Van Equal Rights tot Can’t Breathe: reggae als protestmuziek

Albumcover van Linton Kwesi Johnsons Dread Beat an' Blood uit 1978

Sinds het ontstaan van de reggae in de jaren zestig hebben veel reggae-artiesten zich met hun muziek uitgesproken tegen maatschappelijk onrecht. Speciaal voor vandaag, de Internationale Dag van de Reggae, neemt redacteur en reggaekenner Koen de Groot ons mee in een reis door de tijd.

Reggae zag rond 1968 het licht in de getto’s van Kingston. Daar, in de sloppenwijken van de Jamaicaanse hoofdstad, ontwikkelde het genre zich razendsnel tot de spreekbuis van de ongehoorde zwarte Jamaicaanse massa. Artiesten als Peter Tosh, Bob Marley en Dennis Brown die uit deze grote, maar veelal genegeerde bevolkingsgroep kwamen, zetten zich via reggae af tegen de voortdurende ongelijkheid tussen wit, bruin en zwart die ook na de Jamaicaanse onafhankelijkheid van 1962 was blijven bestaan.

In de decennia die volgden is reggae deze rol van protestmuziek blijven houden, zowel in Jamaica als ver daarbuiten. In tal van nummers hebben zangers op een stuwende reggaebeat hun ongenoegen over onderdrukking, onrecht en geweld bezongen. Nummers die vandaag de dag niets aan kracht hebben ingeboet.

Get Up, Stand Up – The Wailers (1973)

The Wailers: Bob Marley, Peter Tosh en Bunny Wailer. Een betere of invloedrijkere reggaeformatie is er volgens velen nooit geweest en zal er vermoedelijk ook nooit komen. Get Up, Stand Up behoort tot een van de absolute hoogtepunten van de band. Naar verluid begon Marley met het schrijven van het nummer toen hij tijdens een tour in Haïti gegrepen werd door de armoede van de lokale bevolking. Sindsdien is het nummer het strijdlied geweest van een eindeloze rij aan vrijheidsstrijders en vechters voor gerechtigheid. Zo werd het nummer onder meer als steun voor de Oekraïense Euromaidan-protesten van 2015 gecoverd door de Bloom Twins.

Equal Rights – Peter Tosh (1976)

‘No justice, no peace!’ is een veelgehoorde kreet tijdens bijeenkomsten van de Black Lives Matter-beweging. Het is een zin die bijna gekopieerd lijkt uit het nummer Equal Rights van Peter Tosh, reggae’s grootste rebel. Gewapend met een gitaar in de vorm van een M16 of getooid met een keffiyeh à la Arafat om zijn steun voor de Palestijnse zaak uitsprekende, behoorde Tosh tot de meest uitgesproken artiesten van zijn generatie. Hij kwam in 1987 om het leven bij een roofoverval op zijn huis, maar met nummers als Legalize it, Fight Apartheid en Equal Rights leeft zijn rebelse nalatenschap voort.

Linton Kwesi Johnson – Sonny’s Lettah (anti-sus poem) (1979)

Het Verenigd Koninkrijk was het eerste land buiten Jamaica dat een eigen reggaecultuur ontwikkelde. Daarin nam Linton Kwesi Johnson met zijn eigen gecreëerde dub-poetry een geheel eigen plaats in. Met Sonny’s Lettah adresseerde Johnson de problematiek rond de sus laws: wetten die het de Britse politie mogelijk maakten om verdachte personen (suspected persons) staande te houden en te fouilleren. In de praktijk kwam het erop neer dat vooral Britse jongeren uit etnische minderheidsgroepen hieraan moesten geloven. Gecombineerd met reeds bestaande raciale spanningen en een hoge jongerenwerkloosheid leidde deze vroege vorm van etnisch profileren in 1981 tot het uitbreken van grootschalige rellen.

Reggae is en blijft protestmuziek pur sang

Jerusalem – Alpha Blondy (1986)

Alpha Blondy brak in de jaren tachtig door als de eerste Afrikaanse reggae-artiest met wereldwijde uitstraling. De man uit Ivoorkust maakte naam met nummers over onder meer politiegeweld (Brigadier Sabari), de Liberiaanse burgeroorlog (Peace in Liberia) en het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime (Apartheid is Nazism). Ook in Jerusalem komt het maatschappelijke engagement van Alpha Blondy naar voren. In het Engels, Arabisch en Hebreeuws pleit de Ivoriaan, die zich sinds 2005 VN-vredesambassadeur mag noemen, op indringende wijze voor wereldwijde religieuze tolerantie en godsdienstvrede.

Can’t Breathe – Kabaka Pyramid (2017)

‘I can’t breathe’ roept een man in doodsangst tot vijfmaal toe in het intro van dit nummer. Het is de beklemmende angstkreet van Eric Garner, een zwarte man uit New York die in 2015 het slachtoffer was van dodelijk politiegeweld. Kabaka Pyramid trekt in deze song Garners huiveringwekkende woorden breder. Het gebrek aan lucht staat symbool voor de algemene onderdrukking en uitzichtloosheid waarmee menig zwarte burger in en buiten Jamaica te kampen heeft. Door de recente dood van George Floyd is het nummer momenteel op een wrange manier relevanter dan ooit.  

Black Hypocrisy – Spice (2018)

Spice is vooral bekend van nummers als So Mi Like It en Conjugal Visit, waarbij de dancehalldiva hevig twerkend zingt over haar seksuele lusten. Dat ze ook een geëngageerd artieste is bewees ze in 2018 met het nummer Black Hypocrisy. Met teksten als ‘I was told I would reach further, if the colour of me skin was lighter’ zette ze de aanval in op colorism: discriminatie tussen leden van dezelfde etnische groep op basis van de donkerte van de huid. Deze vorm van discriminatie komt veel voor op Jamaica, maar is ook in andere landen niet onbekend. Zo kwam onlangs naar buiten dat de Britse X Factor-winnares Alexandra Burke het advies kreeg om haar huid te bleken, wilde zij een succesvolle carrière hebben.

Zo voegde Spice zich met Black Hypocrisy bij een lange lijst van reggae-artiesten die zich sinds het ontstaan van het genre hebben afgezet tegen diverse vormen van maatschappelijk onrecht. Ook de huidige generatie van reggaezangers, waarvan Chronixx, Protoje en de aanstormende Koffee de belangrijkste fakkeldragers zijn, laat op dit vlak luid van zich horen. Reggae is en blijft protestmuziek pur sang.  

Ben jij geïnteresseerd geraakt in reggae protestmuziek? Luister hier de Black Lives Matter-afspeellijst die redacteur Koen de Groot samenstelde:

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!

Koen de Groot