Kijken we door het coronavirus minder snel naar elkaar om?

Na een aantal keer te hebben ervaren hoe mensen in nood niet geholpen worden door omstanders, vraagt redacteur Iris ten Have zich af of coronamaatregelen mensen killer en minder behulpzaam maken. Versterkt COVID-19 de theorie van het omstanderseffect?

Een paar weken terug wilde ik de tram pakken in Brussel, de stad waar ik sinds de quarantaine verblijf. Bij het instappen wachtte ik tot een dame op leeftijd was uitgestapt. Ze raakte met haar caddy klem bij de deur van de volle tram en het duurde even voor de gedachte bij me opkwam om haar te helpen. Ik keek mijn vriendin Clara aan en zag dat zij precies hetzelfde dacht. “Uhh,” zei ik, en Clara antwoorde; “uhh.” Toen we onze blik weer naar de vrouw richtten was het al te laat. Ze had zichzelf gered.

Om me van het schuldgevoel te verlossen begon ik met Clara een gesprek over het helpen van vreemden in het openbaar en we besloten dat ons getwijfel te wijten was aan corona. “Ik wist niet of ik haar moest helpen en of ze dat wel wilde, door corona. Ik bedoel, misschien had ze juist afstand gewild van ons.”

De theorie over het omstanderseffect verklaart eigenlijk precies waarom ik de oude vrouw met de caddy niet hielp de tram uit te stappen. Deze theorie is ontstaan na een experiment van Bibbi Latané en John Darley in 1968, en gaat van het volgende uit: hoe groter de groep mensen die omstander is van een ongeluk of misdrijf, hoe kleiner de kans dat iemand de persoon in nood te hulp schiet. Waarom? Omdat we verwachten dat iemand anders de verantwoordelijkheid wel zal nemen om het slachtoffer te helpen.

Geen hulp bij bagageband

Ik moet denken aan een ervaring van mijn jongere zus, die we een paar weken terug overstuur en verontwaardigd ophaalden van het vliegveld. Bij de bagageband van Zaventem kwam haar grote koffer haar halfopen tegemoet. Waarschijnlijk was deze op verboden inhoud gecheckt en vervolgens niet goed afgesloten. Als volgt zag ze hoe de inhoud van haar koffer zich langzaam maar zeker over de band en de vloer verspreidde. Terwijl ze de band met andere koffers niet uit het oog probeerde te verliezen raapte ze alles zo snel mogelijk bij elkaar. Niemand van haar medepassagiers stak een hand uit bij het opruimen. Na een paar idyllische maanden in het buitenland was dit allesbehalve een warm welkom terug in de stad van ons ouderlijk huis.

De scène vormde zich in mijn verbeelding en ik voelde woede opborrelen over de onverschilligheid van de mensen die rustig toekeken terwijl mijn zus de schade veroorzaakt door een fout van een vliegveldmedewerker in toom probeerde te houden.  

Had ik haar, als vreemde, dan wel geholpen?

Niet lang daarna vroeg ik me het volgende af: had ik haar, als vreemde, dan wel geholpen? De kans bestond wellicht dat ik ook mijn blik had afgewend in de veronderstelling dat dat meisje het wel in haar eentje zou redden, of dat iemand anders zijn handen wel voor haar uit de mouwen zou steken. In de veronderstelling dat het normaal was om afstand van haar te houden in tijden van corona, want wie weet was ze wel besmet. Flauw zeg.

Mythe

Omdat ik de goedheid van de mens in dit stuk in twijfel trek, kan ik niet anders dan Rutger Bregman erbij betrekken. Bregman wijdt een hoofdstuk aan het omstanderseffect in zijn boek De meeste mensen deugen en omschrijft het effect als volgt: “Soms zijn we bang om het verkeerde te doen en doen we niets uit angst voor het oordeel van anderen.”

Volgens Bregman is het omstanderseffect een mythe, ontstaan door de specifieke omstandigheden van het experiment. Bij Latané en Darley konden de omstanders elkaar namelijk niet zien. In het echte leven, als er sprake is van een levensgevaarlijke situatie waar de omstanders met elkaar kunnen communiceren, is er juist sprake van een omgekeerd omstanderseffect, aldus Bregman. Hij verwijst naar een Deense wetenschapper in de sociale psychologie, Marie Lundegaard. Zij concludeerde via een analyse van camerabeelden in steden dat mensen elkaar in negentig procent van de gevallen wél helpen.

Ik betwijfel of het omstanderseffect wel echt een mythe is, zoals Bregman suggereert. Ook al waren mijn belevenissen niet levensgevaarlijk, het was duidelijk dat hulp meer dan welkom was geweest. Meerdere mensen stonden letterlijk rondom het probleem zonder actie te ondernemen.

Coronasnauwen

Misschien hebben de situaties minder met het omstanderseffect te maken, maar meer met corona zelf. Zoals Rachida Issaoui het virus in de lezerscolumn van de Metro vergelijkt met een onvriendelijke oude dame, die geen handen wil schudden en vies is van sociaal contact, vergroot ik deze onvriendelijkheid naar breder dan het virus zelf . Ik denk dat de onvriendelijkheid veroorzaakt door corona zich doortrekt tot sociaal gedrag in de samenleving. Corona maakt ons onvriendelijker, vooral naar vreemden toe. In de Albert Heijn snauwde een vrouw onlangs nog dat ik afstand van haar moest houden, terwijl ik haar probeerde te helpen het hekje te openen. Ik droeg nota bene een mondkapje. Door de maatregelen gaan we schuchter met vreemden om, uit angst dat zij ons misschien zullen besmetten. De vreemde is nog meer van ons vervreemd omdat hij potentieel bedreigend is voor onze gezondheid.

De vreemde is nog meer van ons vervreemd omdat hij potentieel bedreigend is voor onze gezondheid

Tyler, directeur van het Centrum voor angstgenezing en -studie aan de Perelman School voor Geneeskunde van de University of Pennsylvania, en Saltz, klinisch assistent-professor psychiatrie van het New Yorks Presbyteriaanse Ziekenhuis, stellen dat het virus ons niet onvriendelijker maakt, maar dat we door het virus sneller geïrriteerd raken. Dit komt doordat we meer stress ervaren sinds de pandemie. “Wanneer je mensen confronteert met een hoge dosis angst, verdriet of verlies, volgt prikkelbaarheid vaak als symptoom.” Dit zou de snauwende reactie van de dame in de Albert Heijn verklaren, maar niet de ogenschijnlijke onverschilligheid van omstanders.

Uiteindelijk is het ieders persoonlijke keus om wel of niet te helpen in situaties van nood tijdens coronatijd en is het begrijpelijk om afstand te nemen, vooral voor personen met verhoogd risico. Met de wetenschap dat corona een fysiologische invloed heeft op ons stressniveau, kunnen we echter misschien afstand nemen van deze negatieve gevoelens die bijdragen aan een onvriendelijkere samenleving. Ook kunnen we nadenken over dat onze samenleving een richting in slaat waarin we minder vaak naar elkaar omkijken, en overwegen of we het daar wel mee eens zijn.


 

Help ons (en jezelf) in 3 minuten

We willen bij Red Pers graag weten wie jullie zijn, zodat we onze journalistiek beter kunnen laten aansluiten op onze doelgroep. Help jij ons door deze anonieme en korte enquête in te vullen, zodat je nóg meer interessante producties krijgt? Alvast bedankt!

Maak uw eigen enquête voor feedback van gebruikers



Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!

Iris ten Have