Opa’s woorden leiden af van de waan van de dag

Beeld: Charlie van der Zwaard

Mijn opa is 86 en woont alleen. Hij vertelde me dat hij moeite had met het gebrek aan houvast in de coronacrisis. We maakten een afspraak: elke dag sturen we elkaar één mail. Ik mail hem aan het begin van de dag, hij mij aan het eind. 

Mijn opa ligt, net als ik, soms in bed te piekeren over ‘de corona’. Maar in onze berichten praten we juist over de dagelijkse dingen, naast het gepieker: de kikkers in zijn vijver, ’s nachts moeten plassen, spierpijn, het zware leven van Maarten ’t Hart. Ik vertel hem welk recept ik heb uitgeprobeerd; hij stuurt me klassieke muziek. “Bij het puzzelen luister ik het liefst naar muziek van tientallen jaren terug, populair en licht klassiek.”

We mailen elkaar dat de zon schijnt en bespreken tv-programma’s, ongemakkelijke momenten bij Jinek, vergelijken cabaretiers van vroeger en nu. “Er zijn hier geen kaboutertjes hoor,” schrijft hij, om uit te drukken dat het hem veel tijd kost om zijn huis zo schoon en netjes te houden. En aan het eind van iedere mail merkt hij op dat hij weinig te melden heeft. “Nou Sezen, veel heb ik niet te vertellen, want het leven is nu erg saai.” “Opwindend was m’n dag niet, maar we doen het er maar mee.” “Om Frans Halsema te citeren: ‘Maar verder valt er niets te melden, er drijft nog olie op de Schelde.'”

Niet de dingen die níet, maar de dingen wél kunnen zijn belangrijk

Voor mij heeft hij juist veel te melden. Door zijn verhalen denk ik anders over mijn dagen nu. Niet de dingen die níet, maar de dingen wél kunnen zijn belangrijk. Zijn woorden leiden af van de waan van de dag. Hij vestigt de aandacht op kleinere dingen. Lachend lees ik hoe hij nog elke dag de struiken in de tuin knipt, met een tondeuse de laatste paar haren op zijn hoofd scheert en dapper blijft relativeren. En zo is dit dagelijkse contact niet alleen een vorm van houvast, maar ook een manier om stil te staan bij de dingen die er echt toe doen. Zoals het bereiden van je avondeten, het planten van geraniums en de rest van de dag lekker kunnen lummelen – niets doen. 

Dankjewel. Voor de moed in een onzekere tijd. Voor de grapjes, oneindige betrokkenheid en interesse, vragen over computers, zinnen zonder punten en heel veel komma’s. Het zijn de dingen die ons allemaal, wellicht onbewust, meer blijdschap bezorgen.  

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!

Sezen Moeliker