Gestrand op een eiland zonder hulp, voor deze drie Nederlanders is het werkelijkheid

Het uitzicht van Bas Wierda en Bas de Vries, die in een hotel in quarantaine zitten.

De coronacrisis zorgt niet alleen voor paniek en verwarring in eigen land, maar ook bij Nederlanders in het buitenland. Voor Hanna van Velzen (21), Bas Wierda (23) en Bas de Vries (23), die mogelijk tot midden april op de Filipijnen vastzitten, voelt het leven als een uit de hand gelopen aflevering van Red mijn vakantie.

 Toen Brabander Bas Wierda (23), werkzaam bij een reisbureau, samen met zijn vriend en telecomwinkelier Bas de Vries (23) vorige week in het vliegtuig vanuit Nederland naar Manilla zat, verscheen plots ‘Manilla lockdown’ op het scherm. Tot 14 april is de Filipijnse hoofdstad afgegrendeld. “We moesten uitwijken, en besloten voor de dag erna een vlucht naar het eilandje Boracay te boeken,” zegt Wierda.

Tegelijkertijd zat de goed bereisde Rotterdammer Hanna van Velzen (21), student bedrijfskunde, op het Filipijnse eiland Siqijour te grappen met haar reisgenoten over de hamsteraars in het moederland. Haar eigen terugvlucht, die via Istanbul ging, was reeds geannuleerd omdat Turkije het luchtruim sloot. Zorgen maakte ze zich echter nog niet.

Bas Wierda

“We liepen rond in de supermarkt en bespraken wat wij zouden hamsteren als het voor ons zover was,” zegt Van Velzen. Toen liep er een man naar haar toe, die haar vertelde dat Siqijour de volgende dag ook in lockdown ging. “Hij zei tegen ons dat we veel te blij leken om ons daar bewust van te zijn. En gelijk had ‘ie: we hadden geen idee.”

De dag erna heeft Van Velzen de boot gepakt naar de internationale luchthaven Cebu. “De vlucht die ik vanaf daar naar Nederland meteen had kunnen pakken, kostte 6000 euro en duurde 26 uur.” Ze besloot een binnenlandse vlucht te pakken naar het eilandje Boracay, waar ze Wierda en De Vries ontmoette.

Hanna van Velzen

“Er werd ons verteld dat we het eiland niet op mochten omdat we Nederlander zijn,” zegt Van Velzen. Het aanbod: verplichte quarantaine in een ziekenhuiskamer, op eigen kosten, voor minstens 100 euro per nacht. “Terwijl die kamer vol kakkerlakken zat, en ik helemaal niet ziek ben. Ik heb wel acht uur lang zitten janken.”

Volgens Wierda beseften de autoriteiten toen pas dat de Nederlanders geen kant op konden. Ze mochten alsnog het eiland op, maar Wierda en De Vries werden in hun hotel in quarantaine geplaatst.

Van Velzen kon de dans ontspringen omdat ze al langer dan twee weken in het land was: ze zit nu met zes vreemden in een hostelkamer. Eind februari vertrok ze al naar de Filipijnen. “De laatste dagen zeggen mensen ook tegen me: je had nooit moeten gaan. Maar dat was nog voordat de eerste coronadode in Nederland viel. Dat kun je van tevoren niet weten.”

Geen hulp van de ambassade

De Nederlanders zijn in een kafkaëske situatie terecht gekomen. Op meermaals schrijven reageert de Nederlandse ambassade enkel met een automatische e-mail, waarin wordt opgeroepen om ‘zelfstandig het vertrek te regelen’.

“De ambassade is helemaal niet op de hoogte van wat er gebeurt,” zegt Van Velzen. “Ze adviseerden mij om naar Manilla te komen. Toen moest ik hen uitleggen dat ik niet meer van hier naar de hoofdstad kan komen.” Tot overmaat van ramp is de ambassade tot nader order gesloten. “Nederland straalt naar het buitenland uit dat het zijn best doet, maar dat doet het alleen als het makkelijk is. Vanuit Marokko repatriëren ze wel burgers, maar voor hier gaat het ze denk ik om te veel eilanden. Ik vertrouw nu alleen nog maar op de informatie die lokale bewoners mij geven.”

Het enige sociale contact dat we hebben, is wanneer elke vier uur iemand onze temperatuur op komt meten

Van Velzen is bezorgd om haar oma van 82. “Als er met haar iets gebeurt, kan ik er niet bij zijn.” Wierda: “Maar ook als wij ziek worden hier, hebben we een probleem.” Hoewel hij en zijn vriend in een vrij luxe hotel zitten, voelen zij zich afgezonderd. “We zitten in een hotelkamer zonder uitzicht, in een vleugel waar niemand zit. Het enige sociale contact dat we hebben, is wanneer elke vier uur iemand onze temperatuur op komt meten.”

Er is een ontsnappingsmogelijkheid vanuit Boracay, maar die is risicovol. Op 23 maart vertrekt er een noodvlucht van Boracay naar Manilla, geregeld door de lokale autoriteiten. “De vraag is dan echter wat je vanaf Manilla gaat doen,” zegt Van Velzen. “Zo kan ik voor 1200 euro een vlucht naar Amsterdam pakken van 50 uur met drie overstappen, onder meer in Oman. Wil ik het risico lopen daar te stranden?” Bovendien mag Van Velzen de luchthaven niet af als die vlucht in Manilla al wordt geannuleerd; het doet denken aan Spielbergs klassieker The Terminal.

Vooralsnog zitten de Nederlanders tot midden april vast op Boracay. Van Velzen en haar hostelgenoten hebben al spelletjesavonden georganiseerd om de gespannen sfeer te drukken; Wierda kan op afstand werken. Maar zijn hoop blijft gevestigd op hulp uit het moederland. “Het is voor ons wachten tot er een noodvlucht naar Nederland gaat.”

De correspondentie tussen de Nederlanders en de Nederlandse Ambassade op de Filipijnen is in het bezit van Red Pers.

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!

Tahrim Ramdjan