Gevlucht voor Orbán: jonge Hongaren in Nederland

György Racz, 28 jaar: "Hongarije blijft een postcommunistische maffiastaat.”

Hongarije loopt leeg. Op zoek naar werk en vrijheid trekken met name jongeren massaal weg uit hun vaderland. Nederland is voor velen de eindbestemming. Red Pers sprak met drie jonge Hongaren over hun reden van vertrek, het leven in Nederland en de toekomst van Hongarije.

Dorka Gazsi, in Nederland sinds 2015, woont in Den Haag

Toen Dorka Gazsi (24) klaar was met de middelbare school wist ze één ding zeker: ze wilde niet in Hongarije studeren. “Ik zag geen toekomst voor mezelf in Hongarije. Na de val van het communisme waren de Hongaren lange tijd sterk op het Westen gericht, maar met Orbán zijn we helaas de andere kant op gegaan.’’

Viktor Orbán, zijn naam valt meteen. De premier leidt Hongarije sinds 2010 met strakke hand, na tussen 1998 en 2002 het ambt ook al bekleed te hebben. Voor Dorka vormt de politiek van Orbán en zijn partij Fidesz de reden dat zij zich niet meer thuis voelt in haar land. Zo verloren haar beide ouders wegens hun politieke overtuiging hun baan, kort nadat Fidesz de macht over nam. “Ik kon me niet voorstellen dat ik onder Orbán in Hongarije zou leven. Veel Hongaren lopen met hem weg, zij zien en lezen alleen het nieuws dat in de door hem gecontroleerde nationale pers naar buiten komt”, vertelt ze. “Daarin stelt Orbán zich continu op als de redder van een verloren natie. Momenteel is het met de media zelfs nog slechter gesteld dan toen ik er woonde, maar de Hongaarse bevolking slikt Orbáns woorden als zoete koek.”

Nadat Dorka in Hongarije een relatie kreeg met een jongen die in Leiden ging studeren was ook haar keuze voor Nederland snel gemaakt. Dat ze nog nooit in Nederland geweest was maakte niet uit: van haar zus (die al in Nederland woonde) had ze genoeg positieve verhalen gehoord. Haar woorden bleken niet gelogen. “Ik voel me goed hier. De mensen zijn aardiger en fijner dan in Hongarije, maar omdat ik geen Nederlands spreek voel ik me wel nog steeds een buitenstaander, ook omdat de meeste vrienden van me andere buitenlanders zijn.”

Nederlands leren staat wel op de planning, zegt Dorka stellig: “Voorlopig zie ik mezelf niet naar Hongarije terugkeren. In 2022 zijn er weer verkiezingen, die Orbáns Fidesz waarschijnlijk opnieuw zal winnen. Maar zelfs als dat niet gebeurt, wat is dan het alternatief? De schade die Orbán twaalf jaar lang heeft aangericht in Hongarije valt niet in een paar jaar te repareren. Bovendien kampen we met vergrijzing, want alle jongeren verlaten het land.’’

Treurig concludeert ze: “Het is sneu dat het zo lang zal duren voordat Hongarije voor mij weer aanlokkelijk wordt om te wonen. Het liefst zou ik in hetzelfde land als mijn ouders willen wonen, maar dat gaat nu niet.”

Dorka Gazsi: “Voorlopig zie ik mezelf niet naar Hongarije terugkeren”

Daniel, met tussenpozen sinds 2012 in Nederland, woont in Amsterdam 

Het precieze moment dat Daniel (25) besloot om te vertrekken kan hij zich nog helder voor de geest halen: “In 2012 werd een nieuwe grondwet door het parlement geloodst. Wat me daar niet in aanstond was niet eens zozeer de inhoud, maar meer de procedure. Met slechts twee derde van het parlement in handen dicteerde Fidesz de gehele nieuwe constitutie. Toen dacht ik: in zo’n land wil ik niet blijven.’’

Hierin stond Daniel niet alleen. ‘‘Ik weet nog goed dat de geschiedenisleraar onze klas vroeg wie er naar het buitenland wilde verhuizen. Alle dertig handen schoten de lucht in. Ik denk dat zo’n 30% ook daadwerkelijk gegaan is.’’ Dat Daniels oog op Nederland viel was stom toeval. “Ik was een beetje laat met mijn aanmelding voor een studie, maar gelukkig sloot de deadline in Groningen ook pas laat, daarom koos ik voor Nederland.” Hij was er nog nooit geweest, maar kende de verhalen. “Ik zag Nederland als een liberaal, ruimdenkend land waar dingen werken. De trein komt op tijd, het afval wordt opgehaald. Ik merkte na mijn komst ook dat mensen hier aardiger voor elkaar zijn dan in Hongarije.’’

Inmiddels woont Daniel bij elkaar opgeteld ongeveer zeven jaar in Nederland en spreekt hij de taal vloeiend. Weg wil hij dan ook niet. “De eerstkomende vijf à tien jaar wil ik hier blijven. Ik vind het leven hier echt makkelijk en ik heb alles wat ik nodig heb. Er zijn geen grote zorgen hier.’’

Wij zijn een volk van schapen dat een sterke leider nodig heeft

Dat is bij een eventuele terugkeer naar Hongarije wel anders. Uit angst voor gevolgen van zijn kritiek op Fidesz en Orbán wil Daniel daarom niet met zijn achternaam en foto op Red Pers verschijnen. Overigens is de kans niet groot dat hij voor zijn pensioen terugkeert naar zijn vaderland. “Eerst zal het politiek klimaat moeten veranderen. De vrijheid van meningsuiting moet gegarandeerd zijn en het parlement zal een echt parlement moeten worden in plaats van een ‘theater van democratie’. Maar dat zal voorlopig allemaal niet veranderen.’’

Het gebrek aan verandering komt voort uit de Hongaarse volksaard, zo stelt Daniel. “Hongaren zijn niet volwassen genoeg om voor zichzelf te beslissen. De geschiedenis laat zien dat wij een volk van schapen zijn die een sterke leider nodig hebben om hen te leiden. Daarom vind ik het ook moeilijk om té kritisch te zijn op Orbán. Hij is zeer charismatisch, intelligent en laat zijn partijgenoten het vuile werk opknappen.’’ Hij vervolgt: “Orbán is een pionier op dit gebied geweest, na zijn successen vanaf 2010 wordt het Orbán-model nu ook in Polen en Slowakije gekopieerd. En dat werkt heel goed.’’

György Racz, in Nederlands sinds 2015, woont in Den Haag

“Weet je wat het grote verschil is tussen Hongarije en Nederland?”, György Racz (28) valt met de deur in huis, “onze feestdagen draaien om rouw en politieke manifestaties, hier in Nederland verkoop je je shit op straat, drink je bier en ben je blij.”

Met dezelfde harde cynische toon vervolgt György ook de rest van zijn relaas. “Ik wilde na mijn studie de klinische psychologie in, maar de gezondheidszorg en het onderwijs zijn in Hongarije naar de klote. Een vriendin van mijn moeder verloor bijvoorbeeld haar leven door de falende gezondheidszorg.” Rond diezelfde tijd, net na Orbáns verkiezing tot premier in 2010, raakte György’s moeder haar goede baan bij het Ministerie van Justitie kwijt. Net als bij Dorka’s ouders waren haar politieke voorkeuren hier de oorzaak van. “Orbán heeft na zijn verkiezing het hele staatsapparaat laten zuiveren van linkse sympathisanten. Na deze gebeurtenissen was het ook met mijn laatste hoop voor een toekomst in Hongarije gedaan”.

Over vijf jaar is Hongarije uit de EU

Evenals Dorka koos György redelijk op de bonnefooi voor Nederland. “Ik was hier nog nooit geweest, maar Nederland staat natuurlijk bekend om de vrijzinnige opvattingen en tolerantie. Daar was ik wel aan toe.” “Kijk”, zegt hij ter illustratie, “in Hongarije sloegen zigeuners me bij een straatroof in elkaar omdat ik mijn telefoon niet wilde afgeven, terwijl skinheads me in elkaar sloegen omdat ik er uit zag als een zigeuner.”

Over het algemeen voelt György zich thuis in Nederland. Maar niet alles is peis en vree: “Met die vrijheid en vrijzinnigheid valt het hier wel mee, Nederlanders zijn niet zo liberaal als ze zelf wel eens geloven en ze reageren vaak vooringenomen.” Zelf ervoer hij dat toen het populaire Zondag met Lubach in oktober 2018 een filmpje wijdde aan Orbán en zijn kritiek op de Nederlandse politica Judith Sargentini. “Na de uitzending werd ik plots met andere ogen bekeken. Hongarije wordt hier wel eens té slecht voorgesteld in mijn ogen. De staat is slecht, dat klopt, maar dat is nog geen reden om het hele land zwart te maken.”

Terugkeren wil György echter niet. “De komende drie à vijf jaar blijf ik sowieso hier, daarna moet ik het zien. Ik ben eerlijk gezegd vrij optimistisch over Hongarije. Het land gaat vooruit, de armoede wordt minder. Binnen vijf jaar is Hongarije bovendien denk ik de EU uit en gaat het de banden met Rusland en China aanhalen, wat niet per se slecht hoeft te zijn. Zonder hoop ben ik dus niet helemaal.” Grijnzend voegt hij er aan toe: “Maar Hongarije blijft natuurlijk een postcommunistische maffiastaat.”

De Hongaarse bevolkingskrimp is geen nieuw verschijnsel. Sinds Hongarije in 1989 het communistische juk van zich afwierp, is het aantal inwoners ieder jaar gestaag gedaald. Maar waar in eerdere decennia het lage Hongaarse geboortecijfer hier de hoofdoorzaak van was, vormt de laatste jaren migratie naar andere EU-lidstaten de hoofdrol. In 2011 woonden nog zo’n 143.000 Hongaren in andere Europese landen, inmiddels is dat aantal volgens cijfers van het Hongaarse CBS opgelopen tot circa 600.000. Met name het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, en Oostenrijk zijn populair onder de Hongaarse uitwijkelingen, van wie 75% jonger is dan veertig jaar. Nederland is met ruim 13.000 Hongaarse inwoners aan een opmars bezig.

Steun ons voor € -
Koen de Groot