Is er leven na de studie?

Leestijd: 3 minuten

Praktisch nadenken over de toekomst, dat doe je in je vrije tijd; bij filosofie staan interesse en intellectualisme centraal. Jelle Holtzapffel is bijna klaar met zijn studie en stelt zich de vraag: wat nu? 

“Om iets van de intellectuele discussie in de twintigste eeuw te begrijpen moet je minstens het logisch positivisme, de psychoanalyse en het marxisme kennen.” Mijn hoogleraar geeft mij wat tips ter ontspanning voor de komende tijd. Ik heb net mijn scriptie teruggekregen en daarmee mijn master Politieke Theorie afgerond. Toch krijg ik niet het gevoel dat ik ook maar een fractie van al die intellectuele discussies begrijp. “Ik heb de drie delen Das Kapital hier staan, in het Duits. Verbazingwekkend hoe weinig mensen dat echt hebben gelezen.”

Ik heb nog een lange weg te gaan.

Ondertussen gaan mijn gedachten uit naar iets anders, een vraag die ik niet kan onderdrukken: “Maar hoe vond u dan een eerste baan?”

De afgelopen vijf jaar heb ik deze vraag op de achtergrond kunnen houden. Ik vond het studeren zelf leuk en wilde mijn aandacht hier volledig op richten. Docenten moedigen die houding vol overtuiging aan. Bij een kleine opleiding als Filosofie staan interesse en intellectualisme centraal. Praktisch nadenken over de toekomst, dat doe je in je vrije tijd.

Perfectionisme

Toch is er weinig geld beschikbaar om te promoveren en zo in de academie te blijven. De meesten zullen hun studietijd aan het LinkedIn-profiel moeten verantwoorden. Een extracurriculair leesclubje Levinas legt het waarschijnlijk al gauw af tegen een werkstudentschap bij een groot consultancykantoor op de Zuidas.

Nu is dat natuurlijk iets waar je zelf voor kiest. Ik weet dat er voor mij als politiek filosoof in spe niet direct een baan voorhanden is. Het volgen van je interesses brengt een risico met zich mee. Toen ik aan mijn opleiding begon, wist ik dat er een omslagpunt moest komen. Dat blijkt ingewikkeld: hoe zet je interesses om in een baan? Het lijkt alsof het nog alle kanten op kan. Tot dit moment was dat een voordeel, nu leidt het tot besluiteloosheid. Waar begin ik met zoeken? 

Wat evenmin helpt, is het perfectionisme dat ik en veel leeftijdsgenoten hebben. Het gevoel dat er iets groots moet komen, dat uit een eerste baan een ambitie en een plan moeten spreken. Dat zie ik om mij heen: aan het einde van de studie gaan we ons definiëren op basis van werk. De sociale druk is voelbaar. 

Millennials

Over die trend schreef Ben Tiggelaar onlangs een column in NRC. Daarin verwijst hij naar een Amerikaans onderzoek waaruit blijkt dat jongeren van nu ‘een loopbaan waarvan ze genieten’ als belangrijkste levensdoel hebben. Een gevaarlijke ontwikkeling vindt Tiggelaar, omdat werk een onzekere factor in onze levens blijft. Hoe zwaarder we hier aan tillen, hoe harder de klap als er even geen succes is. 

Ook Thijs Launspach, psycholoog en auteur van het boek Werken met Millennials, schrijft veelvuldig over dit probleem. “Ouders en leerkrachten hebben altijd gezegd: je kunt alles worden wat je wilt als je maar je best doet,” stelde hij onlangs in een artikel in de Volkskrant. Dit leidt tot een te hoog verwachtingspatroon. 

De oorzaak van het perfectionisme wordt dus gezocht in de manier waarop de millennial is opgegroeid. Een belangrijk deel van de oplossing ligt misschien wel bij de millennial zelf. Die moet proberen zichzelf en anderen wat meer te ontzien. Om te beginnen door ons kwetsbaar op te stellen en elkaar te laten zien dat we hier moeite mee hebben.

Het is fijn dat mijn hoogleraar wat relativeert, al vraag ik me af in hoeverre hij dat écht vindt

Het zijn momenteel vooral leeftijdsgenoten die mij gek maken met hun uitgesproken ambities. Tegelijkertijd zie ik dat velen moeite hebben aan de eigen carrièreverwachtingen te voldoen. Dat ze zichzelf afvragen: is dit alles?

Ze hebben hun ouders nodig om te relativeren, om ze te vertellen dat een eerste baan draait om geld verdienen en dat de lat niet te hoog moet liggen. Dat kunnen we zelf toch ook wat meer tegen elkaar zeggen?

Dan moet ik dat ook maar doen met de intellectuele interesse die ik koester: accepteren dat ik die misschien niet meteen in een baan kwijt kan. “Bovendien moet je bedenken dat voltijds met het intellectuele bezig zijn niet altijd een pretje is,” stelt mijn hoogleraar. Het is fijn dat hij wat relativeert, al vraag ik me af in hoeverre hij dat écht vindt.

Nadat we uitgebreid bij mijn vraag hebben stilgestaan, luisteren we op zijn computer naar Excuse while I break my own heart tonight van de band Whiskeytown, een nummer dat hij met zijn band speelde. Op de gang lopen docenten verbaasd voorbij. 

“Je kunt de voldoening ook uit andere zaken halen,” zegt hij. 

Ik neem het opgelucht ter harte. 

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je
dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere
investering. Dankjewel!

Jelle Holtzapffel

Jelle (1996) schrijft over zorg & maatschappij, studeert politieke filosofie en leest graag over tal van onderwerpen. Om soms even niet in de boeken te zitten, werkt hij in een bejaardentehuis.
Jelle Holtzapffel