Heeft Femke Halsema recht op een privéleven?

Foto: Richard Broekhuijzen. CC BY-SA 4.0

Als er een persoon is over wie we niet uitgesproken raken, is het wel Femke Halsema. Als burgemeester van Amsterdam is de aandacht continu op haar gericht. Maar hebben publieke figuren in Nederland nog wel recht op een privéleven? Redacteur Tahrim Ramdjan sloeg de wetboeken erop na. 

Femke Halsema is al lange tijd onderwerp van gesprek, en al helemaal sinds de zaak rondom haar partner. Die bezat illegaal een onklaar gemaakt wapen, dat vervolgens in bezit van Halsema’s zoon bleek te zijn geweest toen die afgelopen zomer werd gearresteerd. De Telegraaf publiceerde erover en een mediahype was geboren. Het roept de vraag op in hoeverre het grondrecht op privéleven, zoals dat voor doorsnee burgers geldt, ook opgaat voor een publiek figuur als Halsema. Zoals George Orwell schreef, zijn sommige mensen af en toe gelijker dan anderen, ondanks gelijkheid voor het recht. 

In de Nederlandse Grondwet is het recht op privéleven terug te vinden in artikel 10, dat in het algemeen stelt dat ieders privéleven beschermd wordt. Tevens voorziet het artikel in een wet die nadere regels stelt aan het uitwisselen van persoonsgegevens, maar daarmee geeft het grondwetsartikel zelf nog geen bescherming.  

Het nogal verouderde artikel 13 beschermt ook het verkeer over de telefoon en telegraaf. Of we dit artikel kunnen toepassen op de huidige tijd, valt te betwisten. Veel juristen vinden dat de iPhone en het internet wezenlijk verschillen van de oude kiesschijftelefoon en telegraaf. De Tweede Kamer heeft ingestemd met een aanpassing van dit grondwetsartikel, maar voorlopig biedt de Grondwet ons nog onvoldoende bescherming. 

Europese reddingsboei

Gelukkig is het zo dat het internationaal bindende Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) ook in een recht op privéleven voorziet. Het gaat dan om artikel 8. Dat artikel legt vast dat het privé- en gezinsleven, en daarmee ook het huis en de correspondentie, van iedereen gerespecteerd moet worden. Artikel 8 geeft ook aan dat dit recht soms beperkt kan worden, bijvoorbeeld in het kader van nationale veiligheid of om andermans rechten te beschermen. 

Over het EVRM zijn drie interessante zaken op te merken. Zo is het EVRM niet verbonden aan de Europese Unie (EU), hoewel de naam dat doet vermoeden. Het EVRM is bindend voor alle leden van de Raad van Europa, die veel breder is dan de EU: zo is bijvoorbeeld Turkije ook lid van de Raad van Europa, maar vooralsnog niet van de EU. Verder heeft het EVRM ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in het leven geroepen, dat conflicten over de interpretatie van het verdrag beoordeelt wanneer alle nationale rechtbanken gepasseerd zijn. Ten slotte vinden de bepalingen in het EHRM directe werking in Nederland, zelfs boven nationale wetten – dat is zo geregeld in onze Grondwet. 

Von Hannover

Nu de terminologie helder is, kunnen we kijken naar een van de landmark cases van dit hof als het gaat om het recht op privéleven. In 2004 heeft het Hof uitspraak gedaan in de zaak van Caroline von Hannover, prinses van Monaco, van wie meerdere foto’s waren gepubliceerd; tijdens een etentje, in badpak op het strand en in het bijzijn van haar kinderen. De Duitse rechter oordeelde dat de laatste twee situaties vielen onder de persvrijheid, waarop Von Hannover de zaak naar het EHRM bracht.  

De zaak van Von Hannover heeft inmiddels met drie verschillende publicaties voor het Hof gedaagd 

In de Von Hannover-zaak trof het Hof vooral een spanning aan tussen enerzijds het recht op privéleven dat Caroline genoot, maar anderzijds het recht op vrijheid van meningsuiting – eveneens gegarandeerd in het EVRM, artikel 10. Het recht op vrijheid van meningsuiting kan, interessant genoeg met dezelfde clausule als het recht op privéleven, beperkt worden wanneer het andermans reputatie of rechten beschadigt. De zaak van Von Hannover heeft inmiddels met drie verschillende publicaties voor het Hof gedaagd. 

Gerechtvaardigd

In de tweede Von Hannover-zaak heeft het Hof vijf duidelijke criteria ontwikkeld om de spanning tussen artikelen 8 en 10 te beslechten, waarvan het eerste criterium het belangrijkst is: indien een publicatie bijdraagt aan een publiek debat waarin een algemeen belang heerst, dan is de publicatie gerechtvaardigd, ongeacht het privéleven van het publiek figuur. 

Daarnaast is een publicatie sneller gerechtvaardigd wanneer het een persoon betreft die daadwerkelijk een publieke functie uitoefent. Ook kan het gedrag van deze persoon de publicatie rechtvaardigen. Dat is het geval wanneer de publieke figuur zelf zijn privézaken in de pers verspreidt. Daarbij zijn ook de vorm, inhoud en gevolgen van de publicatie van belang: hoe suggestief is de publicatie, of documenteert deze alleen feiten? Daarbij kan het relevant zijn in welke hoedanigheid de inhoud van de publicatie is gedocumenteerd. In deze zaak: of de foto’s van Von Hannover op legale wijze verkregen zijn. 

Hoewel de Von Hannover-criteria duidelijkheid scheppen in het spanningsveld rondom het recht op privéleven, betreft het geen vaste criteria die altijd gelden. Het Hof kan zich er wel op beroepen, maar hoeft dat niet te doen. Bovendien zullen situaties die zich in Nederland afspelen alsnog eerst voor de Nederlandse rechter moeten dagen, voor wie hetzelfde voorbehoud geldt. 

Onno Hoes had de jongen benaderd via een openbare datingsite, wat zijn eigen gedrag belastender maakt

De meest recente situatie die in het spanningsveld tussen artikelen 8 en 10 van het EVRM valt, is de affaire van Onno Hoes – destijds burgemeester van Maastricht – met een jongere man, die werd uitgezonden door PowNews. In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam geoordeeld dat in deze zaak de vrijheid van meningsuiting zwaarder woog dan het recht op privéleven, omdat Hoes er zelf een publieke zaak van maakte in de gemeenteraad: een combinatie van de criteria ‘publiek debat’ en ‘gedrag vooraf’. Bovendien vonden de opnamen plaats in openbare ruimten en had Hoes de jongen benaderd via een openbare datingsite, wat zijn eigen gedrag belastender maakt. 

Terug naar Halsema. Hoe zouden de ontwikkelde criteria op haar zaak van toepassing zijn? Om te beginnen is er niet een (audio)visuele publicatie waar Halsema tegenin zou kunnen gaan, wat de zaak voor haar zou bemoeilijken als het gaat om het aankaarten van suggestiviteit of onredelijke documentatie in de publicatie. De eerste verslaggeving van de arrestatie van Halsema’s zoon door De Telegraaf bleek, ondanks suggestieve koppen, vooral gestaafd op feiten die in principe door zowel burgers als pers vrij op te vragen zijn bij de politie. 

Algemeen belang

Tevens heeft het gedrag van Halsema er zelf niet toe bijgedragen dat de zaak privé bleef. Zo lieten NRC-journalisten Thijs Niemantsverdriet en Hugo Logtenberg, die Halsema’s partner Robert Oey hebben geïnterviewd, desgevraagd weten: “Journalisten hebben niets te zoeken in het privéleven van publieke figuren – tenzij dit, door hun eigen toedoen, een zaak van publiek belang is geworden. Daar komt bij dat het de burgemeester zelf was die ons voor een reactie op onze bevindingen doorverwees naar haar levenspartner.” Waarschijnlijk wijzen de journalisten op de open brief van Halsema ‘aan alle Amsterdammers’ over deze zaak, waardoor het een publieke zaak werd – iets wat doet denken aan Onno Hoes die de gemeenteraad zelf betrok bij zijn escapades. 

Het is kennelijk zo dat de Caroline von Hannover-criteria ook in Nederland duidelijk richting geven in het oplossen van de spanning tussen de vrijheid van meningsuiting en het recht op privéleven. Als je een publiek figuur bent, hoor je een zekere indringing van je privésfeer te tolereren. Wellicht is het dus het geval dat sommige mensen meer recht op een privéleven hebben dan anderen – maar dan enkel en alleen, zoals het recht dat zo mooi verwoordt, wanneer het algemeen belang daarmee wordt gediend.   


 

Steun ons voor € -

Latest posts by Tahrim Ramdjan (see all)