We zijn te gierig voor de GGZ

De gemeente Utrecht gaat geld investeren in een zorginitiatief waarbij ervaringsdeskundigen mensen met psychische problemen behandelen. Redacteur Marthe van Bronkhorst, tevens psycholoog, legt uit waarom dit een slecht idee is.

Ik ga kinderen lesgeven want ik heb zelf jarenlang op school gezeten. Ik ga rechtspreken want ik ben vaak in aanraking geweest met justitie. Ik word hartchirurg want ik heb een paar TIA’s gehad.

Waarom vinden we deze redenering hier absurd, maar in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) niet? Deze week meldde de NOS dat een Utrechts ‘ervaringsdeskundigen-college’ voor negen jaar structureel geld krijgt van de gemeente om mensen met psychische klachten te helpen. ‘Structureel geld’ betekent in de gezondheidszorg ‘jackpot’, aangezien instellingen bijna nooit structureel geld krijgen. Wat maakt dit project dan zo bijzonder? Bij de instelling Enik Recovery College helpen ervaringsdeskundigen mensen met psychische klachten. Dus mensen die zélf bijvoorbeeld een depressie, angststoornis of verslaving hebben gehad, voeren gesprekken met mensen die nu met dezelfde problemen kampen.

Als psycholoog vind ik dit initiatief om drie redenen helemaal fout. En dat heeft niets te maken met de ervaringsdeskundigen die graag iets voor een ander willen betekenen, maar wel met geld.

Zachte heelmeesters

Geloof het of niet, therapie geven is een vak. Wij psychologen hebben geen speciaal gereedschap of fancy formules, wij gebruiken gesprekken. Iedereen kan een gesprek voeren, maar niet iedereen is psycholoog. Niet ieder goedbedoeld advies is juist.

Neem paniekaanvallen, een veelvoorkomende psychische klacht. Een veelgehoorde tip van mensen buiten het vakgebied (en van mensen op internet) is: doe ontspanningsoefeningen. Logisch, zou je denken. Ook in het programma van Recovery College staan workshops als ‘ontspannen avondwandeling’ en ‘mildheid I en II’. Maar ontspanningsoefeningen, zo blijkt keer op keer uit wetenschappelijk onderzoek, hebben bijna geen effect op paniek. Wat wel helpt, is het omgekeerde: exposure, de paniekaanval een beetje simuleren. Dit alles in de juiste mate en onder begeleiding.

Exposuretherapie is helemaal niet fijn om te geven (of te krijgen), kan ik uit ervaring vertellen. Je laat je cliënt bijvoorbeeld hyperventileren terwijl je toekijkt, en je mag het niet makkelijk maken. Gaan ervaringsdeskundigen, die zelf weten hoe naar dit is, dat doen met cliënten? Ik denk het niet. Maar juist die exposurebehandeling, en geen ontspanningsoefening, is wat cliënten nodig hebben. Zachte heelmeesters, stinkende wonden.

Not anything goes

Cliënt Linda Bleker is positief over het Recovery College. “Iedereen heeft hetzelfde meegemaakt. Je hoeft je niet te verontschuldigen”, zegt ze bij de NOS. Dat raakt me, want niets is zo erg als een psycholoog die niet naar je luistert en er niets van begrijpt. Die na een emotioneel verhaal koeltjes vraagt: “En hoe staat het met de doodswens? Eet je verder goed?”

De anything-goes-mentaliteit met psychische diagnoses is gevaarlijk

Oprichter van het College, Martijn Kole, verklaarde: “We wilden praten over wat we vonden dat er eigenlijk met onszelf aan de hand was.” Maar niet iedereen kan ‘vinden’ wat er aan de hand is en een diagnose stellen. Daar is jarenlang onderzoek voor gedaan door psychologen, psychiaters en neurobiologen, om zo tot het handboek van psychiatrische stoornissen te komen. Dat handboek is zeker niet perfect, maar het wordt continu aangescherpt en geüpdatet.

Wellicht wordt een cliënt door de ervaringsdeskundige minder snel in het oude ‘hokje’ geplaatst. Behandelaar of cliënt: iedereen heeft wel ‘wat’. De ervaringsdeskundigen weten hoe naar een stigma is. Maar ervaringsdeskundigen kijken ook door de bril van hun eigen referentiekader. Ze kunnen misdiagnosticeren of behandelingen aanprijzen omdat die toevallig voor henzelf werkten. Lig je niet goed in de groep, dan word je misschien gelabeld als ‘angstig’ of ‘introvert’. Ben je van biculturele achtergrond, dan krijg je eerder een op lichaam gerichte behandeling, terwijl je eigenlijk depressief bent. Maar de ervaringsdeskundige herkent je klachten niet.

Ervaringsdeskundigen hoeven, omdat ze geen psychologen of artsen zijn, niet te voldoen aan een beroepscode. Een beroepscode schrijft voor dat je je regelmatig moet bijscholen en altijd de meest effectieve behandeling aan hoort te bieden. Er is daarmee dus geen enkele controle op dit werk en geen bescherming voor de cliënt. De anything-goes-mentaliteit met psychische diagnoses is gevaarlijk.

Het is gewoon bezuinigen

Dankzij het Recovery College krijgen mensen die op een wachtlijst staan voor de GGZ toch een vorm van hulp. Die wachtlijsten zijn zo lang dat een vrouw in actie kwam en bij het Ministerie van Volksgezondheid ging bivakkeren om zorg te eisen.

En waar investeert de gemeente Utrecht in? Inderdaad: in goedkopere ervaringsdeskundigen, niet in meer werkplekken voor psychologen. Want er zijn heel veel afgestudeerde hbo- en wo-psychologen. Er zijn alleen te weinig banen. Je zou daar als gemeente in kunnen investeren, door bestaande GGZ-instellingen geld te geven en meer banen te creëren.

Maar je kunt ook ervaringsdeskundigen inzetten. Dat is een functie op mbo-4-niveau, die krijgen niet zo veel betaald. Utrecht slaat vakmensen in de zorg over met haar geld, en geeft het liever aan een initiatief waarvan de werkzaamheid niet is bewezen.
Lekker goedkoop.

Steun ons voor € -
Marthe van Bronkhorst