Buiten beeld: de Bijlmermeer

Claus van Amsbergstraat, de Bijlmermeer. Foto Patrick Karg.

Buiten de eigen buurt bewegen Amsterdammers zich het meest van en naar het centrum of naar één van hun naburige stadsdelen. Maar wat gebeurt er voorbij de grenzen van de directe omgeving? Gewapend met camera en kladblok reist onze Rotterdamse verslaggever Patrick Karg af naar Amsterdamse buurten. Een verslag vanuit de Bijlmermeer in Zuidoost.

In de Bijlmer, dat nog vaak als synoniem voor Zuidoost wordt gebruikt, is men zich van het imago van de wijk bewust. Tegelijkertijd merken buurtbewoners dat hun wijk aan het veranderen is, misschien wel het snelst van Amsterdam. Ondertussen gaat het dagelijks leven gewoon door. Moeders ontspannen met hun kinderen in een speeltuintje, een visser gooit zijn hengel uit in de vijver, en een grootvader wacht op zijn familie in het winkelcentrum.

Henry (71) op zijn vaste hangplek in winkelcentrum de Amsterdamse Poort. Foto Patrick Karg.

Het hart van het winkelcentrum Amsterdamse Poort is een ontmoetingsplek voor buurtbewoners uit de wijde omtrek. Na bijna twee jaar op letterlijk een steenworp afstand van Zuidoost te hebben gewoond, weet ik dat het op dit kleine stukje Amsterdam altijd een weerzien van mensen is. Een van deze mensen is de 71-jarige Henry. Als ik hem spreek over zijn buurt merkt hij op dat Zuidoost steeds populairder wordt. “Iedereen wil hier komen wonen. Tussen één en drie uur ’s middags zie je alleen maar witte mensen in Poort,” zegt hij lachend. Als ik hem vraag of dat erg is, is hij stellig. “Nee nee, het is ánders. Maar ik kan me niet voorstellen dat ik hier ooit wegga. Het is hier zo gezellig, iedereen kent elkaar,” vertelt hij na minstens drie passerende bekenden te hebben begroet. Hij vertelt me verder dat hij veel heeft gewerkt op Amerikaanse boorplatformen en vraagt me even later zijn leeftijd te raden. Ik zit er ver naast. Als zijn dochter en kleinkinderen de Kruidvat uit komen lopen, wens ik hem een fijne reis naar Suriname, waar hij binnenkort weer zes maanden zal verblijven.

Twee moeders zoeken de ontspanning met hun kinderen op in het speeltuintje voor hun flat. Foto Patrick Karg.

Even verderop tref ik twee moeders aan die zijn omgeven door hun spelende kinderen. Als ik vraag of ze zich ook een leven buiten Zuidoost kunnen voorstellen, antwoordt een van hen: “Ik woonde een tijdje in de Baarsjes, maar vond het er zó saai. Hier kan ik soms gewoon wakker worden op harde Caribische muziek en zie ik dansende mensen op straat. Heerlijk!” Ook zij merken de veranderende samenstelling van hun medebuurtbewoners op. “Er zijn nu veel meer bedrijven in de omgeving, en ook de prijzen zijn hier nog goedkoop vergeleken met andere stadsdelen. Dat zorgt echt voor een invasie van mensen. Mijn bovenbuurman verhuurt zijn appartement voor een belachelijk hoge prijs. En hij komt hier ook niet vandaan. Die is gewoon slim geweest een paar jaren geleden.”

Wanneer ik twee jongens aanspreek die hun weg maken naar een voetbalveldje wordt duidelijk dat er nog altijd een stigma kleeft aan het stadsdeel. “Ik kom hier regelmatig en heb het altijd erg naar mijn zin. Maar als ik hier zou komen wonen denk ik niet dat mijn ouders het ermee eens zouden zijn,” zegt een van de twee jongens die liever niet met naam genoemd willen worden.

Nieuwsgierige buurtbewoners verzamelen zich rondom een visser. Foto Patrick Karg.

In een van de nieuwbouwwijken in Bijlmer-centrum laat een vrouw haar hond uit. “Moet je kijken, dat is volgens mij een flinke hoor”, zegt ze als ik haar bijna passeer. Ze wijst naar een vijver waar een jongeman aan het vissen is. We zien hem flink worstelen met de vis die hij uit alle macht op het droge probeert te krijgen. Even later komt zijn buurman aangewandeld met hulpmiddelen. “Ik zag van boven dat hij beet had en dat het niet wou lukken.” Meerdere mensen hebben zich ondertussen om het spektakel heen verzameld, waaronder drie jongens uit de buurt. Steeds als de vis bijna gevangen lijkt, nemen ze zichtbaar een aantal stappen terug op de steiger.

De buurman, die er naar eigen zeggen al elf jaar met veel plezier woont, schiet de visser te hulp. Foto: Patrick Karg

Als de vis uiteindelijk is gevangen, is er euforie. “Wajoow hij heeft hem gevangen!” zegt een van de jongens nadat ik hem heb gefotografeerd. De visser pakt het beest op waarna zijn buurman hem ermee op de foto zet. Na enkele minuten gooit de hij het arme dier weer het water in. “Deze was zeker 25 kilo. De grootste die ik tot nu toe heb gevangen.” Hij blijkt vaker in dezelfde vijver te vissen. “Ik heb het geleerd van mijn opa en vader. Soms vissen we nog steeds samen,” zegt hij trots terwijl hij zijn visspullen opbergt. “Het is weer klaar voor vandaag.” Voor mij zit het er ook op. Ik pak de trein terug naar mijn stad Rotterdam en denk stiekem al na over een volgend avontuur in de hoofdstad.

De buit, die na ruim een uur boven water kwam, moet even worden vastgelegd. Foto Patrick Karg.
“Wilt u de foto’s naar me opsturen?” vroeg een van de jongens die alle drie uit de buurt komen. Foto Patrick Karg.