Zwichten voor de empathy trap

Taalgebruik bepaalt het (publieke en politieke) debat en als taal verandert, verandert het debat mee. Deze taalverandering was het onderwerp van gesprek tijdens het evenement Taal Verklapt Alles. Redacteur Juliët Boogaard woonde de avond bij en concludeert: we maken steeds veelvuldiger gebruik van emotieve taal, en dat heeft consequenties. 

The meaning of words lies in their use.” Deze rake uitspraak van taalfilosoof Ludwig Wittgenstein wordt aangehaald door taalonderzoeker Sal Hagen. Zijn onderzoek beaamt de uitspraak: het gebruik van woorden verandert, en daarmee ook de betekenis. Voor het evenement Taal Verklapt Alles analyseerde hij het gebruik van de woorden ‘klimaatverandering’, ‘feminisme’ en ‘racisme’.

Een andere aangehaalde uitspraak, van taalkundige John Rupert Firth, beschrijft de methode van Hagen: “You shall know a word by the company it keeps.” Hagen onderzocht welke woorden vaak samen worden gebruikt. Door te bekijken in welk gezelschap een woord zich bevindt, valt wat te zeggen over het gebruik ervan in zowel het publieke als het politieke debat. Deze omringende woorden worden ‘N-grams’ genoemd.

Zijn data haalt Hagen uit spreekbeurten en interrupties in de Tweede Kamer (het politieke debat) en gearchiveerde artikelen van de grote kranten NRC, De Volkskrant en De Telegraaf (het publieke debat).

Van verandering naar uitsterving

Het gebruik van het woord ‘klimaatverandering’ laat zien hoe het discours verandert, blijkt uit Hagen’s analyse. Wat in ieder geval opvalt is dat het een woord van deze tijd is. Het wordt in de kranten vaker gebruikt dan ooit. Daarnaast is het opmerkelijk dat de N-grams uit het publieke debat een activistische ondertoon hebben: gevolg(en), effect, strijd, aanpak. Ook dit past in onze tijd: de tijd van de Klimaatmars, de tijd van Extinction Rebellion en de tijd van massale uitsterving.

Dat laatste past in het straatje van veranderend taalgebruik. Een lid van Dwars, de jongerentak van GroenLinks, zit in de zaal bij Taal Verklapt Alles. Zij vertelt dat Dwars onlangs heeft besloten emotieve taal te gebruiken in het klimaatdebat. Zo wordt er bijvoorbeeld gesproken over ‘klimaatcrisis’ in plaats van ‘klimaatverandering’ en dus ‘massale uitsterving’ in plaats van ‘vermagering van de biodiversiteit’. De hoop is dat deze veranderingen in taalgebruik ook veranderingen in gedrag teweeg zullen brengen.

Empathy trap

Filosoof Peter Singer waarschuwde in 2016 al voor de empathy trap: empathie kan misleidend zijn. We geven dan slechts om het probleem dat als het meest problematisch wordt geschetst, in plaats van het probleem dat het meest problematisch is. Dit verhoudt zich tot emotieve taal, maar ook tot andere vormen van communicatie die empathie opwekken. Het mechanisme van de empathy trap bestaat al veel langer dan we ons kunnen voorstellen. Socrates waarschuwde in de Oudheid al voor sofistische retoriek: als we ons oordeel slechts baseren op de overtuigingskracht van (de woorden van) een spreker, dan lijkt de waarheid er niet meer toe te doen. Net als bij de empathy trap wordt de gevoelswereld van de toehoorder aangesproken. En is dat niet precies wat we doen als we allerlei opgesmukte termen gaan bedenken voor fenomenen waar al woorden voor zijn?

Als we ons oordeel slechts baseren op de overtuigingskracht van (de woorden van) een spreker, dan lijkt de waarheid er niet meer toe te doen

Onderzoeksjournalist Zoë Papaikonomou (één van de aanwezigen op het podium van Taal Verklapt Alles) onderschrijft het belang van emotief taalgebruik juist: “Een probleem schets je met emotief taalgebruik, dat trekt aandacht.” Daar zit wat in: door woorden anders – bijvoorbeeld: op emotieve wijze – te gebruiken, verander je het debat en daarmee ook de lading van het woord. Zodoende kun je een onderwerp kracht bijzetten.

Eufemismen

Uit Hagen’s onderzoek naar het gebruik van het woord ‘feminisme’ blijkt dat het eigenlijk nauwelijks genoemd wordt. Ook dit gegeven suggereert gevoeligheid voor de empathy trap. Volgens Papaikonomou is feminisme namelijk wel degelijk onderwerp van debat, maar wordt het niet als zodanig benoemd. Mensen zijn namelijk bang voor de associaties van het woord. En dus worden toegankelijkere termen gebruikt. Maar het gebruik van eufemismen doet per definitie af aan de betekenis van een begrip: deze wordt afgezwakt door een vervangend en ‘lichter’ woord te gebruiken.

En ook hier blijkt dat op emotieve wijze aandacht vragen meer uithaalt dan feiten vermelden. Kijk maar naar de MeToo-beweging, die had volgens Papaikonomou ‘een gigantische impact’. “Maar als je zegt dat miljoenen vrouwen te maken krijgen met seksuele intimidatie bereikt dat veel minder. Het is niet het populaire verhaal.” Een schoolvoorbeeld van de empathy trap: emotionele, individuele verhalen spreken meer aan dan collectieve problematiek.

Aangespoeld jongetje

We vallen er allemaal voor. En misschien is dat maar goed ook. Niet omdat de cijfers en de feiten er niet toe doen, maar omdat het een effectieve manier blijkt om een verhaal over te brengen. Tegelijkertijd is het een wrang gegeven. Waarom is er een aangespoeld jongetje voor nodig om empathie op te wekken voor vluchtelingen? Waarom moeten we termen op dramatische wijze gaan aanpassen om de ernst van bepaalde gegevens in te zien?

Als het dus zo is dat we emotionele ontroering nodig hebben om de ernst ergens van in te kunnen zien, moeten we daar maar op inzetten

Opvallend is dat woorden afhankelijk van de thematiek enerzijds “emotiever” gemaakt worden, zoals in de klimaatdiscussie, en anderzijds “lichtere versies” krijgen, zoals bij feministische uitingen. Dit laatste geldt ook voor racisme, het laatste woord dat aan bod komt tijdens Taal Verklapt Alles. Journalist Rasit Elibol, ook één van de aanwezigen op het podium, denkt dat het probleem is dat racisme geen neutrale term is. Volgens Elibol durven we iets daarom niet als racistisch te bestempelen, wat in wezen betekent dat er wordt weggekeken. Want racisme zit in alledaagse dingen. Maar het woord is te beladen om toe te laten in het alledaagse. Papaikonomou illustreert dit met een voorbeeld: “Als je tegen iemand zegt ‘wat u doet is racistisch’, hoort diegene vaak ‘ik vind u iemand met een witte puntmuts op’.” Dat is de associatie die wordt opgewekt.

En dat is nu precies het probleem van de empathy trap: als we alleen aangedaan worden door de meest hartverscheurende woorden, verhalen en afbeeldingen, dan negeren we dezelfde problematiek in het alledaagse. In zo’n hypergevoelig klimaat moet er dan seksueel- en machtsmisbruik van machtige mannen aan te pas komen om alledaags(e) seksisme en intimidatie aan het licht te stellen.  Toch moeten we daar misschien voor zwichten. Want anders blijven we wegkijken. Als het dus zo is dat we emotionele ontroering nodig hebben om de ernst ergens van in te kunnen zien, moeten we daar maar op inzetten. Ook in ons eigen gebruik van (emotieve) taal.


Steun ons voor € -