Zichtbare terreurmaatregelen in Amsterdam: liever te weinig dan te veel

Illustratie door Roos Vervelde.

Na verschillende aanslagen waarbij auto’s op diverse plekken in West-Europa op menigten inreden, zijn er ook in Amsterdam maatregelen genomen. Bijvoorbeeld door het plaatsen van betonblokken en paaltjes in 2017 en het aanpassen van laad- en losplaatsen. De collectieve hysterie rondom terrorismedreiging lijkt te zijn weggeëbd. Maar is de acute dreiging nu ook voorbij?

Toen ik vorige maand voor het eerst in acht jaar de Franse hoofdstad bezocht, viel me iets op: er is een tijd van vóór de aanslagen in 2015 en erna. In ieder geval wat betreft het straatbeeld. Kon je nog niet zo lang geleden nog fluitend onder de Eiffeltoren door lopen, is het nu verworden tot een fort, bewaakt door gewapende militairen. De detectiepoortjes in het Louvre waren eveneens nieuw voor mij. Hoewel wij in Nederland (nog) geen aanslagen van vergelijkbare schaal hebben gehad, ben ik toch benieuwd of eenzelfde soort trend zich – misschien wel onopgemerkt – ook in Amsterdam heeft voorgedaan.

Aanslagen in Europa

De aanslagen die in de afgelopen vijf jaar in Europa hebben plaatsgevonden, behoren tot ons collectieve geheugen. Onder meer bij de brute moordpartij bij tijdschrift Charlie Hebdo en in poptempel Bataclan, respectievelijk begin en eind 2015, vielen veel slachtoffers. Ook de aanslag waarbij een auto op de Ramblas in Barcelona op het winkelend publiek inreed en de zelfmoordaanslag na afloop van een Ariana Grande-concert in Manchester, beiden in 2017, eisten tientallen levens.

Al voordat laatstgenoemde aanslagen plaats hadden gevonden, schreef terrorismedeskundige Beatrice de Graaf over de ‘doorgeschoten securitisering’. Er zou een verschuiving hebben plaatsgevonden van reageren op concrete dreigingen naar het wegnemen van het onveiligheidsgevoel van burgers. De maatregelen die voor dat laatste zouden moeten zorgen hebben een prijs, betoogde de Graaf. Sociale rust en vrede zouden in gevaar kunnen komen, aldus de terrorismedeskundige.

De kans dat zo’n gecoördineerde en dodelijke aanslag als in Parijs nu in Nederland zal plaatsvinden, is met de tijd steeds kleiner geworden

Fort Amsterdam

Sociaal psycholoog en professor aan de Leidse Universiteit Mark Dechesne ziet deze trend ook, al benadrukt hij dat er een goede afweging moet worden gemaakt. “Het is belangrijk om de juiste combinatie te vinden tussen – enerzijds – het bevorderen van de veiligheid en – anderzijds – het niet willen afschrikken van burgers door de aanwezigheid van duidelijk zichtbare veiligheidsmaatregelen.” Dat laatste wilde wijlen Eberhard van der Laan in zijn tijd als burgemeester van Amsterdam voorkomen. Toen er in 2016 door een horeca-exploitant betonblokken werden geplaatst rond een kerstmarkt op het Museumplein, liet hij deze weghalen. Van der Laan was van mening dat we door meer zichtbare beveiliging het risico zouden lopen in een politiestaat te belanden.

Die extra beveiliging is er uiteindelijk gekomen, onder meer op de Dam en voor de Heineken Experience. De gemeente doet haar best om de fysieke maatregelen zoveel mogelijk te verbergen, bijvoorbeeld door het plaatsen van bankjes of fietsnietjes rondom beveiligingsobjecten. Naast deze fysieke maatregelen wordt er achter de schermen ook van alles gedaan tegen terrorisme. Zo maakt Amsterdam elke vier jaar een veiligheidsplan waarbij gemeenten, het ministerie en de politie de ambitie uitspreken om de stad veiliger te maken.

Wat we niet zien

Een deel van deze onzichtbare maatregelen is natuurlijk preventie. Daarbij is het van belang om radicalisering te voorkomen en te bestrijden. Het in de gaten houden van mogelijke verdachten is daar inherent aan. Dechesne vindt het vooral ‘opmerkelijk’ hoeveel acceptatie hiervoor is vanuit de samenleving. Organisaties als Amnesty International maken zich dan ook zorgen over de privacy van burgers. Net zoals er in Nederland wordt gekozen voor een compromis tussen fysieke maatregelen en het veiligheidsgevoel, moet dat volgens Amnesty ook gebeuren met de waarden veiligheid en privacy. De organisatie vindt dat de overheid de twee nu te veel van elkaar uitsluit: met privacy geen garantie op veiligheid en vice versa. Volgens Amnesty is dit een vals dilemma.

Los van de prijs die op individueel niveau schijnbaar moet worden betaald, namelijk in de vorm van privacy, valt er ook iets te zeggen over de verbetering van de collectieve veiligheid. Volgens Dechesne is de situatie sinds twee jaar positief veranderd. “De slagkracht van ISIS is bijvoorbeeld enorm verlaagd. Dat heeft ervoor gezorgd dat het plaatsvinden van aanslagen steeds minder aannemelijk is geworden. De kans dat zo’n gecoördineerde en dodelijke aanslag als in Parijs nu in Nederland zal plaatsvinden, is met de tijd steeds kleiner geworden.”

Aan de andere kant blijft de dreiging van aanslagen door verwarde personen volgens Dechesne wel reëel, zeker door de bezuinigingen bij de geestelijke gezondheidszorg. “Verwarde mensen vallen, omdat ze geen onderdeel uitmaken van een georganiseerd beleid, buiten het vizier van potentiële hulpverleners. Het is daarom van belang dat er bewustwording wordt gecreëerd in de samenleving. Als burgers signalen kunnen herkennen en weten om te gaan met verwarde personen, kan dat veel ellende voorkomen.”

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!

Patrick Karg