Keti Koti

Bouke van Balen. Foto: Olivier Overberg

Op 1 juli 1863 werd op de Antillen de slavernij afgeschaft. Deze dag is bekend komen te staan als de dag dat de ketenen van de slaven werden gebroken. Dat ‘gebroken ketenen’ vertaalt letterlijk naar Keti Koti in het Surinaams, een feestdag die we op 1 juli vieren. Zo ook vorige week maandag.

Het was een beladen maar vooral vrolijke en kleurrijke dag. Die lading was dit jaar echter groter dan anders omdat de Amsterdamse gemeenteraad een aantal dagen voor het feest een initiatiefvoorstel indiende om volgend jaar, op Keti Koti, namens de gemeente Amsterdam excuses aan te bieden voor het Nederlandse slavernijverleden.

Een kleine twee weken later zijn we verwikkeld in een ellenlange discussie over de haken en ogen van zo’n excuus. Zo kunnen er rechterlijke gevolgen zijn die – o wee – onze portemonnee kunnen raken. Kunnen er schadeclaims worden ingediend als er sorry is gezegd? Moeten wij burgers die dan betalen? Gaat het ons géld kosten? Dat zou toch wel oneerlijk zijn; wat hebben wij immers fout gedaan? Kunnen wij er wat aan doen dat onze voorouders slaven hielden in 1863? Daar hoeven wij toch geen sorry voor te zeggen? Mama, ik heb toch niks fout gedaan? Dan verdien ik toch geen straf?

Hoe ironisch dat we ons zorgen maken over onze portemonnee, terwijl onze glorieuze Gouden Eeuw over de ruggen van slaven vorm kreeg. Maar bovenal vind ik het kinderachtig. Naast het feit dat er hoogstwaarschijnlijk geen legitieme schadeclaims kunnen worden ingediend, gaat het hier om een veel groter punt. We kunnen eindeloos gaan polderen over de haken en ogen van dit excuus, maar bij mij werd een veel grotere vraag opgeroepen. Waarom heeft er in hemelsnaam nog geen enkele overheidsinstantie in Nederland zijn excuses aangeboden?

Excuses gaan veel verder dan geld

Nederland heeft naar schatting zo’n 500 duizend slaven verhandeld. De orders voor deze handel werden onder andere vanuit Amsterdam gedaan, waar in 1683 de Sociëteit van Suriname werd opgericht. Of Nederland en Amsterdam schuld hadden aan de slavernij staat buiten kijf. Er kleeft bloed aan de bladzijden van onze geschiedenis.

Daarom gaan deze excuses veel verder dan geld. Veel verder dan de schuld die de burgers van nu nog zouden hebben. Het gaat even niet om onze kinderachtige kleinzerigheid. Het gaat om het erkennen van die ‘pikwitte’ bladzijden uit onze geschiedenis.

Erkenning en excuses kunnen verlossend werken. Op kleine schaal hebben we dat allemaal wel eens meegemaakt. Je broertje, zusje, vriend of vriendin die eerlijk toegeeft dat hij toch fout zat toen hij je knikkers had gestolen kan heel wat jeugdtrauma’s minder pijnlijk maken. Op grote schaal werkt dat hetzelfde. Elke keer dat een regering zijn excuses aanbiedt voor misdaden uit het verleden worden deuren naar verbinding geopend, en ontstaat er ruimte voor een eerlijker geschiedenisverhaal. Opgekropte schaamte maakt plaats voor eerlijkheid en oprechtheid.
Niemand heeft actief last van excuses over het slavernijverleden.

Heel veel mensen hebben actief baat bij excuses over het slavernijverleden. Zo simpel is het af en toe. Kop op, borst vooruit. Breek die ketenen. Keti Koti.