Ik ging met een kater naar Anna Nooshins museum, en raad het iedereen af

Aantredend adjunct-hoofdredacteur Vera Kurpershoek werd na een gezellige avond door haar vriendinnen meegesleurd naar The Upside Down van Anna Nooshin. ‘Als er maar niks beweegt, of draait, of er geen spiegeldoolhof is.’

Instagram-influencer Anna Nooshin (33) opende begin juli The Upside Down: een interactief instagrammuseum met 15 kamers, 25 decors en installaties die er om draaien dat je er mooie foto’s kunt maken voor je sociale media.

Iedere kamer heeft een typisch Nederlands thema, zoals voetbal of kunst, en dat maakt het de ‘ultieme instagrammable Dutch experience’. De meeste kamers zijn zo ingericht dat het lijkt alsof je over het plafond loopt: ondersteboven dus. Ik raakte de draad in ieder geval een beetje kwijt, maar dat kon ook liggen aan het feit dat ik ongelooflijk brak was. Ik was voor de eerste keer sinds de opening van de horeca in mijn favoriete bar geweest, en dat had ik geweten.

Als het maar leuk is

Door met een kater naar dit museum te gaan, voelde ik me als een norse witte man van zekere leeftijd, die de ontwikkeling van de jeugd van tegenwoordig met argusogen bekijkt. ‘Alles moet tegenwoordig leuk zijn, niets is serieus, of moeilijk, of vergt enige inspanning om het te begrijpen.’ Zoals ik vroeger door mijn vader aan de hand werd genomen door het Rijksmuseum en Stedelijk, zo ziet de norse witte man nu jongeren die alles in het leven als experience zien.

We kunnen niet verder lopen omdat selfie-makende meisjes de deur barricaderen en snauwen dat we moeten wachten

Filosoof en schrijver Maarten Doorman zegt hierover in Het Parool: “Het past in onze ervaringseconomie, maar het laat ook infantilisering van de samenleving zien. De term ‘museum’ is slim gekozen, want die suggereert dat het niet om domme ijdelheid gaat en dat je je verhoudt tot echte cultuur. Je ziet ook dat echte musea hier plaats voor inruimen.”

Juist daarom is het schrijnend dat Nooshin zo kinderachtig reageerde op de kritische vraag van De Telegraaf waarom er geen 1,5 meter afstand werd gehouden tijdens de opening van het museum. Een mooie metafoor voor het museum zelf: alles moet maar leuk zijn – maar zo zit het leven nou eenmaal niet altijd in elkaar. Niet dat ik op dat moment in de vroege middag erg graag naar moeilijke kunst had willen kijken: integendeel. Ik had het liefst met een milkshake onder een dekentje op de bank gelegen.

Rode draad

“Als er maar niks beweegt, of draait, of met heel fel licht is, vind ik het goed,” zeg ik op de fiets tegen mijn vriendin met wie ik ga. “En ook geen spiegeldoolhof.” Maar wie houd ik voor de gek? Natuurlijk is dat er.

Ik heb een kater, maar kan niet meer afzeggen. De tickets zijn reeds betaald – maar liefst 25 euro per persoon, meer dan een ticket voor het Rijksmuseum. Ook moesten we al een tijdslot kiezen, om te voorkomen dat er te veel mensen tegelijk binnen zijn.

De eerste ruimte is een brug met lichtjes die zo snel ronddraaien dat het lijkt alsof de kamer tolt. In een andere ruimte val ik bijna flauw door de hitte en de stank. We kunnen niet verder lopen omdat selfie-makende meisjes de deur barricaderen en snauwen dat we moeten wachten.

In sommige ruimtes lopen jonge meiden rond die instructies geven over hoe je de leukste foto maakt. Veel kamers zijn zo ingericht dat het lijkt alsof je over het plafond loopt. Als je dan aan een stoel die op zijn kop aan het plafond hangt, lijkt het op de foto net alsof je ondersteboven staat. Of zo. Met de camera op mijn telefoon kwam het in ieder geval niet over. Bovendien is het frappant dat het museum overal uitdraagt dat je altijd je eigen authentieke zelf moet zijn, om vervolgens iedereen dezelfde identieke foto’s te laten maken.

Beeld: Bibice Piets

Wie is die Nederlander?

Iedere ruimte draait om een thema dat met Nederland te maken heeft. Zo is er snoep, voetbal, dancemuziek en kunst. En waar in de ene kamer wordt gesproken over de diverse samenstelling van culturen in Amsterdam, gaat het in de andere kamer over ‘Nederlanders’ die bij elkaar 32 miljoen kilo drop per jaar eten. Ik lees op de muur: ‘Many nationalities call The Netherlands their home and we pride ourselves on being one of the most progressive countries in the world.

Zonder reden moet je een koptelefoon en vr-bril op. Je kan net zo goed aan een gebruikt zakdoekje likken

Wie is die ‘Nederlander’, vraag ik me af. En kunnen we deze twee onderwerpen wel in een adem noemen? Over welke Nederlander gaat dat aantal kilo snoep bijvoorbeeld? Gaat dat over mij, of over mijn Marokkaanse buurman, of over mijn oude lerares wiskunde? Het gaat in ieder geval niet over de Instagrammende meiden in dit museum.

Nooshin schetst een utopisch wereldbeeld met regenbogen en wolkjes, en ik vraag mij af wanneer in het museum de plottwist komt die de bezoeker even op zijn plaats zet. Iets waaruit blijkt dat de bezoeker al die tijd voor de gek gehouden wordt: word wakker!

Coronagevoelig

Het museum opende begin juli, toen andere musea en de horeca heropenden na de coronasluiting. En hoewel er overal desinfectiemiddel te vinden is en je slechts met een aantal mensen per uur het museum mag bezoeken, valt mij op dat veel decors pas leuk zijn als er bacteriën en virussen uitgewisseld kunnen worden.

Zo begint het museum met een drukknop waardoor een filmpje begint af te spelen. Vervolgens moeten we zonder een directe reden een koptelefoon op, en ergens anders krijg je pas de volledige experience door een vr-bril op te zetten. Je kan net zo goed aan een gebruikt zakdoekje likken, denk ik dan.

Het is tof dat musea gepromoot worden onder jongeren. Het is leuk dat de bezoekers hun Instagram kunnen opfleuren door kleurrijke foto’s te posten en dat er een statement wordt gemaakt om jezelf te durven zijn. Maar The Upside Down is duur, kent geen duidelijk verhaal of nuance in de zaalteksten, en is heel coronagevoelig. Mijn experience (want eerlijk, dat was het wel) werd natuurlijk wel beïnvloed door een hoeveelheid alcohol in mijn bloed: de hysterie werd mij wellicht daarom al snel te veel. Maar de volgende keer als ik brak ben, ga ik toch liever naar het Stedelijk.

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!

mm