Als Idles volgend jaar weer op tour gaat – en laten we hopen dat corona dat toelaat – spelen ze ongetwijfeld weer alle zalen aan gort. Aan live energie en overtuiging zal het ze niet ontbreken. Een album als Ultra Mono is alleen vrij oninteressant, juist als opvolger van hun eerdere, sterke werk. De platitudes zijn uitgewerkt, en worden alsmaar leger. Dan blijft er muzikaal ook echt niet zo veel meer over. Het is te hopen dat Idles snel een stem kan vinden die echt van henzelf is.

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!

Bram Emmer
Latest posts by Bram Emmer (see all)