‘Facebookpagina Humans of Amsterdam is gewoon mijn fulltime job’

Met ruim 450.000 likes behoort Humans of Amsterdam tot de grotere Nederlandse facebookpagina’s. Wie is de persoon achter dit invloedrijke platform, dat portretten van Amsterdammers bevat en hun verhalen deelt? Redacteur Patrick Karg sprak oprichtster Debra Barraud.

In een veel te heet koffiehuisje in Amsterdam-West heb ik afgesproken met de 30-jarige Debra Barraud. ‘Ik ben 5/10 minuutjes later!’ stuurt ze via Facebook Messenger. Ook ik was ietwat verlaat. Het moest wel aan het weer liggen, besluiten we. Op wat de warmste dag ooit gemeten is, heeft Debra een gaatje gevonden in haar drukke agenda. Een facebookpagina runnen is een fulltime bezigheid, zou ik later leren. Ik ben benieuwd naar wat haar drijft in haar werk, waar dat vandaan komt en of je zo’n succes ooit kan loslaten. We bestellen iets kouds en gaan zitten.

Was creativiteit in het gezin waar je in opgroeide een belangrijke factor?

“Ik denk het wel. Mijn vader is filmmaker en heeft ook veel portretreeksen gemaakt. Ik kom ook uit een gezin waarin gold dat als je iets wilde hebben, je het kon creëren. Dus niet: oh je wil een poppenhuis, dan krijg je een poppenhuis. Nee, dan máák je er een.

Komt het ook van daaruit dat je uiteindelijk bent begonnen met Humans of Amsterdam?

“Het komt eigenlijk door mijn stage in Israël. Daar werkte ik voor een organisatie die zich focust op de dialoog tussen Israëli’s en Palestijnen. Ik vond dat heel interessant omdat je daarmee verhalen creëert en door die te bundelen en te delen, impact kunt maken. In Tel Aviv had je Humans of Tel Aviv. Het leek me heel vet om zoiets in Amsterdam te hebben.”

Ik vind het vervelend om heel bewust met diversiteit om te gaan

Veel verhalen die op Humans of Amsterdam staan zijn erg persoonlijk. Hoe krijg je de mensen uiteindelijk zo ver om zulke gevoelige verhalen aan jou te vertellen?

“Het ligt er heel erg aan hoe je mensen benadert en hoe je met ze omgaat. Het is erg belangrijk dat je ze op een respectvolle manier behandelt en tegelijkertijd open bent over wat je van ze zou willen weten. Ik vertel dan meteen al dat ik op zoek ben naar persoonlijke verhalen en dat als diegene geen antwoord op mijn vraag wil geven, ik dat ook begrijp.”

Zijn er mensen soms dan ook te saai om te publiceren?

“Mensen zijn niet te saai, maar het lukt me niet altijd om iemand open te krijgen. Ik denk dat de helft van de interviews die ik doe niet zo interessant of triggering zijn. Maar ik geloof er heilig in dat elk persoon een verhaal heeft. Iedereen maakt dingen mee, positief of negatief. Maar niet iedereen wil dat delen of voelt zich er comfortabel bij. En dat is ook prima, dat moet je nooit forceren. Iemand moet zich er goed bij voelen.”

Amsterdam is heel divers, en dat zie je ook terug in de foto’s die je maakt. Ben je daar bewust mee bezig?

“Nee, ik probeer er eigenlijk geen rekening mee te houden. Ik zou bijvoorbeeld nooit denken: ‘Oh, ik heb al een tijdje niemand met een Aziatische achtergrond gefotografeerd, laat ik eens even gaan zoeken’. Ik denk dat als je gewoon verschillende buurten bezoekt, je daar niet op hoeft te letten. Juist op het moment dat je er veel op gaat letten wordt het eng.”

Als Wendy van Dijk iets zegt dan willen we wel luisteren, maar als je buurvrouw het zegt..

Je hebt een enorm bereik. Eigenlijk maak je van de mensen die je portretteert een influencer voor korte tijd.

“Ja, en vaak zijn dat ook de mensen die niet gehoord worden, want we luisteren altijd naar dezelfde mensen. Als Wendy van Dijk iets zegt, dan willen wel luisteren, maar als je buurvrouw het zegt… snap je? Dat vind ik heel interessant.”

Je bereikt je volgers sinds kort ook met een podcast. Waarom heb je daarvoor gekozen?

“De podcast is echt een prachtig medium. Ik vind het zo zuiver, zo puur. Daardoor past het ook bij Humans of Amsterdam, want het is heel echt. Ik houd zelf meer van luisteren dan van kijken. Soms vind ik beeld en geluid afleidend. Ik kan beter luisteren als ik visueel niets voor me heb. Dan kan ik heel goed connecten met het onderwerp.”

(tekst loopt door onder foto)

 Wat is je volgende project?

“Ik ben nu bezig met een project van Warchild. Daar heb ik heel veel zin in. Het programma van Warchild is erop gericht om de kinderen met een oorlogsverleden weer bij de maatschappij te betrekken. Ik ben een soort correspondent die de kinderen vastlegt op camera en met bijvoorbeeld de psychologen spreekt.  Dat wordt dan gepubliceerd op Humans of Amsterdam en in de New York Times en The Guardian.”

Het is belangrijk dat je niet afwacht tot je zelf benaderd wordt

Volgens mij steek je veel tijd in die projecten.  

“Het is gewoon mijn fulltime job. Tot voor kort werkte ik wekelijks voor de Metro. Ik doe ook samenwerkingen, bijvoorbeeld met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Voor hen legde ik het leven vast in Qatar, Libanon en Tunesië. Ik ben ook zelf een project gestart waarbij ik gevluchte kinderen in Europa heb gefotografeerd. Dat heb ik gepitcht bij verschillende organisaties, waaronder UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Zij hebben het aangekocht als campagne. En ik maak nu ook reisverhalen voor de NS. Het is belangrijk dat je proactief bent en niet gaat afwachten tot je zelf benaderd wordt. En ik raad aan om, als je goed kan schrijven, ook goed te worden in foto’s maken. Dat geeft je een voordeel.”

(tekst loopt door onder foto)

Is Humans of Amsterdam ooit klaar, of is dit een levensproject?

“Ik vind dat heel lastig. Het is zo’n breed platform en ik kan er heel veel van mezelf in kwijt. Zolang mensen het blijven consumeren, denk ik dat het blijft. De vorm zal misschien wel veranderen. Het verveelt in ieder geval niet. Met de groeiende interesse in het platform moet ik constant nadenken: met wie ga ik in zee en wat is mijn missie? Uiteindelijk moet ik het publiek dienen. Als ik dat niet meer doe, waarom doe ik het dan nog?”