Van maaltijd tot onderbroek: hoe alles een abonnement werd

Door Bibice Piets

Series kijk je op Netflix, muziek luister je op Spotify, en in de stad rijd je rond op je Swapfiets. Daarnaast heb je ook nog je traditionele telefoon-, sportschool- en internetabonnement. Kortom; we hebben veel abonnementen. Hoe is dat eigenlijk zo gekomen, en wat voor gevolgen heeft dat?

Diensten en goederen afnemen op subscriptiebasis is niet nieuw. Maar wat wel nieuw is, is het sterk toegenomen aanbod van abonnementen. Waar we eerst ‘slechts’ betaalden voor ons telefoonabonnement, internet, en de sportschool, zijn daar streamingsdiensten als Spotify en Netflix bij gekomen. Maar ook abonnementen op producten als voedsel en maaltijdboxen, scheermesjes, bedden en zelfs onderbroeken nemen toe in populariteit. Die trend wordt ook wel de ‘subscription economy’ genoemd, en vooral jongeren tot 25 jaar maken er gretig gebruik van: gemiddeld hebben zij maar liefst zestien abonnementen, blijkt uit onderzoek van het onafhankelijke voorlichtingsinstituut Nibud dat voorziet in budgetadviezen.

Mentaliteitsverandering

De beweegredenen voor het afsluiten van dergelijke abonnementen liggen voor de hand: het is op korte termijn vrijwel altijd goedkoper dan een losse, grote aankoop en bovendien gemakkelijker. Maar er lijkt ook een meer substantiële verklaring te zijn voor de toenemende populariteit van abonnementen, schrijft de Amerikaanse maatschappijcriticus Jeremy Rifkin in zijn boek The Age of Succes (2000). Volgens Rifkin doen begrippen als ‘hebben’ en ‘vergaren’ er steeds minder toe en verschuift de consument van bezit naar gebruik. Dat zou onder meer te maken hebben met het steeds willen hebben van ‘een nieuwer model of upgrade’, aldus Rifkin. Nu bedrijven die op deze mentaliteitsverandering inspelen de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond schieten, lijkt de overgang naar het subscriptiemodel ook in Nederland definitief te zijn ingezet.

Abonnementen zijn voor jongeren een ‘gemaksdingetje’ geworden

Naast de kortetermijnprikkel, speelt er iets anders mee. Econoom en bijzonder hoogleraar e-Marketing aan de Erasmus Universiteit Cor Molenaar, zegt dat waar vroeger de norm was om ergens voor te sparen, abonnementen vooral voor jongeren nu een ‘gemaksdingetje’ zijn geworden. Dat hangt volgens Molenaar samen met de ‘luiigheid’ van de millennial. En dat werkt weer door op de lange termijn. “Bij het aanschaffen van een product creëer je restwaarde die je weer terugkrijgt als je het doorverkoopt. Maar als je iets leent of huurt heb je dat niet. Je bouwt geen vermogen op, maar consumeert alleen maar.” Molenaar snapt de beweging naar een bezitloos leven wel. “Deze generatie staat bewuster in het leven. Omdat ze geen bezit meer nodig hebben, richten ze zich op andere dingen zoals uitgaan en reizen. Vrijheid en ervaringen vinden ze belangrijker.”

Duurzaamheidsbelofte

Behalve het nastreven van vrijheid en opbouwen van ervaringen zitten er ook andere redenen achter het hebben van abonnementen, bewijst Elise uit Utrecht. Ze heeft elf abonnementen, waarvan één op wc-rollen. “Het is wel een beetje raar,” zegt Elise, “maar dan doe ik ook nog eens iets voor het goede doel. Met mijn geld bouwen ze toiletten in Afrika, dat vind ik wel sympathiek.” Deze duurzaamheidsbelofte is steeds vaker terug te zien.

Of het écht beter is voor het milieu, dat is nog maar de vraag

Toch schuilen daarin ook gevaren. Duurzame claims die bedrijven maken moeten volgens de Consumentenbond goed tegen het licht worden gehouden. “Of het écht beter is voor het milieu, dat is nog maar de vraag. Goed onderzoek is daarbij van belang”, aldus woordvoerder Joyce Donat. Na een eerder onderzoek concludeerde de Consumentenbond al dat het steeds refurbishen en uiteindelijk recyclen van bijvoorbeeld wasmachines door abonnementaanbieders, niet veel duurzamer is dan het zelf laten afdanken van een wasmachine na de gebruikelijke levensduur. Dit terwijl een toenemend aantal aanbieders met deze belofte adverteren.

In de problemen

Het gemak waarmee abonnementen worden afgesloten heeft daarnaast een keerzijde. Uit onderzoek blijkt dat 91 procent van de Nederlanders het aantal abonnementen dat zij hebben onderschat. Zo ook ‘abonnementenverzamelaar’ Jennifer Delano uit Hoofddorp. Zij heeft er vijftien “en dan vergeet ik vast nog een paar”. Ondanks de zelfgekozen bijnaam is ze verrast. “Ik dacht dat ik veel minder abonnementen had. Spotify en NPO, daar kan ik best zonder.”

Vaste lasten brengen extra druk met zich mee

Tot dat besef moeten meer mensen komen als het aan Nibud ligt. Uit hun onderzoek blijkt dat mensen doorgaans in de problemen komen als meer dan de helft van hun besteedbaar inkomen opgaat aan vaste lasten. Met de stijgende populariteit van abonnementen kunnen de kosten nog hoger oplopen. Nibud-woordvoerder Gabriëlla Betonville adviseert dan ook goed op het kostenplaatje te letten. “Als je weinig te besteden hebt en wel elke maand dingen huurt – vijf euro hier, vijftien euro daar – dan is dat wel gevaarlijk. Deze vaste lasten brengen extra druk met zich mee.”

Het zelf maken van een overzicht kan helpen. De meeste mensen zien softwarepakketten zoals Adobe en Office en lidmaatschappen van bijvoorbeeld de bibliotheek en het museum over het hoofd bij het opsommen van de maandelijkse lasten. Een derde heeft vijf tot tien abonnementen meer dan zelf ingeschat. Het kan geen kwaad om een deel daarvan tegen het financiële licht te houden, vervolgens op te zeggen en zo meer geld over te houden. Dat kan dan weer worden gebruikt voor nieuwe ervaringen of om te sparen – it’s up to you.

 

Steun ons voor € -

Patrick Karg

Patrick Karg (1993) studeert journalistiek in Utrecht. Hij schrijft het liefst over infrastructuur, consumentisme en beleid, maakt daarnaast fotoseries en is eindredacteur bij Red Pers.
Patrick Karg