Beginnen met bier, eindigen met de Bijbel

Links Thijs Booden, rechts Jelmer Hoogland. Foto Lisa Aardewijn.

In de schaduw van Carré en op een steenworp afstand van de lichtweerkaatsende Amstel schuilt een groot pand waar zes jongens van de Navigators Studentenvereniging Amsterdam (NSA) wonen. Jelmer Hoogland (21) is een van hen en voorzitter van de christelijke vereniging. Thijs Booden ging langs.

“De bredere beweging rondom NSA, de Navigators, is begonnen in Amerika,” zegt Jelmer als hij plaatsneemt aan een lange tafel in het volle zonlicht heeft. Het is warm buiten. “Het was bedoeld om studenten en jongeren bekend te maken met Jezus en Jezus te laten volgen.”

Hoogland is sinds een kleine twee weken voorzitter van de vereniging. Hij komt oorspronkelijk uit Sneek en is gelovig opgevoed. Toen hij besloot om in Amsterdam psychologie te studeren, zocht hij naar een manier om het bruisende studentenleven met zijn geloof te combineren. Zijn moeder raadde hem NSA aan. Hoogland: “Als achttienjarige schreef ik me na een paar biertjes ietwat impulsief in. Sindsdien ben ik gegroeid als mens, maar ook wat betreft het geloof. De Bijbel is leidender geworden in wat ik doe.”

Jelmer Hoogland. Foto Lisa Aardewijn.

Wel waren er in Amsterdam wat cultuurverschillen in vergelijking met Sneek, legt hij uit. “Ik ervaar in Amsterdam meer prikkels, zoals het geluid van een tram, van de metro, van de politie, van de ambulance. In Sneek is het allemaal net wat rustiger.”

Het dakterras staat vol met kratten bier en sigaretten liggen bezaaid over de vloer. Hoe zit het hier met de levensstijl waar andere studentenverenigingen berucht om zijn? De drugs, de seks, de drank? Zichtbaar ongemak verschijnt op zijn gezicht. Hij zoekt naar woorden. “Het is een lastig punt binnen NSA. Het is een spanningsveld. Wat kan wel, wat kan niet? Wat zijn de grenzen? Ik ga geen privélevens controleren, dat moet je ook niet wíllen controleren. Wel is het zo dat er bij het opbouwen van een relatie met God keuzes gemaakt moeten worden.”

Hoogland is zich dan ook heel bewust van zijn verantwoordelijkheid als voorzitter. “Het gaat om wat ik uitstraal naar anderen. Dat geldt voor het gehele bestuur. Maar je moet er wel zelf achter staan, anders conformeer je jezelf aan bepaalde regeltjes waar je niet in gelooft. Dat gezegd hebbende, ons motto is ‘de Bijbel en het bier’. Die gaan bij ons hand in hand, hoor.”

Ik vraag om een rondleiding door het huis. Hij neemt me mee naar binnen en laat eerst de kamers zien waar de jongens slapen. Vervolgens begeleidt hij me naar de woonkamer. Op de muur staat met stift geschreven: ‘Psalm 133:1: hoe goed het is, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen!’ “Dat is onze huistekst,” zegt Jelmer. “Leuk dat dat in de Bijbel staat, hè?”

Sinds 2010 wonen hier NSA-leden. Zorgen ze weleens voor overlast bij de buren? “Soms, als we ‘s nachts meubels gaan verplaatsen, wordt de hele buurt wakker. Of als we vuilniszakken vanaf de tweede etage naar beneden gooien zodat we niet naar het grofvuil hoeven te lopen. Dan zijn onze buren iets minder blij, maar we proberen wel een goede relatie met ze op te bouwen.” Hij pauzeert even. “Weet je: dit huis is een plek waar ik mezelf kan zijn. Als ik thuiskom en ik ben chagrijnig, dan kan dat. Ik heb soms het idee dat ik van alles moet, maar hier hoeft niet zo veel.”

Hij wijst naar de piano. Op de vleugel staat een kooi met een parkiet. “Ooit woonden hier naar verluidt leerlingen van het conservatorium. Deze piano is zo vals als maar kan, en als we ‘m restaureren, kunnen we er nog goed geld voor vragen. Maar hij is een beetje de ziel van dit huis geworden, dus houden we ‘m maar. We noemen ons huis niet voor niets VVV: Villa Valsche Vleugel.”

De ‘valsche’ vleugel. Foto Lisa Aardewijn.

Na de zomer, als de introductieweek weer begint, kunnen christelijke studenten bij NSA terecht. Volgend jaar vieren ze ook nog eens hun dertigjarige bestaan. Wat heeft de vereniging aan jonge studenten te bieden? “Het klinkt als een cliché, maar je kunt ze het geloof bieden. Een diepere betekenis aan het leven toekennen. Als je je afvraagt of er meer is, kun je bij ons terecht.’

Hoogland wijdt uit. ‘We proberen iets dieper te gaan om verbinding te zoeken. Namelijk, in de eerste plaats willen we studenten helpen om een relatie met God te ontwikkelen en Jezus na te volgen. Dat doen we in de context van een studentenvereniging. Onze kernactiviteit is kringen, en daarnaast organiseren we inhoudelijke verenigingsavonden met sprekers. We organiseren ook een jaarlijks gala. En daarnaast houden we er heel erg van om student te zijn.”

Ik vraag of hij weleens twijfelt, zoals de meeste mensen van onze leeftijd twijfelen, over alles. “Twijfels… Ja, natuurlijk twijfel ik weleens. Maar stel dat ik het fout heb, dat er geen God is, dan merk ik alsnog dat dit geloof van mij een beter mens maakt. Ik leer meer en ik kijk veel meer om naar mijn omgeving.”

Ging dit gesprek niet over de zoektocht naar identiteit? “Ik was misschien op zoek, maar nu veel minder. Ik begon bij deze vereniging met bier en ik ben geëindigd met de Bijbel.” Ik merk op dat er ook in de woonkamer veel kratten bier en flessen wodka staan. Hij lacht. “In dit huis gelden iets andere regels dan op de vereniging.”