Wat doet het met je om een patiënt uit zijn lijden te verlossen?

Beeld: Shutterstock | Beeldredactie: Bibice Piets

Redacteur ziekte en zorg Paola Leijssen onderzoekt in een tweeluik de impact van euthanasie op de artsen die dat toedienen. Vandaag spreekt ze chirurg Bert van Ramshorst en huisarts Huib Leijssen.

Het is vrijdagochtend 10 januari 2020. Ergens in Amsterdam-West ligt Henk, van begin zeventig, op bed in de woonkamer te wachten op zijn dood. Zijn vrouw ligt naast hem en houdt zijn hand vast. Het is stil in huis, totdat de bel gaat en de huisarts arriveert. De zieke man is blij dat de dokter er is. “Daar bent u dan, ik lig al de hele ochtend op u te wachten,” zegt hij. “U weet dat u zich altijd nog kunt terugtrekken”, zegt de dokter. “Ja, dat weet ik,” antwoordt Henk. “Maar gaat u gang, doe het maar”. Daarna legt de dokter twee verschillende injecties, allemaal dubbel, klaar op het nachtkastje.

Terug in de tijd. Het is 4 november 2019. De behandelingen slaan niet aan, en de kanker komt steeds terug. Henks toekomst ziet er uitzichtloos uit. De patiënt vraagt euthanasie aan. Na een mooi leven te hebben geleefd komt de man tot de conclusie zo niet verder te willen. Zo afhankelijk van anderen, zo ondraaglijk aan het lijden. Ook zijn huisarts ziet zijn toekomst niet rooskleurig in. Elke week ziet ze de patiënt achteruitgaan. Op dat moment schakelt ze een SCEN-arts in.

Uitzichtloos en ondraaglijk lijden

Bij euthanasie komt veel kijken. “Bij een klein deel van de patiënten die in hun leven een euthanasieformulier hebben ingevuld, wordt euthanasie gepleegd. Alleen bij mensen die zijn uitbehandeld met kanker is dat aantal veel hoger,” aldus huisarts Leijssen, die al meer dan 35 jaar zijn solopraktijk in Amsterdam heeft.

Enkel als een patiënt ondraaglijk lijdt, afhankelijk is van zijn of haar omgeving, en zijn toekomst er uitzichtloos uitziet, wordt het verzoek voor euthanasie door de arts voortgezet. De huisarts neemt dan contact op met een SCEN-arts (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland). Dat zijn huisartsen en medisch specialisten die speciaal zijn opgeleid om een deskundig en onafhankelijk advies te geven aan collega-artsen. De SCEN-arts gaat dan de casus van de patiënt bekijken.

‘Sommige patiënten kunnen zichzelf niet meer wassen, of niet meer zelf naar de wc. Maar soms vraag je je ook af of iemand echt euthanasie wil’

Leijssen: “Vaak zie ik de patiënt al na één of twee dagen nadat ik contact heb opgenomen met hem of haar. Voor de afspraak neem ik de gegevens van de patiënt door, net als een eventuele euthanasieverklaring en relevante specialistenbrieven, waaruit blijkt dat de patiënt is uitbehandeld”.

De SCEN-arts spreekt de patiënt thuis, in het ziekenhuis of in het hospice en meestal in aanwezigheid van echtgenoot of partner. “Vaak zijn het hele emotionele gesprekken. Zo’n gesprek duurt meestal zo’n driekwartier, maar dan zijn de patiënten ook erg moe. Veel van hen hebben een slechte conditie, zijn vermoeid, hebben pijn en zijn benauwd,” vertelt Leijssen.

Er wordt gesproken over hoe de patiënt de ziekte ervaart. “Ik vraag waarom de patiënt vindt dat de situatie zo uitzichtloos en ondraaglijk is,” zegt Leijssen. Volgens de wet zijn dat ‘uitzichtloos en ondraaglijk lijden’ de belangrijkste toetsstenen.

Leijssen komt vaak patiënten tegen die voor hun verzorging afhankelijk zijn van de omgeving. “Ze kunnen zichzelf bijvoorbeeld niet meer wassen of naar het toilet,” zegt hij. “Een andere belangrijke vraag is of ze echt zelf euthanasie willen, of dat ze zich gedwongen voelen door de familie. Daarom wil ik de patiënt vaak even één-op-één spreken.”

Sacraal moment

Voor de rest wordt er tijdens zo’n gesprek met de SCEN-arts gesproken over de familie, het werk, het sociale leven en het geloof. “Ik moet een volledig beeld krijgen van hoe de persoon in kwestie zijn of haar leven heeft geleid,” zegt Leijssen. “Meestal geef ik groen licht. Het komt niet vaak voor dat mijn advies negatief is.” Na het advies van de SCEN-arts ligt de verantwoordelijkheid bij de huisarts.

“Als SCEN-arts ga je nog een heel intiem laatste gesprek met een patiënt aan,” zegt chirurg Van Ramshorst. “Vooral met de uitbehandelde kankerpatiënten, die zijn vaak heel ernstig ziek. Die hebben jaren gestreden, maar het lichaam kan niet meer. Je ziet dan ook dat ze langzaam afscheid nemen van hun omgeving. Als SCEN-arts kom je heel dichtbij mensen, en bij de dood, en dat heeft iets heel intiems.” Om die reden noemt de chirurg het laatste gesprek een ‘sacraal moment’.

‘Je ziet de kleur uit het gezicht wegtrekken. Het gaat heel abrupt’

Beide artsen hebben naast hun consultatiegesprekken als SCEN-arts, ook zelf euthanasie uitgevoerd bij patiënten. Leijssen als huisarts bij mensen thuis, en Van Ramshorst vroeger als chirurg in het ziekenhuis, waar hij ook veel patiënten met kanker heeft behandeld.

Vaak overlijden uitbehandelde patiënten al bij de eerste injectie, de zogeheten coma-inductor. “Je ziet de kleur uit het gezicht wegtrekken,” zegt Van Ramshort. “Het is heel abrupt.”

Een drankje drinken (ook wel passieve euthanasie of hulp bij zelfdoding) is vaak minder agressief dan de injecties, maar dat lukt alleen als patiënten niet misselijk zijn en zelf nog kunnen slikken. Bij patiënten met een maag- of darmafsluiting kun je dat niet toepassen, vanwege de grote kans op overgeven.

“Vijftien jaar geleden heb ik bij enkele patiënten euthanasie uitgevoerd,” zegt Van Ramshorst. “Die waren helemaal uitbehandeld. Bij allen was sprake van een uitzichtloos lijden, waarbij enige verbetering in hun situatie, zelfs van korte duur, was uitgesloten.” Maar, zegt hij: “Ik vind de methode van levensbeëindiging niet mooi.”

Van Ramshorst weet dat hij er goed aan doet wanneer hij een patiënt euthanasie toedient, omdat je een patiënt uit zijn of haar lijden verlost. “Maar ik houd er geen goed gevoel aan over,” zegt hij. “Terwijl ik dat wel heb als een operatie goed lukt.”

Zo zijn er ook huisartsen die geen euthanasie willen verrichten. “Vaak vanuit religieuze redenen, maar ook zie je dat sommige huisartsen er onbekend mee zijn,” zegt Leijssen. Of de arts is bang voor repercussies. In die situaties moet de huisarts de patiënt doorverwijzen naar een collega of bijvoorbeeld de Levenseindekliniek.

Schuldig tot het tegendeel bewezen is

Tijdens de euthanasie moet immers aan een gehele papierwinkel worden voldaan.

“Als huisarts moet je bij de uitvoering van euthanasie een dossier bijhouden van de patiënt in kwestie van de voorgaande weken,” zegt Leijssen. “Je moet de apotheker inschakelen voor de euthanasiemiddelen en je moet de GGD inlichten dat je euthanasie gaat uitvoeren.”

De GGD-arts komt enkele uren na het overlijden van de patiënt controleren of je je werk goed hebt uitgevoerd. Leijssen: “Daarom moet je bijvoorbeeld de ampullen die je gebruikt hebt, laten liggen bij de patiënt.” Vervolgens moet de huisarts een rapport opstellen van de euthanasie: hoe laat is de injectie of het drankje toegediend? Hoe laat is de patiënt overleden?

‘Na euthanasie ben je zo’n twee maanden verdacht, totdat de officier van justitie je ontslaat van rechtsvervolging. Dat is soms best spannend’

Het dossier, dat ook het rapport van de SCEN-arts bevat, moet worden overgedragen aan de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE). Deze commissie verifieert achteraf of bij de uitvoering van de euthanasie aan de wettelijk vastgelegde zorgvuldigheidscriteria is voldaan.

Het oordeel van de commissie wordt doorgespeeld aan het Openbaar Ministerie dat, indien alles volgens de regels is verlopen, de huisarts ontslaat van rechtsvervolging. Euthanasie is immers een uitzonderingsgrond op het strafrechtelijke verbod op hulp bij zelfdoding. “Als huisarts die euthanasie heeft toegediend, ben je door deze regeling zo’n twee maanden verdacht, totdat je van de officier van justitie krijgt te horen dat je onschuldig bent,” zegt Leijssen. “Dat is soms best spannend.”

Terug naar 10 januari 2020. Henks infuus was de dag ervoor door al de thuiszorg geplaatst. Henk ligt sereen in bed, zijn vrouw houdt nog steeds zijn hand vast. Het is 11:32.

“Bent u er klaar voor? Heeft u nog dingen aan u vrouw te vertellen? Het kan dat u heel snel vertrokken bent,” zegt de arts. “Dat is niet erg, dokter,” zegt Henk.

Dat gezegd hebbende plaatst de dokter de eerste injectie in het infuus, de coma-inductor, waarna de man in slaap valt. Enkele minuten later, om 11:39, als de huisarts heeft vastgesteld dat een diepe coma is ingetreden, wordt een spierverslapper toegediend.

Het is 11:44 en het overlijden van de patiënt is vastgesteld. 

Om privacyredenen zijn de naam en exacte woonplaats van Henk gefingeerd.

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!