Leenstelsel? Collegegeld? Hier studeer je gratis én krijg je ruim 700 euro per maand

Nyhavn in Kopenhagen, Denemarken. Beeld: Jorge Franganillo.

Studenten stonden vijf jaar geleden al niet te springen om het afschaffen van de basisbeurs, inmiddels keurt ook een meerderheid in de Tweede Kamer het ‘sociaal’ leenstelsel af. Met één jaar tot de verkiezingen begint de race om het alternatieve stufi-systeem: tijd om te leren van Denemarken.

Hoe doet Denemarken het?
Denemarken staat vaak bovenaan de lijstjes. Volgens het World Happiness Report zijn de Denen het op één na gelukkigste volk ter wereld en sinds 2017 heeft het land van Lego de hoogste levenskwaliteit (aldus de Quality of Life Index). Daarnaast staat Denemarken in de top-10 landen van onderwijs, opvoeding, vrouwen, moderniteit, ondernemerschap, hoofdkantoren, transparantie en duurzaam leven, concludeert U.S. News. Max van Geuns studeert milieueconomie in Kopenhagen en stelt als correspondent de proef op de som in een serie: hebben de Denen het daadwerkelijk het beste voor elkaar, wat kunnen wij van hen leren en doet Nederland sommige dingen zelf misschien juist beter? Lees hier het eerste stuk uit de serie, over het stikstof-dilemma in beide landen.

Met zijn bachelor Natuur- en Sterrenkunde van de Universiteit Utrecht op zak, kon Jeroen van Rijn vorig jaar voor zijn master Klimaatverandering kiezen tussen Wageningen, Norwich en Kopenhagen. Geld speelde natuurlijk een rol. “In Nederland leende ik al veel en in Engeland had ik zo’n 9.000 euro aan collegegeld moeten betalen,” aldus de nu 24-jarige Van Rijn. Toen hij hoorde dat hij in Denemarken gratis kon studeren én geld toe zou krijgen, was de keuze snel gemaakt.

Statens Uddannelsestøtte

Een tiental landen in Europa kent geen of verwaarloosbare collegegelden voor EU-burgers, maar geen enkel ander land keert daarnaast ook nog een studiebeurs uit aan alle studenten. Dankzij de Statens Uddannelsesstøtte (SU; Deens voor ’Rijks-onderwijsondersteuning’) krijgen alle studenten uit de EU netto ruim 700 euro per maand — onder één voorwaarde: dat je er tien tot twaalf uur per week werkt. “Daarmee verkrijg je gelijke status als de Denen onder de EU-wet voor arbeidsmigranten” legt Van Rijn uit.

Met de SU-beurs, die Van Rijn bovenop zijn uurloon bij een Deense startup ontvangt, komt hij per maand uit zonder te hoeven lenen — en dat ondanks de hoge huur- en levenskosten in Denemarken.

Denemarken heeft de hoogste stufi-uitgave ter wereld, twee keer zo hoog als in buurland Zweden

Van Rijn is niet de enige buitenlandse student die deze goudmijn heeft ontdekt: nadat in 2013 uit Europese wetgeving is gebleken dat SU ook verkrijgbaar moet zijn voor EU-studenten, is het aantal niet-Deense studenten dat de beurs ontvangt in slechts twee jaar tijd geëxplodeerd van 441 naar 7.653. De kosten voor Denemarken groeiden in de jaren daarna gestaag mee, van een kleine 12 miljoen euro in 2013 naar bijna 70 miljoen euro in 2018.

Toch is dit slechts een druppel op de hete plaat van het hele SU-systeem. Zo’n 425.000 studenten kosten de Deense overheid in totaal meer dan 2 miljard euro: de hoogste stufi-uitgave ter wereld, twee keer zo hoog als in (het toch al genereuze) buurland Zweden. 

Jeroen van Rijn bij de Universiteit van Kopenhagen. Beeld: Olivier Overberg.

Rem op Engelstalige studies

Omdat steeds meer EU-burgers naar Denemarken kwamen voor de gratis studie en SU, met name uit Roemenië, Litouwen en Hongarije, trok de toenmalige Deense Minister van Onderwijs Ulla Tørnæs in 2016 al aan de rem. Van de buitenlandse studenten verlaat 42 procent Denemarken namelijk al binnen twee jaar na het voltooien van een masteropleiding. Slechts 38 procent blijft er werken, de overigen doen een vervolgopleiding of zijn werkloos (en ontvangen wederom een Deense uitkering). De helft van deze internationals ontvangt bovendien tijdens de studie SU, terwijl twee derde uiteindelijk niet bijdraagt aan de Deense economie.

Denemarken schoot zichzelf in de voet door het aantal studieplekken voor Engelstalige studies te beperken 

Tørnæs liet daarom onderzoeken of er studies zijn die veel buitenlanders aantrekken. Dit bleken natuurlijk de Engelstalige programma’s te zijn, bovenal technische en bedrijfskundige studies. Toen een jaar later de vastgestelde bovengrens van 60 miljoen euro aan SU voor buitenlanders werd bereikt, was de maat letterlijk vol. De Deense regering voerde als maatregel een maximum aantal plekken voor Engelstalige studies in, om de SU-uitgaven in te perken. 

Sommige nadelen van deze maatregel laten zich al raden: het verlies aan diversiteit onder studenten, het mislopen van buitenlands talent en natuurlijk minder kansen voor EU-studenten om te kunnen studeren (en profiteren) in Denemarken. Maar Denemarken schoot zichzelf ook in de voet: er is immers net zo weinig plek voor het eigen volk bij de studies die zijn ingeperkt. En laat dat nu juist de opleidingen zijn waar veel vraag naar is op de Deense arbeidsmarkt: klimaatverandering, biotechnologie, finance, innovatie en IT.

Omgekeerde Robin Hood

Economiedocent Asger Mose Wingender van de Universiteit van Kopenhagen. Beeld: Olivier Overberg.

Economiedocent Asger Mose Wingender van de Universiteit van Kopenhagen heeft ook zo zijn bedenkingen. In 2014 schreef hij een adviesrapport over onderwijshervormingen, waarin hij de Deense overheid adviseerde om hun focus op kwantiteit te verleggen naar kwaliteit — bijvoorbeeld door direct te investeren in het onderwijs. Nu gaat ongeveer hetzelfde bedrag van rond de 2 miljard euro zowel naar de universiteiten, als direct naar de studenten. “Dat zie je nergens anders ter wereld,” aldus Wingender. “Het zou wellicht zinvol zijn om onderwijsinvesteringen te betalen uit een verlaging van de SU.”

Die verlaging komt er vroeg of laat ook, denkt de macro-econoom. Niet vanwege een gebrek aan geld: Denemarken heeft een begrotingsoverschot. Van rechts tot links zijn er argumenten voor het verlagen van de SU, legt Wingender uit. “Aan de linkerkant ziet men SU vaak als een ‘omgekeerde Robin Hood’; studenten aan universiteiten verdienen later het meeste geld, terwijl de volledige bevolking daaraan mee betaalt — ook de arme huishoudens. Conservatieven en liberalen zien minder SU simpelweg als een eenvoudige manier om geld te besparen.”

En dan heb je nog de rechts-nationalisten, die het liefst helemaal geen geld naar buitenlanders zien gaan. De paradox: door de EU-wetgeving, die vereist dat Denen en EU-burgers gelijk worden behandeld, zal elke vermindering in SU ook voor Denen moeten gelden.

Als je het gratis onderwijs hier ter discussie stelt, is dat politieke zelfmoord

Gulden middenweg

Toch is het economisch gezien een goed idee om onderwijs te subsidiëren, zegt Wingender. “De vraag is enkel: hoeveel? Ik vind dat we in Denemarken te ver zijn doorgedraaid, vanwege een aantal ongezonde neveneffecten: jongeren doen langer over hun studie om langer SU te kunnen ontvangen en studenten kiezen lukraak elke pretstudie zonder baanperspectief, omdat het toch niets kost en je bovendien geld toe krijgt.”

Wat is onder de streep dus wenselijker, een duur Deens systeem voor de overheid of een duur Nederlands systeem voor de studenten? De oplossing van Wingender is een gulden middenweg tussen het Nederlandse en het Deense systeem: een systeem waarbij de financiële voordelen beperkt zijn tot enkel je bachelor-opleiding. “Dat zou in Denemarken een eerste stap zijn naar een efficiënter systeem.” Het onderwijs zelf moet bovendien gratis blijven, benadrukt hij. “Je leidt mensen ook op om voor een groot deel voor de overheid te werken, die investering verdien je terug. Als je het gratis onderwijs hier ter discussie zou stellen, is dat politieke zelfmoord.”

Wij zijn in Denemarken te ver gegaan met SU, terwijl jullie in Nederland niet ver genoeg gaan met het leenstelsel

Gratis studeren én de basisbeurs terug voor alle bachelor-studenten: zou dat niet te radicaal zijn voor Nederland? Wingender stelt voor dat we eerst maar eens grondig onderzoek doen naar welk systeem voor ons optimaal zou werken. “Maar het zou voor beide landen goed zijn om nader tot elkaar te komen. Wij zijn te ver gegaan, terwijl jullie niet ver genoeg gaan.”

De Dag van het Alternatief

LSVb-voorzitter Alex Tess Rutten. Beeld: LSVb.

Wat dat optimale systeem is, moet nog blijken. Met nog precies een jaar tot de Tweede Kamerverkiezingen, begint de race om een alternatief voor het leenstelsel. Dit wordt aangewakkerd door de campagne #NietMijnSchuld van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) en FNV Young & United. Samen organiseren zij op 29 mei de Dag van het Alternatief, wanneer ze een voorstel willen presenteren aan de landelijke politiek. 

De basis van het Deense systeem zou daarbij het uitgangspunt moeten zijn, vindt LSVb-voorzitter Alex Tess Rutten: “Het laat zien dat er waardering is voor studenten en dat ze het belang van hoogopgeleide jongeren beseffen. In Nederland is het idee verdwenen, dat je met studeren bijdraagt aan het collectieve goed. Dat je jezelf daarvoor individueel in de schulden moet steken, klopt niet.”

Misschien was ik wel in Nederland gebleven, als ik de basisbeurs nog zou krijgen

Van Rijn, onze Nederlandse student in Denemarken, is het daarmee eens. “Nederland voert ontzettend kortzichtige politiek, waarmee je studenten naar het buitenland drijft en een braindrain in werking zet. Misschien was ik wel in Nederland gebleven als ik de basisbeurs nog zou krijgen.”

Uiteindelijk kun je dit beter allemaal op Europees niveau regelen, concludeert Van Rijn: “Als studenten willen studeren in een land met hogere levenskosten, wil je die tegemoet komen. Maar dat wil je eerlijk regelen, ook voor het land zelf. Je wil studenten de ruimte geven, zonder dat de hele EU naar je toe komt om daarvan te profiteren. Ik denk dat de oplossing hiervan in Europa ligt.”

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je
dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere
investering. Dankjewel!

Max van Geuns