Bosman-bal: hoe de EU het clubvoetbal beïnvloedt

Ajax speelt finale Europacup tegen Inter Milaan in 1972. Archiefbeeld Nationaal Archief Den Haag. Foto Ron Kroon

Nu Ajax landskampioen is, staat de club aan het eind van het meest bijzondere seizoen in jaren. Vooral de prestaties in de Champions League zijn ongehoord voor een Nederlandse club, want eigenlijk winnen alleen nog de allerrijkste internationale clubs op Europees niveau. Maar, dit komt niet door geld alleen, schrijft redacteur Piet Ruig: ook in voetbal heeft EU-wetgeving verstrekkende gevolgen.

Ajax’ Europese droom spatte dramatisch uiteen in de blessuretijd van de thuiswedstrijd tegen Tottenham. Lucas Moura’s hattrick maakte een einde aan een magische Champions League-campagne. Het verlies tegen Tottenham deed dan ook eigenlijk niets af aan de bijzondere prestatie: dat een club uit de relatief arme Eredivisie weerstand kon bieden aan financiële grootmachten als Real Madrid en Juventus (met respectievelijk zeven en vier keer de omzet van Ajax) tart de wetten van het hedendaagse voetbal. Het is namelijk een vuistregel dat inmiddels alleen nog maar de allerrijkste clubs winnen, en dit worden er steeds minder.

Het is een berucht proces: clubs met groot vermogen kunnen simpelweg meer geld uitgeven aan transfers en spelerssalarissen. Zo’n club is dus in de beste positie om sterspelers op te kopen, wat de winkansen sterk bevordert. Dit zorgt dan weer voor hogere inkomsten, door prijzengeld, maar vooral ook door meer televisiegeld en sponsors, omdat een succesvol sterrenteam meer kijkers trekt. Zo ontstaat er een zogenaamd Mattheüs-effect, en concentreren geld en succes zich in bepaalde clubs en divisies.

Het is onwaarschijnlijk dat Nederlandse clubs de prestatie van dit Ajax snel weer zullen herhalen

Deze kloof tussen competities wordt steeds duidelijker: in 2016-17 bedroeg de totaalomzet in de Engelse Premier League, met de meeste superrijke topclubs en sterrenteams, een duizelingwekkende zes biljoen euro, voornamelijk uit tv-inkomsten. De Eredivisie daarentegen, is goed voor een schamele vijfhonderd miljoen. Deze verschillen zijn alleen maar groter geworden in de afgelopen tien jaar. De topclubs kopen dus de kleinere rivalen in binnen- en buitenland leeg. Bayern München doet dat al jaren bij Dortmund, en hetzelfde gebeurt nu ook weer met de nieuwe sterren van Ajax.

Bosman-Arrest

De vraag is, wat is er veranderd sinds de jaren 90, toen Nederlandse clubs nog wel bij de Europese top behoorden? Hoe kreeg het grote geld zoveel grip op voetbal? Vaak wordt er gewezen op de toename van tv-kijkcijfers. Verassend genoeg was een uitspraak van het Europees Hof van Justitie over EU-wetgeving mogelijk nog belangrijker: het Bosman-arrest van 1995.

Jean-Marc Bosman wilde na afloop van zijn contract bij RFC Luik naar Duinkerken verkassen. Het was toen voor spelers niet mogelijk transfervrij naar een nieuwe club te vertrekken, en Luik eiste een transfersom die te hoog was voor Duinkerken. Bosman vocht dit aan, en kreeg gelijk van het Hof: zulke obstakels voor transfers zijn in strijd met vrij verkeer van personen, één van de vier vrijheden van de Europese Unie, vastgelegd in 1958 in het Verdrag van Rome.

Zo bracht een verdrag voor Europese integratie uit 1958 een ingrijpende transformatie in het topvoetbal teweeg. Behalve de mogelijkheid transfervrij clubs te veranderen, betekende dit ook een einde aan restricties op buitenlandse spelers. Voor het Bosman-arrest was er namelijk een limiet aan het aantal internationale voetballers dat mocht worden opgesteld, erna gold dat als discriminatie van EU-burgers. Europese clubs moesten plotseling constant tegen elkaar op bieden, nu spelers zonder belemmeringen door Europa konden verhuizen. Als gevolg rezen salarissen en transfersommen al snel de pan uit, waardoor de beste spelers onbetaalbaar werden voor minder rijke clubs, en aanstormend talent werd verkocht, omdat ze anders transfervrij zouden vertrekken.

De vorm die Brexit uiteindelijk aanneemt, kan dus een sterke invloed hebben op welke clubs we de komende jaren in de Champions League kunnen verwachten

In de Engelse Premier League zijn de effecten van internationalisering het sterkst zichtbaar: waar in 1995 nog maar dertig procent van de basisspelers uit het buitenland kwam, is dat inmiddels gestegen tot zesenzestig procent in 2018. Dit komt vooral door de allerrijkste topclubs, die gemiddeld twintig procent meer internationale spelers inzetten dan de slechtst scorende clubs. Van de beste zes van de Premier League, overigens allemaal in de top tien rijkste clubs ter wereld, is minder dan dertig procent van de spelers überhaupt in Engeland opgeleid, laat staan Engels. Dankzij het Bosman-arrest konden deze superrijke clubs opeens profiteren van hun diepe zakken, en de rest wegconcurreren met hun torenhoge salarisbegrotingen.

Brexit en de Premier League

Een EU-verdrag uit 1958 veranderde het Europese voetballandschap dus ingrijpend. Maar opnieuw belooft EU-politiek een kentering teweeg te brengen, ditmaal vanwege Brexit. Zorgen over immigratie binnen de EU waren een belangrijke reden voor mensen om voor Brexit te stemmen, maar het succes van het Engelse voetbal is juist afhankelijk van vrij verkeer van personen. Als het Verenigd Koninkrijk de interne markt verlaat, zullen spelers uit het buitenland waarschijnlijk veel striktere visumprocedures moeten volgen, en worden ook jeugdtransfers lastiger. Door zulke administratieve obstakels zullen internationale sterspelers waarschijnlijk hun heil ergens anders zoeken, en naar Spaanse, Italiaanse of Duitse topclubs verkassen.

De vorm die Brexit uiteindelijk aanneemt, kan dus een sterke invloed hebben op welke clubs we de komende jaren in de Champions League kunnen verwachten. Toch is de Engelse Football Association niet ontevreden met het vooruitzicht op een rem op internationale transfers. Dit zou voor meer speeltijd voor Engelse spelers moeten zorgen, en dus een beter Engels nationaal team.

Ongeacht wat het lot van de Premier League wordt, blijft het onwaarschijnlijk dat Nederlandse clubs de prestatie van dit Ajax snel weer zullen herhalen. De combinatie van grote geldstromen en Europese wetgeving over de arbeidsmigratie maakt Europees succes voor kleinere divisies buitengewoon lastig. Tegelijkertijd toont het maar weer de reikwijdte van Europese politiek aan. Wie de Champions league wint is ook deels afhankelijk van wetgeving uit Brussel. Laat dat nog een reden zijn om volgende week in de Europese verkiezingen te stemmen, alvorens een smeekbrief naar Hakim en Matthijs te sturen of ze niet nog een jaartje willen blijven.