“Ik maakte kennis met een wereld waar we in Nederland nooit iets over horen”

Foto: Wisse Booij

Hoe is het om als journalist in het buitenland te werken? Wisse Booij gaat op zoek naar het verhaal. Vandaag: Journalist Arne Doornebal, die zesenhalf jaar in Afrika werkte. “Er is veel vooruitgang en ontwikkeling.”

“Als kind schreef ik al voor de schoolkrant, en later ook voor het supportersblad van sc Heerenveen,” vertelt Arne Doornebal (36) in het café van natuurhistorisch museum Naturalis in Leiden. Eigenlijk hadden we bij hem thuis in Zaandijk afgesproken, maar zijn kinderen bleken een vrije dag te hebben. In het museum konden ze zich mooi vermaken. 

Toen Doornebal een jaar of tien was, ging hij bij zijn oom in Botswana op bezoek, die daar vrijwilligerswerk deed. “In die tijd ging nog bijna niemand met het vliegtuig op vakantie,” merkte Doornebal op. “Zeker niet in ons dorp in Friesland.” De reis maakte een diepe indruk op hem. Het zaadje voor zijn affiniteit met Afrika was geplant. Na zijn studie journalistiek in Zwolle ging hij naar Oeganda om vrijwilligerswerk te doen. “Ik kon niet geloven wat ik allemaal in de lokale kranten las,” zegt Doornebal, terwijl hij een slok neemt van zijn cappuccino. “Ik maakte kennis met een wereld waar we in Nederland nooit iets over horen.” 

Doornebal voor natuurhistorisch museum Naturalis in Leiden. Foto: Wisse Booij

Enkeltje Oeganda

Terug in Nederland ging hij naar een bijeenkomst over Afrika-journalistiek. Vanuit Zuid-Afrika riep correspondent Bram Vermeulen iedereen op om naar het continent te komen. “Dat maakte veel indruk op mij. Ik was toen jong en had een Oegandese vriendin overgehouden aan het vrijwilligerswerk. In 2007 kocht ik een enkeltje Oeganda.” 

Doornebal, die als freelancer onder meer voor TrouwNRC en De Groene Amsterdammer ging schrijven, vertelt dat het wel even wennen was. Hij betrok een klein appartement in het dorp van zijn vriendin. “Het was niet comfortabel. Tijdens een oliecrisis was de brandstof van ons kookstelletje op. Toen heb ik uren later en vijf tankstations verder eindelijk wat petroleum gevonden. Daarna konden we pas koken.”

Een paar maanden later ging hij in de hoofdstad Kampala wonen. Hij heeft geen spijt van zijn tijd in het dorp. “De meeste correspondenten die door de grote media worden uitgezonden, komen gelijk in een groot, ommuurd huis terecht. Dan zit je meteen tussen de elite,” zegt hij. “Doordat ik met een lokale vrouw en weinig geld in een dorp woonde, denk ik dat ik beter snap hoe het normale leven er daar uitziet.”

“Ik weet van Oegandese journalisten die klappen hebben gekregen.”

In het dorp was Doornebal de enige met een witte huidskleur. “Dan word je wel veel nagekeken.” In de journalistiek had zijn huidskleur ook een effect, legt hij uit. “Als ik een ministerie binnenliep voor een interview met de minister, was de kans vrij groot dat ik een uurtje later met hem aan tafel zat,” stelt hij. “Voor de gewone Oegandese journalist is dat een stuk lastiger.”

Toen Doornebal net in Kampala ging wonen waren er veel tribale spanningen. “De politie trad hard op. Ik weet van Oegandese journalisten die klappen hebben gekregen.” Volgens Doornebal ben je als witte Europeaan veiliger in zulke situaties. “Een Oegandese agent kijkt wel drie keer voordat hij een klap geeft aan iemand die wit is. Het gekke is dat velen daar echt nog denken dat witte mensen beter zijn.” Dit idee is er tijdens de koloniale tijd zo ingestampt, denkt Doornebal. “Je staat automatisch op een voetstuk.” 

Maar wit zijn heeft in Afrika ook nadelen. “Op de markt word je constant afgezet omdat ze denken dat je veel geld hebt,” vertelt Doornebal. “De relatie is gewoon nog een beetje scheef en moeizaam. Dat vond ik een bijzondere gewaarwording.”

Arne Doornebal: “Journalisten moeten gewoon de waarheid zeggen.” Foto: Arne Doornebal

Homoseksualiteit

“Als westerse journalist in Afrika is het belangrijk dat je vanuit nieuwsgierigheid werkt in plaats van vanuit een oordeel,” legt Doornebal uit. Hij vertelt dat hij dat goed zag bij de homoseksualiteitskwestie in Oeganda. “Toen ik daar net was, escaleerde dat heel erg.” Volgens Doornebal begon het toen een paar gemaskerde mannen tijdens een persconferentie in 2007 vertelden dat ze homo waren. 

“Het hele land was gechoqueerd,” zegt Doornebal. “Een paar jaar later uitte zich dat zelfs in een wetsvoorstel waarin stond dat homoseksualiteit bestraft zou worden met de dood.” Vervolgens leidde dit weer tot een grote reactie vanuit de internationale gemeenschap. “Ik ben toen door twee westerse cameraploegen ingehuurd als fixer. De Amerikaanse ploeg deed het goed: zij interviewden de bedenker van de anti-homowet door open vragen te stellen en niet te hard te oordelen.” Doornebal legt uit dat je de geïnterviewde zo op zijn gemak stelt. Die durft dan oprecht zijn of haar visie weer te geven. 

“We denken graag in frames. Jarenlang was Afrika the lost continent en ging alles daar verkeerd.”

Bij de BBC ging het anders. “Die idioot Stephen Fry begon de mensen die hij interviewde de huid vol te schelden,” herinnert Doornebal zich. “Dat is niet jouw taak als journalist.” Doornebal verwijt de westerse activisten hun betrokkenheid bij de gefaalde homo-emancipatie in Oeganda. “Ik denk dat ze een halve eeuw te vroeg waren,” zegt Doornebal. Bovendien wisten veel Oegandezen voor 2007 niet eens dat homoseksualiteit bestond. “Ik ken veel homoseksuelen die zeggen dat ze het daarvoor beter hadden. Vroeger konden ze nog als man hand in hand over straat. Dat deden heteroseksuele mannen ook, gewoon als vrienden.”

Frames

Doornebal ziet een mooie toekomst voor Afrika weggelegd. “In veel landen is het nu vreedzamer dan een paar decennia terug. Er is veel vooruitgang en ontwikkeling.” Hij stoort zich wel aan de houding van de media tegenover het continent. “We denken graag in frames,” legt hij uit. “Jarenlang was Afrika the lost continent en ging alles daar verkeerd.” 

Er wordt nu veel over Africa Rising geschreven, een term die de snelle economische groei van het continent na 2000 omschrijft. “Dat is het nieuwe frame,” meent Doornebal. Persoonlijk vindt hij het niet zo erg dat er overdreven wordt. “Als er een beetje overdreven moet worden om tot de mensen hier te laten doordringen dat het wat beter met Afrika gaat, dan moet dat maar,” stelt hij. “Als journalist vind ik het wel erg, want journalisten moeten gewoon de waarheid zeggen.”

Volgens Doornebal is er wel een valkuil voor de ontwikkeling van Afrika. “Ik maak me echt zorgen over de bevolkingsgroei. Gezinnen komen nauwelijks rond van hun land.” Dat stuk land moet vaak over meerdere zoons worden verdeeld. “In veel landen gaat het zo niet langer.” 

“Wij denken dat er in Afrika alleen maar ellende is. Daar denken ze dat het geld in Europa aan de bomen groeit.”

Als er in Europa over Afrika bericht wordt, gaat het vaak over migratie. Daar stoort Doornebal zich aan. “Per jaar komen er vanuit Afrika, een continent met een miljard inwoners, zo’n tweehonderdduizend mensen via de Middellandse Zee naar Europa, een continent met een half miljard inwoners,” vertelt hij. “Die migrantenstroom stelt dus helemaal niks voor.” Volgens Doornebal wordt het onderwerp opgeblazen door populistische politici die enkel uit zijn op electoraal gewin. 

“Het klopt dat er veel mensen in Afrika zijn die naar Europa willen komen,” zegt Doornebal. “Maar dat komt ook omdat de mensen in Afrika net zo’n vertekend beeld van Europa hebben als wij van Afrika. Wij denken dat er in Afrika alleen maar ellende is. Daar denken ze dat het geld in Europa aan de bomen groeit.”

Goedkoper

Volgens Doornebal wordt dat beeld in stand gehouden door Afrikanen hier die willen laten zien dat hun tocht succesvol is geweest. “Ze poseren op straat met dure auto’s die helemaal niet van hen zijn. Die foto’s sturen ze vervolgens naar huis, terwijl ze hier gewoon plees schoonmaken.” Doornebal denkt dat mensen altijd ergens heen willen waar ze denken dat het beter is. “Kijk naar de Nederlanders die drie eeuwen geleden naar Zuid-Afrika zijn gegaan op zoek naar rijkdom,” zegt hij. “En ook nu kopen Nederlanders die dicht bij de grens wonen een huis in België, omdat het daar goedkoper is.”

We moeten van migratie veel minder een probleem maken en de grenzen openen, want wij zijn daar zelf ook bij gebaat, stelt Doornebal. “Niemand wil hier meer werken. Heel veel slecht betaald werk wordt al door buitenlanders gedaan,” legt hij uit. “We moeten de circulaire migratie stimuleren. Als je makkelijk Europa binnenkomt, is de drempel ook minder hoog om weer terug te gaan.” Doornebal vertelt dat hij veel Afrikanen in Nederland kent die niet van plan zijn hun hele leven hier te blijven. 

“Wij hebben de boel daar eeuwenlang gekolonialiseerd.”

Een ander veelbesproken onderwerp met betrekking tot Afrika is de toenemende invloed van China op het continent. “Ik vind dat wij als Europa boter op ons hoofd hebben als we daar een groot punt van maken,” is Doornebal stellig. “Wij hebben de boel daar eeuwenlang gekolonialiseerd.”

Toch is hij niet blind voor de negatieve effecten van de Chinese bemoeienis. Doornebal: “Veel van wat er wordt gebouwd, gebeurt te haastig. Dan worden er nieuwe wegen aangelegd die er fantastisch uitzien, maar het slechts volhouden tot de volgende verkiezingen. Dat is zonde.” Volgens Doornebal moet er gestreefd worden naar een gelijkwaardige verhouding tussen de gebieden. “Maar ja, zo is het met Europa ook niet, en zo is het ook nooit geweest.” 

Doornebal maakte een bootreis die 29 dagen zou duren. Foto: Arne Doornebal

Bootreis

“Er zijn een paar steden in Oost-Congo waar vliegtuigen met allemaal goedkope troep uit China landen,” vertelt Doornebal. “Al die spullen worden vervolgens door handelaren over de rest van de regio verspreid.” Deze handelaren varen aan boord van grote schepen over de rivier de Congo, van het oosten helemaal naar hoofdstad Kinshasa. Doornebal besloot om zelf ook een keer mee te gaan, een reis die uiteindelijk 29 dagen zou duren. “Het was wel pittig. Ik heb opgekruld achterin een landcruiser geslapen, maar ook op een matje op het dek, in de kapiteinshut, en zelfs aan wal, op een matje in het oerwoud.” 

Hij vertelt hoe er op de boot een soort dorp ontstond. “Ik zat daar met een paar honderd Congolezen. Daar zaten ook veel vrouwen bij, die tegenover wat geld voor je kookten en wasten. Daar horen ook nog andere diensten bij,” zegt Doornebal met een knipoog. “Van mij werd het vreemd gevonden dat ik geen vriendinnetje aan boord had.” 

“Congolozen zijn altijd heel beleefd, maar tegen mij durfden die gasten toen veel te zeggen.”

Van al zijn reportages over Afrika is Doornebal het meest trots op de reportage over deze bootreis. “Dat komt doordat ik tijdens deze reis het dichtst bij de mensen kwam,” legt hij uit. “Ik trok veel op met een paar gasten en sliep met hen tussen hun handelswaar.” Volgens Doornebal hadden ze ’s nachts op het dek goede gesprekken. “Congolezen zijn altijd heel beleefd, maar tegen mij durfden die gasten toen veel te zeggen,” vertelt hij. “Op een gegeven moment zei een van de handelaren dat ze eigenlijk echt een hekel aan witte mensen hebben.” Toen Doornebal hem vroeg waarom, antwoordde hij: “Je kent de geschiedenis toch?”

Kiprotich

Op de Olympische spelen van 2012 won de Oegandese hardloper Stephen Kiprotich de gouden medaille op de marathon. “Het hele land stond op zijn kop,” zegt Doornebal. De voorheen onbekende Kiprotich bleek een nederige gevangenisbewaarder te zijn. “Hij was zo’n beetje de laagste in rang,” aldus Doornebal. “Maar bij terugkomst werd hij in één keer zeven rangen gepromoveerd.” 

Doornebal zag er een mooi verhaal in en vroeg de olympisch kampioen of hij mee kon naar zijn dorp. Omdat Kiprotich geen rijbewijs had, stelde Doornebal voor om hem te brengen. “Het was een bijzondere rit. Onderweg bij het tankstation stonden er opeens honderden mensen om ons heen. Ze wilden allemaal met Kiprotich op de foto.” Een olympisch kampioen als bijrijder heeft ook zijn voordelen, legt Doornebal uit. “We werden aangehouden voor te hard rijden. Ik zei toen tegen die agent: kijk eens goed wie er naast me zit. Nadat hij zich een paar keer verontschuldigd had, konden we weer door.”

Marathonloper Stephen Kiprotich met zijn gouden olympische medaille. “Ze wilden allemaal met Kiprotich op de foto.” Foto: Arne Doornebal

Eenmaal aangekomen bleek Kiprotich met zijn vrouw en kinderen in een ouderwets hutje te wonen. “Ze hadden geen elektriciteit en ook geen stromend water,” aldus Doornebal. Nadat hij de volgende dag bij Kiprotichs training was geweest, had hij genoeg materiaal om een mooie reportage te maken. 

Demotiverend

“Het kostte me wel ontzettend veel moeite om het verhaal te verkopen,” vertelt hij. Dat probleem kwam vaker voor. “Een keer wilde een magazine mijn verhaal niet kopen omdat het zes maanden daarvoor iets over Ghana had geschreven. Ze hadden dus wel weer genoeg Afrika gedaan voor een tijdje.” Voor Doornebal was dit erg demotiverend. “Dan werk je hard en schrijf je een mooi verhaal, om vervolgens zo’n reactie te krijgen. Dat is ook een van de redenen waarom ik ben gestopt.”

In 2014 keerde Doornebal terug naar Nederland. Zijn gezin nam hij mee. “Ik vond het wel fijn om terug te zijn. Ik had het een beetje gehad met het geklooi. Dan wilde je werken en deed de stroom het niet.” Zijn kinderen speelden ook een rol. “Nederland is een hele veilige omgeving. Ook de school was hier gratis,” legt hij uit. “In Oeganda moet je extreem veel schoolgeld betalen als je wil dat je kinderen op een fatsoenlijke school zitten, in plaats van onder een boom.” Doornebal vindt het ook fijn dat er niet elke keer als hij over straat loopt een horde schreeuwende kinderen achter hem aanrent. “Dat komt doordat ik daar vaak de enige witte persoon was. Hier leef ik meer in de anonimiteit.”

Tot slot raadt Doornebal ambitieuze jongeren aan hun dromen na te jagen. “Dan heb je nog geen verplichtingen, geen kinderen of hypotheek. De wereld rondreizen en verhalen maken is een ervaring die ik iedereen zou aanraden.”