Zelfs in een groot en bont gezelschap slaat uiteindelijk de verveling toe

Foto: Lisa Aardewijn

Volgens de kranten hebben ook alleenwonende twintigers flink te lijden onder de intelligente lockdown. M’n reet, dacht columnist Cees van den Boom, en hij besloot om de banden met zijn oude studentenhuis weer eens aan te halen.  

Een jaar geleden verhuisde ik, omdat ik meer ruimte wilde. Dezelfde ruimte waaraan ik nu steeds wil ontsnappen. Daarom loop ik iedere ochtend in Tetris-pas vanaf mijn studio naar het grachtenpand, een kilometer verderop, de plek waar ik voorheen nog wekelijks kwam voor de gezelligheid. De plek waar nog tweemaal per dag een bel wordt geluid: een voor de ochtendkoffie en de ander voor het avondeten.  

Een journaliste van Trouw, die ik nog kende van mijn stage, appte me vorige week met de vraag of mijn studentenhuis interesse had in een interview. Om te kijken hoe wij omgaan met de situatie. Ik stuurde terug dat ik daar niet meer woon, maar dat de jongens het leuk zouden vinden. Die avond reageerde ze dat ze al een ander huis had gevonden, met 36 mannen in plaats van zestien. Later las ik in het stuk: “We gaan zo min mogelijk naar buiten.” “En iedereen moet écht thuis werken en leren.” Allemaal logisch, dacht ik. Maar wat doen die jongens daar nou echt? 

Zelfs in een groot en bont gezelschap slaat uiteindelijk de verveling toe. Vooralsnog weten de jongens in mijn oude huis zich bezig te houden. Ze klussen aan een nieuwe tuinset, sporten in een geïmproviseerde buitensportschool, houden pokeravondjes of bokspartijtjes. Ze knippen elkaars mat, scheren hun snorren en baarden in gelijkenis van historische figuren en iedere avond geeft nu iemand na het eten een presentatie. 

Toen ik in de familie-app aankondigde dat ook ik voorlopig in Leiden zou blijven, kreeg ik prompt een telefoontje van mijn verontruste zus

Ook is er een nieuwe appgroep: ‘Maarten een loer draaien’. De arme stakker moest eerder terugkomen uit Zuid-Amerika en zit nu nog bij z’n ouders. De keuze gaat tussen zijn kamerinboedel in de tuin zetten of hem straks wijsmaken dat we nu iedere ochtend uit voorzorg over onze handen plassen. Die tweede was mijn idee, je zit er zo weer middenin.

Niemand uit het huis gaat nog naar zijn ouders, en vriendinnetjes zijn niet langer welkom in de woonkamer. Toen ik in de familie-app aankondigde dat ook ik voorlopig in Leiden zou blijven, kreeg ik prompt een telefoontje van mijn verontruste zus: “Maar dat ga je toch niet twee maanden volhouden? En hoe doen we dat dan met papa’s verjaardag?” Niemand van deze jongens gaat nog naar z’n ouders, was mijn verweer. “Wij redden het wel. Maar jij moet gewoon blijven gaan als je wilt”, drukte ik haar op het hart. Zij woont immers ook alleen.

Het voelde als grootspraak. Ik kan me niet voorstellen dat ik mijn ouders twee maanden niet ga zien. Maar voor nu red ik me nog, net als de rest. Ik ga straks maar weer die kant op. Na het eten gaat Johan ons met behulp van een powerpoint uitleggen hoe we het best wiet kunnen telen, mochten we door nieuwe maatregelen nog eens zelfvoorzienend moeten worden. 

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!

Cees van den Boom