Buiten beeld: de Apollobuurt

Het Gerrit van der Veencollege in de gelijknamige straat.

Buiten de eigen buurt bewegen Amsterdammers zich het meest van en naar het centrum of naar één van hun naburige stadsdelen. Maar wat gebeurt er voorbij de grenzen van de directe omgeving? Gewapend met camera en kladblok reist onze Rotterdamse verslaggever Patrick Karg af naar Amsterdamse buurten. Een verslag vanuit de Apollobuurt in Oud-Zuid.

Oud-Zuid wordt in de voornamelijk onder Amsterdammers bekende cult-klassieker bezongen. “Supermooi, fucking duur”, aldus de heren van Boven Gemiddeld. Mijn ervaring toen ik vijf jaar terug een bijbaantje als verkeersregelaar had in de Stadionbuurt verschilt niet veel van de taferelen die in de videoclip te zien zijn. Reden om voor deze serie eens terug te gaan. Ik kwam terecht in de Apollobuurt.

Verspreid over twee bankjes op een pleintje dat rond dat tijdstip dienstdoet als bakfietsparkeerplaats, zitten een stuk of acht jongens. We zitten voor de British School of Amsterdam, net nadat alle kinderen zijn opgehaald. De jongens praten na. “Ik moest net mijn fiets verplaatsen omdat-ie ‘voor de ingang’ van ‘t pleintje stond. Het zijn echt pretentieuze eikels die denken dat alles hier van hun is, met hun bakfietsen. Wij zitten hier gewoon en doen niemand kwaad.”

Van de vriendengroep zijn er twee al reeds afgestudeerd.
“We zaten een keer hier tegenover op een bankje voor het laatste stukje zon toen een man uit de buurt ons wegstuurde en er zelf ging zitten met zijn krant.”

Muziek uit de jaren 80 klinkt uit hun bluetoothspeaker, een jointje gaat over en weer. De jongens zitten allen op het St. Ignatiusgymnasium iets verderop en komen hier regelmatig bijeen. “Weet je wat nou mooi is,” begint een van de jongens als er een bekende aan komt fietsen, “als je hier naartoe komt, zitten er altijd wel jongens om mee te chillen. Maar we hebben ook andere vaste plekken door de stad. Iedereen komt overal vandaan. In Oost en West komt niemand je ooit lastigvallen zoals hier. Maar ja, er wonen hier ook wel veel aardige mensen hoor.”

“Vandaag loop ik even een stukje verder met de hond.”

Op de Minervalaan laat een vrouw haar hond uit. De straat is gevuld met kunstwerken vanwege de buitenkunsttentoonstelling Art Zuid. “Het zijn op zich wel mooie kunstwerken, er komen veel toeristen op af door tours. Maar die tours zelf zijn absoluut niets bijzonders; als je er een beetje iets over opzoekt heb je dezelfde informatie, maar dan gratis.” Ze vertelt dat ze oorspronkelijk uit de Jordaan komt en nu net over het water buiten de Apollobuurt woont. “Mijn man en ik kwamen hier in de jaren 70 wonen. Toen was het allemaal nog best betaalbaar. Nu krijgen we eens in de zoveel tijd een brief dat onze WOZ-waarde weer is gestegen. In de Apollobuurt zijn de huizen allemaal nóg duurder. Maar ik blijf hier tot aan m’n dood, hoor. Mij krijgen ze niet weg.”

Toch knaagt het. “Gevolg is wel dat de wijk veel te wit is. Als je in Oost komt, wordt het al een stuk gezelliger. Echt een heel groot verschil met hier.” Als ik haar verder een fijne zondag wens, tipt ze nog even een plekje waar kinderen nu graag spelen. Het betreft een kunstwerk als onderdeel van Art Zuid. Ik besluit erheen te gaan.

Spelende kinderen maken dankbaar gebruik van het kunstwerk van Jésus Rafael Soto (1923-2005) dat in de Apollolaan staat.

En inderdaad, kinderen te over in de witte staalconstructie met blauwe plastic draden waar je doorheen kunt lopen, dan wel rennen. Naast het kunstwerk zitten drie meisjes van rond de twaalf jaar oud op een bankje met flessen zelfgemaakte limonade. “Wilt u wat kopen?” vraagt een van hen als ze naar me toe komt. Ik vertel haar dat ik helaas geen contant geld bij me heb. Wanneer ze afdruipt vraag ik de meisjes wat ze met het geld willen doen. “Dat weten we nog niet. Misschien een goed doel, misschien iets anders.” Ook in het Engels maken ze zich prima verstaanbaar. “Do you want to buy lemonade?” klinkt het even later.

Italiaanse ouders maken na het speelkwartier aanstalten om met de kinderen huiswaarts te keren.

Niet vreemd, daar de buurt ook wordt gekenmerkt door de vele expats die er verblijven. De meeste kinderen die rond het kunstwerk spelen, horen bij drie Italiaanse ouders. “Ik woon hier al drie en een half jaar,” zegt een van hen. “De kinderen zijn meer geïntegreerd dan ons: zij spreken Nederlands.” Ook de dochter van een Maleisische vrouw die is getrouwd met een Nederlandse man, rent rond. “Mijn dochter zit hier op school. We wonen hier al zes en een half jaar en het is hier fantastisch! Als we komen te spreken over Amsterdam Zuidoost trekt ze een onsmakelijk gezicht. “Ik heb er een tijdlang gewerkt. Ik vind de omgeving daar niet inspirerend.”

Het interactieve kunstwerk, dat is ontworpen in 1999, draagt de naam ‘Pénétrable BBL bleu’.

Op weg naar huis komt een vrouw van in de veertig aanrijden in een oude Citroën. Bij het uitstappen zegt ze: “Jij wil mijn wagen zeker vastleggen!” Ik kan niet ontkennen dat de oldtimer fotogeniek is en zeker niet misstaat in de buurt. Ze wil zelf niet op de foto, maar vertelt dat Oud-Zuid door de bewoners ook wel ‘het reservaat’ wordt genoemd. Ik vraag haar of dat te maken heeft met de samenstelling van de buurt. Ze lacht en voelt zich zichtbaar ongemakkelijk. “Het is hier natuurlijk wel anders dan in veel andere delen van de stad. Een oase van rust.”

De Citroën DS, die in de jaren 50 het levenslicht zag, werd vanwege zijn vormen ook wel ‘de snoek’ genoemd.