Hoe een vader zes jongeren aan het lezen kreeg

Beeld door Lotte Schuengel

De afgelopen weken is ontlezing onder jongeren uitgebreid in het nieuws geweest. Waar valt deze ontlezing toch aan te wijten? Redacteur Charlotte Remarque recenseert één van de vele pogingen tot een oplossing. “Er is meer dan genoeg hoop voor de jeugd.”

Ontlezing onder jongeren is de afgelopen weken groots in de aandacht geweest, in het kader van de jongeren- en kinderboekenweken. Deze week behandelde Arjen Lubach dit veelbesproken onderwerp bijvoorbeeld ook in Zondag met Lubach. Hij weet de ontlezing deels aan de inrichting van het Nederlands Onderwijs: er wordt te veel aandacht besteed aan “leesvaardigheid”, betoogde hij, en te weinig aan literatuur.

Dat vindt Bas Steman ook. Steman besloot in 2015 een boekenclub op te richten, samen met zijn puberzoon en vijf andere jongens. In Lekker boekie, deze maand verschenen, volgen we de jongensleesclub genaamd Nescio van de eerste ontmoeting tot aan het literatuurmondeling. Ze lezen van Karel ende Elegast tot aan Blauwe maandagen, en leren gaandeweg thema’s, tijdsbeelden en stijlfiguren herkennen. Steman beschrijft hoe de jongens, aan het begin nog typische slome tieners, tot zijn grote verbazing veranderen in liefhebbers van literatuur. Ze worden niet alleen gretige lezers, maar ook betere vrienden dan ooit. Het zou ongeloofwaardig zijn als het niet echt was gebeurd. 

Stemans verslag deed mij af en toe met de ogen rollen. Het feit dat hij zichzelf herhaaldelijk vergelijkt met legendarische docent John Keating die door Robin Williams werd gespeeld in Dead Poets Society (“O Captain! My Captain!”) is tot daar aan toe. Erger nog vond ik de tenenkrommende dialogen, een neveneffect van een poging om van een onderwijsboek een schelmenroman te maken (“Zo, netjes Semmie, zitten er toch hersens in je kop!”). Dit alles gezegd hebbende: aan het einde van het verhaal was ik toch geroerd. De jongens van leesclub Nescio komen één voor één langs bij hun oppertitaan, om hun mondeling nog een laatste keer te oefenen. Maar eigenlijk ook om te laten zien wie ze zijn geworden: een soort mannen.  

Met dit verhaal over jongens die vrijwillig en met plezier lezen positioneert Bas Steman zich in het debat dat is ontstaan rondom leesbevordering, het debat waar Lubach zijn stem ook in mengde. Vorige maand schreef filosoof Stine Jensen in het NRC dat “leesplezier” niet het hoogste doel moest zijn bij literatuuronderwijs. Een nogal zuur betoog is het, waarin ze nog nét niet het archaïsche onderscheid maakt tussen literatuur en lectuur. “Ik wil bovendien niet dat kinderen lezen omdat het ‘leuk’ is,” schrijft Jensen, “mijn ambitie ligt hoger.” Zij pleit voor het boek als plicht en als straf – leren zul je, omdat je er niet onderuit kan. Literatuur is als levertraan en suiker is voor mietjes. Gezellig.

Hoewel ik niet geloof dat ieder groepje jongens voor zoiets te porren zou zijn, werkt het optimisme van Steman en zijn titaantjes aanstekelijker dan het ouderwetse snobisme van Jensen. Nee, lezen zal nooit meer in zwang raken zoals het vroeger was. En als er al een tiener is die Lekker boekie oppakt, dan zal hij de jongens van de leesclub waarschijnlijk kneusjes vinden. Maar Lekker boekie is in de eerste plaats een peper in de reet van iedere ouder en onderwijzer die het inmiddels al had opgegeven. “Ik ga niet mee in het defaitisme dat het de jeugd niet boeit,” schrijft Steman. “Interesse kun je wekken!”

Dat is de gezondste houding die ik tot nu toe tegen ben gekomen in het ontlezingsdebat. Als het écht zo gegaan is met die jongensleesclub Nescio, dan is er meer dan genoeg hoop voor de jeugd. 

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!