‘Als oorlogsjournalist heb ik moeten liegen, omkopen en doorzetten’

Lennart Hofman. Foto Lisa Aardewijn

Hoe is het om als journalist in het buitenland te werken? Wisse Booij gaat op zoek naar het verhaal. Vandaag: Lennart Hofman reist als oorlogsjournalist af naar onderbelichte brandhaarden. “In Soedan schuilde ik in een kuil voor bombardementen.”

“Ik had geen ervaring, maar er moet altijd een eerste keer zijn.” Foto: Lisa Aardewijn

“Ik heb altijd willen reizen en verhalen willen maken,” vertelt Lennart Hofman (35) op een zonnig terras in de Zeeheldenbuurt te Amsterdam West. Hij is komen lopen, want de redactie van De Correspondent is om de hoek. Daarvoor schrijft Hofman als ‘Correspondent Verborgen oorlogen’.

Hofman studeerde antropologie en religiestudies, en deed een postdoctorale opleiding journalistiek. Het idee om de oorlogsjournalistiek in te gaan kwam door zijn stage bij de Nederlandse ngo Free Press Unlimited. Daarvoor was hij in Noord-Irak geweest. Hij wilde terug om daar verhalen te schrijven, want er zaten weinig journalisten en hij had daar een goed netwerk opgebouwd. Toen escaleerde de oorlog in buurland Syrië.

Gijzelingen, sluipschutters en bermbommen

“Ik vond eigenlijk dat ik daarheen moest als ik de journalistiek serieus nam,” vertelt Hofman. “Ik had geen ervaring, maar er moet altijd een eerste keer zijn.” In 2012 werd hij vanuit Turkije de grens over gesmokkeld. “Je weet bij voorbaat dat oorlog heel heftig is. Maar als je er dan zelf bent, is het nog heftiger dan je je kan voorstellen,” vertelt hij.

In die tijd kwam Hofman vaker in levensgevaar dan nu. Dat ligt niet per se aan ervaring. “Dat is minder belangrijk dan vaak wordt gezegd,” vertelt hij. “Hoe langer het goed blijft gaan, hoe laconieker een oorlogsjournalist soms wordt.” Wel ligt het aan de verschillende soorten oorlogen. “In Syrië en Libië kon je zo met lokale jongens mee naar de frontlinie. Dat soort oorlogen zijn er nu minder.”

Je moet altijd je gordel om, anders kan je door een bermbom tegen het plafond van de auto vliegen en breek je je nek.

Essentieel voor Hofmans veiligheid is het maken van een veiligheidsplan. “Samen met de redactie beschrijf ik wat er allemaal fout kan gaan, en hoe zulke situaties voorkomen kunnen worden.” Volgens Hofman is elk geval anders. “Bij gevaar voor gijzeling moet je op locatie van auto of kleren wisselen,” vertelt hij. “Omdat de meeste gijzelingen op de terugweg gebeuren moet je ook nooit dezelfde route terugnemen.”

Aan het front in Syrië was het anders. “Sluipschutters daar schieten als eerst op mensen met een camera. Je moet dus iemand meenemen die weet hoe je uit het vizier blijft,” zegt Hofman. Omdat bermbommen vaak ’s nachts worden geplaatst, moet je volgens Hofman op sommige plekken nooit ’s ochtends vroeg rijden. “Ook moet je je gordel omdoen, anders vlieg je door de ontploffing tegen het plafond en breek je je nek. Dat soort details maken het verschil tussen leven en dood.”

Als ik een vliegtuig hoorde, verkrampte mijn hele lichaam. De herinnering was fysiek geworden.

In Syrië werkte Hofman met een jongen samen die hem bij terugkomst in Turkije gelijk vroeg om mee terug naar Syrië te gaan. “Ik vond het een slecht plan,” zegt Hofman. “Hij had geen veiligheidsplan en geen duidelijk doel voor ogen.” Het leidde tot een felle discussie tussen de twee. In Syrië werd de journalist in zijn voet geschoten. Hofman schrok, maar was ook gefrustreerd. “Ik dacht: zie je wel. Het bevestigt hoe belangrijk een goede voorbereiding is. Dit was gewoon fucking dom.”

Lennart Hofman in Soedan: “Ik had ook gewoon in Nederland op een terrasje kunnen zitten.” Foto: Andreas Staahl

Bombardementen in Soedan

In 2013 was Hofman in Soedan om een verhaal te schrijven over de oorlog die de Soedanese overheid voert tegen rebellen in het Noeba-gebergte. De zwarte bevolking daar voelt zich meer verbonden met het zuiden, maar door de grondstoffen in het gebied ziet de regering in Khartoem liever niet dat het zich afsplitst. “De overheid bombardeert de mensen daar vanuit de lucht met de hoop het verzet te breken,” vertelt Hofman.

“We waren in een dorpje waar de mensen eraan gewend waren geraakt,” zegt hij. “Er waren allemaal kuilen in de grond, waar iedereen in ging zitten als er een vliegtuig aankwam.” Zo ook toen Hofman er was. “Zelfs de honden en de geiten verdwenen in de kuilen,” vertelt hij. “Ik ben niet gelovig, maar dan zit je toch met iedereen in alle talen te bidden.”

Soms val ik wel vijf kilo af.

Dat komt door de adrenaline.

Hofman vertelt dat het doodstil was in het dorp. “Toen begon het vliegtuig de bommen te lossen. De kans dat een bom precies in mijn kuil viel was klein, maar toch was ik heel bang,” vertelt hij. “Ik dacht toen bij mezelf: what the fuck ben ik hier aan het doen? Ik had ook gewoon in Nederland op een terrasje kunnen zitten.”

Hofman bracht het er heelhuids vanaf. Dat was niet voor iedereen het geval. “Dichtbij ons was een meisje van zes omgekomen,” vertelt hij. “Wij waren daar om de oorlog in beeld te brengen, dus eigenlijk moesten we de ouders interviewen.” Dat was niet makkelijk volgens Hofman. “Hun hele hut was kapot, en ze probeerden huilend met een zeef hun zaden uit het zand te halen. Als ze dat niet zouden doen, zou de rest van het gezin later verhongeren.”

Toch kon Hofman ze wel interviewen. “Ze willen dat meer mensen van de oorlog weten, zodat hun verlies niet voor niets is geweest,” vertelt hij.

Lennart Hofman in Soedan: “Zelfs de honden en de geiten verdwenen in de kuilen.” Foto: Andreas Staahl

Ongeschonden uit de strijd?

Eenmaal terug in Nederland bleek het bombardement toch meer impact te hebben dan verwacht. “Als ik een vliegtuig hoorde, verkrampte mijn hele lichaam,” vertelt Hofman. “De herinnering was fysiek geworden.”

Ook als Hofman thuiskomt uit een gebied als Syrië, waar er veel geschoten en gebombardeerd werd, zijn de effecten nog wel even merkbaar. “Je eet, drinkt en slaapt daar weinig,” zegt hij. “Soms val ik wel vijf kilo af. Dat is de adrenaline. Ik sta dan nog een tijdje op scherp. Het is heel gek, je hoort dingen veel beter. In de supermarkt hoor je bijvoorbeeld alle mensen, het suizen van de koelingen, elk geluid.”

Als je de signalen van PTSS niet serieus neemt, kan het erger worden. Dan kun je gewoon niet meer functioneren.

“Een keer toen ik net was teruggekomen, stond ik onder de douche,” vertelt hij. “Opeens kon ik niet meer goed ademen.” Volgens Hofman moet je dat soort signalen serieus nemen. “Als je dat niet doet kan het erger worden, en dan heb je PTSS,” zegt hij. “Dan kun je gewoon niet meer functioneren.” Toch is Hofman daar niet zo bang voor. De afgelopen jaren heeft hij nergens meer last van gehad. Ook vindt hij de dingen die hij heeft gemaakt niet extreem heftig.

Verantwoordelijkheid en avontuur

Ondanks de bombardementen in Soedan en angstaanvallen onder de douche, blijft Hofman doorgaan. Wat hem drijft? “Ik vind sowieso dat iemand dit moet doen,” vertelt hij. “We kunnen niet in een wereld leven waar onschuldige mensen vermoord worden zonder dat iemand dat ziet.”

“Ik ben ook een beetje ouderwets,” vervolgt hij. “Ik vind dat ik als jonge, gezonde man (of vrouw) een verantwoordelijkheid tegenover de wereld heb.” Volgens Hofman zijn er veel mensen die geen oorlogsjournalist kunnen worden. “Die kunnen het fysiek of mentaal niet aan, of hebben de middelen en de opleiding niet om het te doen. Ik wel.”

Ik ga nooit op vakantie, want dat vind ik minder leuk dan mijn werk.

“Als niemand meer risico’s voor het vak durft te nemen, als iedereen veilig van achter zijn bureau stukjes zit te tikken, dan winnen de slechte mensen,” zegt Hofman.

Toch is het niet alleen plichtsbesef. “Ik vind het ook gewoon heel leuk. Ik hou wel van de spanning,” vertelt hij. “Weinig slaap, nieuw eten, bijzondere mensen, het is heel avontuurlijk. Ik ga ook nooit op vakantie, want dat vind ik minder leuk dan mijn werk.”

“We kunnen niet in een wereld leven waar onschuldige mensen vermoord worden zonder dat iemand dat ziet.” Foto: Lisa Aardewijn

Oorlog

Hofmans missie is om oorlog te leren begrijpen. Omdat hij zelf niet gelooft dat hij hierin zal slagen, hoopt hij dat zijn verhalen een steentje bijdragen aan het proces.

Volgens Hofman worden sommige oorlogen genegeerd omdat ze ons niet raken. “Voor de vluchtelingencrisis raakte ik mijn verhalen over Syrië bijna niet kwijt,” vertelt hij. “Ik schreef toen al dat IS in opkomst was, maar de redacties in Nederland vonden het te vaag. Toen IS heel groot was, wilde iedereen mij opeens spreken.”

Soms brengt oorlog het beste in mensen naar boven.

“Oorlog is ook aan het veranderen. Toen IS in Europa bommen liet afgaan was iedereen verbaasd, terwijl wij gewoon oorlog tegen ze voeren,” vertelt Hofman. “Oorlog speelt zich steeds meer over grote afstand af. Dat zie je ook met drones, of als je kijkt hoe vluchtelingen worden gebruikt als drukmiddel,” legt hij uit. “Erdoğan laat er gewoon meer door als wij niet betalen.”

Volgens Hofman moet de oorlogsjournalistiek mee veranderen. “Het wordt steeds belangrijker om de achterliggende structuren bloot te leggen, zoals geldstromen. Waar komt het geld vandaan? Om hoeveel geld gaat het? Alleen verslag doen van de frontlinie is niet genoeg.”

“In Soedan werden vluchtelingen met open armen ontvangen door gemeenschappen die zelf hard geraakt waren door conflict.” Foto: Lisa Aardewijn

De hel op aarde

Hofman heeft na zeven jaar oorlogsjournalistiek niet zijn vertrouwen in de mensheid verloren. “Oorlog wordt vaak de hel op aarde genoemd, maar dat vind ik een slechte vergelijking,” zegt hij. “In de hel heb je alleen maar slechte mensen, terwijl in oorlog de goedheid van mensen juist heel zichtbaar is. Soms brengt oorlog het beste in mensen naar boven.”

“Ik zag mensen als een Syrische medicijnenstudent die in zijn eentje een ziekenhuis runde, met gevaar voor eigen leven,” vertelt Hofman. “In Soedan werden vluchtelingen met open armen ontvangen door gemeenschappen die zelf hard geraakt waren door conflict.”

Ik vind het best logisch dat je op de vlucht slaat als je hele dorp is uitgemoord.

Hofman gebruikt dit soort voorbeelden om de oorlog goed over te brengen op het Nederlandse publiek. “Als je de mensen alleen als slachtoffer neerzet, kunnen wij ons niet in hen verplaatsen. Daarom laat ik ook hun veerkracht zien.”

“Dat is belangrijk, want veel mensen hier denken dat de vluchtelingenstroom een bedreiging is die bestaat uit mensen die ons iets komen afnemen,” zegt hij. “Ik vind het best logisch dat je op de vlucht slaat als je hele dorp is uitgemoord.”

“Het was een grote investering om de oorlogsjournalistiek in te gaan.” Foto: Lisa Aardewijn

Een lege portemonnee

Hofman begon als freelancer. “Ik maakte me toen veel zorgen om geld,” vertelt hij. “De journalistiek betaalt gewoon heel slecht, en dan is oorlogsjournalistiek ook nog eens heel duur.” Hij vertelt dat er bijna niks overbleef. “Ik maakte me vaak meer zorgen om mijn portemonnee dan mijn veiligheid.”

“Het was een grote investering om de oorlogsjournalistiek in te gaan,” zegt Hofman. “Je moet namelijk eerst een paar publicaties hebben voordat je fondsen kan aanvragen. Met Soedan en Mali maakte ik elfduizend euro verlies.” Dat was allemaal geld wat Hofman had geleend in zijn studententijd. “In plaats van geld verdiend te hebben was ik na twee jaar werken alles kwijt.”

Ik heb me in Jemen voorgedaan als investeerder en als consultant in waterwerken, omdat journalisten het land niet meer inkomen.

Dit leidde bij Hofman tot grote twijfels. “Ik sliep bij vrienden op de bank,” vertelt hij. “Op een gegeven moment vroeg ik me echt af waar ik mee bezig was.”

Hofman vindt dat het geld een te grote rol in zijn werk ging spelen. “Het kostte me ontzettend veel geld om in Jemen te komen,” vertelt hij. “Je verdient misschien driehonderd euro per artikel, dus ik besloot mijn informatie over meerdere artikelen uit te smeren. Zo lever je kwaliteit en diepgang in voor geld.” Nu heeft hij minder last van dit soort problemen, want hij is in vaste dienst bij De Correspondent gegaan.

Lennart Hofman in de Filipijnen. “Ik maakte me vaak meer zorgen om mijn portemonnee dan mijn veiligheid.” Foto: Moh Saaduddin

Jemen

Naast geld is wachten Hofmans grootste frustratie in zijn werk. Toen hij naar Jemen wilde gaan om verslag te doen van de ‘grootste humanitaire crisis ter wereld’, kwamen beide problemen samen. “Het kostte me tienduizend euro en anderhalf jaar om het land in te komen,” vertelt hij.

“Ik heb heel veel moeten liegen, omkopen en doorzetten,” vertelt Hofman. “Ik heb me voorgedaan als investeerder en als consultant in waterwerken. Journalisten komen het land namelijk niet meer in.” Een visum verkrijgen duurde maanden en kostte bakken geld, en die verliep dan weer omdat het vervoer naar Jemen niet doorging.

Waarom was het dan zo ontzettend moeilijk Jemen in te komen? “De pen is machtiger dan het zwaard,” antwoordt Hofman. “Het beeld dat door de media van de oorlog gecreëerd wordt bepaalt wat mensen ervan vinden en ook hoe andere landen zich opstellen.” Voor Hofman vormden vooral de Saoedi’s een belemmering. “Zij willen niet dat de wereld ziet dat zij de heleboel daar platbombarderen.”

Sommige soldaten gaan naar het front, schieten in de lucht en komen ’s avonds weer thuis.

Toen Hofman eenmaal in Jemen was, kwam hij veel dingen tegen die niemand zou verwachten. “Door de verhalen over de hongersnood verwacht je overal uitgehongerde kinderen te zien, maar ik zag ook markten vol eten.” Volgens Hofman komt dit door de corruptie in Jemen.

“Sommige mensen verdienen goed aan de oorlog, waardoor er maar geen einde aan komt,” legt hij uit. “Die zijn bijvoorbeeld in de positie voedselhulp te onderscheppen en het op de markt door te verkopen. De mensen die het echt nodig hebben kunnen het dan niet meer krijgen.”

Ook bij de vuurlinie ging het er anders aan toe dan verwacht. “Sommige soldaten gaan naar het front, schieten in de lucht en komen ’s avonds weer thuis,” vertelt Hofman. “Ze schieten niet om te winnen, maar omdat ze ervoor betaald te krijgen.”

“Sommige mensen verdienen goed aan de oorlog, waardoor er maar geen einde aan komt.” Foto: Lisa Aardewijn