Van zesdeklassers, de dingen die voorbijgaan

Bouke van Balen. Foto: Olivier Overberg

Je kunt nooit terug naar school. Ja, je kunt het wel doen, maar dan word je met je eigen vergankelijkheid geconfronteerd, ontdekte columnist Bouke van Balen.

Voor het eerst in vijf jaar tijd liep ik door de poorten het schoolplein op waar ik zes jaar lang elke dag was gekomen. Het schoolplein waar ik als brugger opkeek tegen immens grote zesdeklassers, en waar ik mezelf zes jaar later zelf een immens grote zesdeklasser voelde, die klaar dacht te zijn voor de echte wereld. De plek waar ik van hormonaal jongetje tot een semi-volwassen man was uitgegroeid.

De gelegenheid was een heropening van de school, die verbouwd was. Oud-leerlingen mochten het weekend voor de opening alvast een kijkje komen nemen. Er waren veel jaargenoten, en het viel op hoe weinig iedereen eigenlijk veranderd was. We kwamen in dezelfde groepjes als vroeger, met dezelfde normpjes en dezelfde waardjes. We waren op een nostalgische manier blij om elkaar te zien. Allemaal volwassen geworden, soms nog stiekem verlangend naar de tijd waarin we nog geen verantwoordelijkheden hadden en elke dag zich voltrok naar vaste structuren. Voor even konden we samen terug naar het verleden.

In het leven lijkt het vaak alsof plaatsen en tijden uit het verleden precies zo blijven bestaan als je ze achtergelaten hebt. Dat de tijd ergens bevriest als je er weggaat. Alsof je herinneringen fysieke plaatsen blijven die je kunt bezoeken.

Het lijkt alsof herinneringen fysieke plaatsen zijn die je kunt bezoeken

Het is bevreemdend om te ervaren dat het nu eenmaal niet zo werkt. De wereld is in tegenstelling tot je geheugen geen museum van jouw leefwereld. De wereld verandert, en alles is vergankelijk.

“Hallo meneer! Welkom!” werd ik door een stel huidige leerlingen begroet bij binnenkomst. Ik vroeg me af wat deze vreemden deden op mijn school. Mijn vrienden en ik hoorden daar. We stapten naar binnen en zagen dat niets meer herkenbaar was. De verbouwing had van de school een andere plek gemaakt. We liepen wat verdwaasd rond, op zoek naar dingen die misschien nog wel hetzelfde waren gebleven. Toen zagen we onze oude natuurkundeleraar, meneer Buiskool. Hij was mentor geweest van een van mijn beste vrienden.

Toen deze beste vriend op hem afstapte bleek meneer Buiskool geen weet meer te hebben van zijn bestaan. Uit medelijden deed hij wel alsof, door knikkend te vragen hoe het nu ging, zichtbaar bang voor een vervolgvraag. Dat hij natuurkunde was gaan studeren was hij klaarblijkelijk vergeten. Toen ging het dagen: we zijn zelf degenen die niet meer herkenbaar zijn.

Wij leven vaak met de illusie dat we onvergankelijk zijn. Een bezoek aan een herinnering kan die illusie pijnlijk doorbreken. De school bestaat natuurlijk nog, en haar leraren ook. Er zijn nog steeds leerlingen, die nog steeds pauze houden, roddelen op de wc’s en te hard lachen in de mediatheek.

Alleen de school van toen bestaat niet meer. De leraren van toen bestaan niet meer. De leerlingen van toen bestaan niet meer. Wij dachten dat we nog bestonden, op onze plek van vroeger. Maar wij zijn allang vergaan.


Steun ons voor € -

Bouke van Balen

Bouke (1997) studeert bèta-gamma aan de Universiteit van Amsterdam, en combineert daar neuropsychologie en filosofie. Hij schrijft columns, longreads en co-host de podcast voor Red Pers. Momenteel schrijft hij veel over de maatschappelijke impact van de digitalisering.

Latest posts by Bouke van Balen (see all)