We moeten anders naar films gaan kijken

Afgelopen zondag zag ik 1917. Het was voor het eerst in lange tijd dat ik in een Pathé-bioscoop emoties ervoer waarvoor film als kunstvorm bedoeld is.

Ik werd weggeblazen: van de ontelbare lijken in de loopgraven van Noord-Frankrijk tot een verlaten stad in brand, de beelden van cameraman Roger Deakins verdienen een Oscar.

Terwijl het niet eens een première betrof klonk er na afloop applaus en toen besefte ik: wanneer is de laatste keer dat ik in een bioscoopzaal heb gezeten waar men ademloos van begin tot eind gekeken heeft, ervoer wat ik ervoer, waar geen telefoonschermen erbij werden gepakt om de laatste appjes te bekijken?

Ik zocht de tien best bezochte films in de bioscopen in Nederland van afgelopen jaar op: waar zijn we heengegaan, wat zijn de films waar Nederland naar keek? Daarvan waren er vijf van bijna-monopolist Disney, waarvan twee remakes die minder waren dan het origineel (Lion King en Alladin), twee franchise-monsters die volgens een vaste formule hun verhaallijn afwerken (Avengers: Endgame en Spider-Man: Far From Home) en een sequel (Frozen II).

Filmmaker wordt een steeds moeilijker beroep

Verder stonden in de top tien; een film die dusdanig is aangepast voor de Chinese censuur dat hij het bekijken niet waard is (Bohemian Rhapsody), nog een sequel (The Secret Life of Pets II), een discutabele Belgische animatiefilm (Corgi) en een spin-off van het superheldengenre die gezien kan worden als een mindere versie Scorsese’s Taxi Driver (Joker).

Posterboy van het succes

Ik wil niet hypocriet zijn: ook ik genoot van het acteerwerk van Joaquin Phoenix in Joker en ik kijk met alle plezier naar de superheldenfilms van Marvel, ze hebben een bijzonder hoog kijkpleziergehalte. Maar wat zegt het over de staat van de filmindustrie dat in de top tien best bezochte films van 2019 maar één (Corgi daargelaten) originele film staat (Once Upon a Time in… Hollywood), en dat die film gemaakt is door een regisseur (Quentin Tarantino) die met zijn naam op de poster alleen al duizenden zalen uitverkoopt?

Als een voormalig student in de geesteswetenschappen geloof ik er heilig in dat goede cultuur bijdraagt aan een betere, of in ieder geval intelligentere samenleving. Daarom doet het mij pijn dat vrijwel niemand naar films gaat die verrassen, die aanzetten tot denken en die de complexiteit van het menselijk wezen en bestaan onderzoeken. Het probleem is dat filmmaker een steeds moeilijker beroep wordt. Grote bedrijven als Disney, met hun mega-franchises, blazen de concurrentie weg of, simpeler, kopen de concurrentie op.

Het doet me pijn dat vrijwel niemand naar films gaat die verrassen, die aanzetten tot denken en de complexiteit van het menselijk wezen en bestaan onderzoeken

Martin Scorsese slaat in zijn New York Times-column de spijker op z’n kop: “If you’re going to tell me that it’s simply a matter of supply and demand and giving the people what they want, I’m going to disagree. It’s a chicken-and-egg issue. If people are given only one kind of thing and endlessly sold only one kind of thing, of course they’re going to want more of that one kind of thing.”

De filmindustrie moet niet alleen diverser worden op het gebied van kleur en sekse, maar ook op het gebied van ideeën. Dat moeten we als filmliefhebbers verwachten van Disney, maar ik vraag mij af of we het kúnnen verwachten van een bedrijf dat een grote afzetmarkt heeft in het oerconservatieve China en daarnaast behaalde successen niet willen riskeren.

Daarom wil ik er nog wat aan toevoegen. Wij consumenten zouden ook beter kunnen nadenken over waar we naartoe gaan. Als we telkens naar Disneyfilms blijven gaan, en precies hetzelfde voorgeschoteld blijven krijgen, wordt het steeds waarschijnlijker dat we meer van hetzelfde gaan zien.

Er worden in de wereld meer films gemaakt zoals 1917. Zoals Joker, maar beter. Soms op kleinere schaal, soms met een onbekende regisseur. Maar ze worden gemaakt.

Laten we die films niet verliezen.


Steun ons voor € -

Thijs Booden

Thijs Booden (1995) is een columnist die vroeger vooral graag advocaat of profvoetballer wou worden. Hij had veel talent voor beide, maar hem werd verteld dat in schrijven het grote geld zat. Op aandringen van zijn omgeving en om verzekerd te zijn van een goede toekomst, besloot hij toch maar om zijn mening op papier te zetten. Red Pers heeft hem de kans en de plek geboden om dit te doen en daar is hij erg blij mee. Ook is hij op dit moment naast zijn werk als columnist bezig om een studie af te ronden op de Universiteit van Amsterdam.
mm

Latest posts by Thijs Booden (see all)