De UvA is er niet voor mij

Thijs Booden. Foto Olivier Achterberg.

Een minuut of tien dacht ik dat het een hartaanval was. Ik schreeuwde naar mijn moeder – smeekte of ze alsjeblieft 112 kon bellen. Zij wist het toen al beter dan ik, en kwam terug met een nat washandje om mijn bezwete voorhoofd af te vegen.

Nu, acht jaar later, is er geen dag voorbijgegaan zonder dat ik het gevoel had een hartaanval te krijgen, of te moeten overgeven, of flauw te vallen. Meestal weet je wanneer het toeslaat; voordat je ergens heen moet bijvoorbeeld, maakt niet echt uit waarnaartoe. Maar soms ook onverwachts, als je op de bank televisie kijkt of in bed ligt.

Het is een angst- en depressiestoornis waar ik nooit meer vanaf kom. Uiteraard zijn er goede dagen en maanden, zoals er ook slechte dagen en maanden zijn. Afleiding helpt, maar geneest niet. Zoals de Eagles zongen: “you can check out anytime you like, but you can never leave”.

De zomermaanden waren goede maanden. Het leven floot me letterlijk en figuurlijk toe. Ik had er zin in om mijn grote interesse – politiek – beter te leren begrijpen op de universiteit. Ik was, of ben, een gemotiveerde student die het niet erg vindt om boeken en essays uit te pluizen – het geeft me wat te doen als angsten me dwingen thuis te blijven.

Zo begripvol als mijn docenten waren, zo koud was het UvA-beleid

Ik kreeg een paniekaanval bij het eerste hoorcollege. Na jaren ervaring is het wel te verklaren: nieuwe omgeving, geen mensen die ik persoonlijk ken, mezelf veel druk opgelegd om de studie af te maken. Ik was er nog niet klaar voor, maar ik zou er beter en beter inkomen.

Maar pas op de plaats was wel even noodzakelijk. De eerste weken zou ik voorzichtig moeten opbouwen om het op de lange termijn vol te houden. Dus ging ik meerdere keren per week naar de universiteit om te wennen aan mijn nieuwe leven. Ik liep er rond, studeerde wat voor mezelf. Hoorcolleges keek ik terug met dank aan behulpzame docenten en de werkgroepopdrachten leverde ik keurig op tijd in, elke keer met een update over mijn situatie erbij.

Maar zo begripvol als mijn docenten waren, zo koud was het UvA-beleid. Wie te veel werkgroepen mist kan het vak niet afmaken. Studeren met een beperking is, naar eigen zeggen van de universiteit, mogelijk aan de UvA. Ik ging er daarom vanuit dat als ik de situatie goed kon uitleggen, ik op begrip kon rekenen.

Ik snap dat er regels zijn en ik hoef niet aan de hand te worden gehouden. Op de universiteit studeren volwassenen

Op een dinsdagmiddag zat ik in het kantoor van de studentendecaan. Ik had ter plekke last van een paniekaanval en gaf dit aan. Op mijn scherpst was ik dus niet. Ik vroeg om hulp.

“Als je niet naar de werkgroepen kunt, waarom ga je dan niet naar de Open Universiteit?” was het antwoord van de decaan. “Waarom sta je ingeschreven als je hier alleen maar rondloopt en voor jezelf werkt? Waarom doe je dat niet in je eigen tijd? Is het niet beter om een uitkering aan te vragen?”

Een dag later had ik een afspraak met de studieadviseur. Ook zij kon mij niet verder helpen. “‘De examencommissie kijkt over onze nek mee. Je kunt daar beroep aantekenen, maar ik acht de kans nihil dat ze dat zullen honoreren. Vorig jaar lag er een jongen in het ziekenhuis en ook hij kon het vak niet afmaken.”

De rest van het jaar werd aldus voor mij uitgestippeld. Het hele jaar door bij vrijwel alle werkgroepen fysiek aanwezig zijn, geen uitzonderingen. Ik vroeg waarom de UvA vermeldt dat studeren met een beperking mogelijk is. Dat was het ook, was het antwoord, maar uitzonderingen konden niet worden gemaakt. Oftewel: studeren aan de UvA met een beperking is mogelijk, mits je beperking binnen de lijntjes van de UvA past.

Ik begin me zo langzamerhand zorgen te maken over mijn toekomst

Ik snap dat er regels zijn en ik hoef niet aan de hand te worden gehouden. Op de universiteit studeren volwassenen. Maar dat er geen enkele mogelijkheid tot hulp of oplossing is, baarde me zorgen. Erg veel zorgen.

Nu, na maanden gemotiveerd te zijn voor een nieuwe studie, zit ik weer thuis. Niet wetende wat te doen. Ik ben gemotiveerd, wil aan de slag en bovenal mezelf ontwikkelen. Je studietijd schijnt de mooiste tijd van je leven te zijn. En nu? Maar een uitkering aanvragen?

Ik begin me zo langzamerhand zorgen te maken over mijn toekomst. En ik weet dat ik niet de enige kán zijn met dit probleem, in een tijd waarin psychische problemen een steeds grotere rol spelen onder studenten.

Misschien toch maar eens kijken naar de Open Universiteit. “Het is er wel wat minder gezellig,” zei de decaan. Dat is in ieder geval fijn om te weten.


Steun ons voor € -

Thijs Booden

Thijs Booden (1995) is een columnist die vroeger vooral graag advocaat of profvoetballer wou worden. Hij had veel talent voor beide, maar hem werd verteld dat in schrijven het grote geld zat. Op aandringen van zijn omgeving en om verzekerd te zijn van een goede toekomst, besloot hij toch maar om zijn mening op papier te zetten. Red Pers heeft hem de kans en de plek geboden om dit te doen en daar is hij erg blij mee. Ook is hij op dit moment naast zijn werk als columnist bezig om een studie af te ronden op de Universiteit van Amsterdam.
mm

Latest posts by Thijs Booden (see all)