Stemwijzer of stem wijzer?

Foto: J.M. Luijt

Met de Provinciale Statenverkiezingen in het verschiet kan de politiek geëngageerde burger zich ook dit jaar weer tegoed doen aan allerhande vormen van stemadvies. De meest in het oog springende daarvan is de Stemwijzer, die sinds 4 februari online staat. Maar wat is de (meer)waarde van zo’n stemwijzer, en hoe betrouwbaar is deze?

Amper zes dagen na de lancering van de meest recente versie van de Stemwijzer heeft de site al ruim een miljoen bezoekers voorzien van stemadvies, kopt het Parool. Dit is opmerkelijk snel, gezien het feit dat er bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 een totaal van 6,8 miljoen adviezen zijn uitgedeeld, en we dan nog ruim een maand verwijderd zijn van de verkiezingen op 20 maart. Een verklaring kan zijn dat de burger weinig tot geen verstand heeft van wat de Provinciale Staten en Waterschappen doen. Dit blijkt ook uit een onlangs gestarte bewustmakingscampagne door de Unie van Waterschappen. Een andere uitleg is dat er deze verkiezingen wellicht meer dan voorheen op het spel staat.

Wat de verklaring ook is, feit blijft dat de Stemwijzer een veel geraadpleegde adviseur is bij het zoeken naar de juiste partij om op te stemmen.

Rekenmodel en geschiedenis

De Stemwijzer viert dit jaar haar 30ste verjaardag, en is daarmee de oudste voting aid application (VAA) van het land. Opgericht door het onafhankelijke ProDemos (en vandaag de dag in samenwerking met EenVandaag) is de Stemwijzer de grootste in z’n soort.

Het stemadvies geschiedde in 1989 nog aan de hand van vragenlijstjes die werden ingevuld met pen en papier. Het is daarbij interessant op te merken dat de oorspronkelijke doelstelling van de Stemwijzer was om middelbare scholieren te voorzien van stemadvies. Aan de hand van zestig vraagstellingen waarop respondenten eens, oneens of neutraal op konden antwoorden, werd in stemadvies voorzien. Vandaag de dag is dit gereduceerd tot dertig stellingen en maakt het team achter de stemwijzer sinds 2006 gebruik van een multidimensionaal rekenmodel. Het principe achter de methode is echter gelijk gebleven:

Een stemwijzer afrekenen op wetenschappelijke rigor lijkt op het eerste gezicht oneerlijk

Voorafgaand aan de lancering van de Stemwijzer geven de verkiesbare partijen hun standpunten omtrent de door de Stemwijzer gekozen stellingen op. In het geval van de Provinciale Statenverkiezingen zijn deze stellingen per provincie en diens relevante politieke thema’s opgesteld. Wanneer een respondent overeenkomstig met een politieke partij ‘scoort’ op een stelling levert dit één punt op en nul indien er een verschil van mening is. Dit betekent dat wanneer het standpunt van een partij neutraal is, en de kiezer eens of oneens ‘stemt’, er geen punt wordt toegekend.

Na de vragenlijst kan de respondent thema’s kiezen die voor hem of haar zwaarder meewegen. Deze tellen vervolgens twee keer zo zwaar mee in het stemadvies. Het resultaat is dat indien je als respondent overeenkomstig met een partij stemt dit dubbel meetelt, maar als er verschil bestaat dit niet ‘zwaarder’ wordt meegewogen. Vanaf daar geldt het principe van de meeste punten: de partij met het hoogste aantal overeenkomstige stellingen staat bovenaan het kiesadvies, gevolgd door een tweede of derde keus. Simpel, right?

Collectie / Archief : Fotocollectie Anefo Reportage / Serie : [ onbekend ] Beschrijving : Tweede Kamer verkiezingen 1981
Toch is er veel kritiek op de Stemwijzer en vergelijkbare partijen zoals de Kieswijzer (VU). Zo zouden de sites (te) vaak verkeerd adviseren, subjectieve of sturende vraagstellingen hanteren, en de in de rekenmodellen gehanteerde dimensies methodisch zouden slecht onderbouwd zijn. Verder zouden politieke partijprogramma’s niet altijd overeenkomen met de interpretatie van de stemwijzers, zwart-wit lezingen van partijprogramma’s in de hand werken, en de geponeerde stellingen multi-interpretabel zijn.

Voor al deze punten valt iets te zeggen, maar daarbij moet worden opgemerkt dat al deze kritiek het meetinstrument zelf betreft. Een stemwijzer afrekenen op wetenschappelijke rigor lijkt op het eerste gezicht oneerlijk: er zal nooit een zuiver objectief instrument bestaan dat in een eenduidig en sluitend advies kan voorzien, al was het maar vanwege de het brede publiek dat stemwijzers moeten bedienen en de beschikbare financiële middelen om ze te ontwikkelen.

Stemadvies voor wie?

Zoals het vaak is met onderzoek is de meest interessante vraag juist de vraag die niet gesteld wordt. Wie doen er mee aan stemwijzers, en waarom? In een studie door (onder meer) Jasper van de Pol, verbonden aan de capaciteitsgroep Politieke Communicatie en Journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam, staat precies deze vraag centraal. Aan de hand van data van het Kieskompas [opgezet door co-auteur André Krouwel, red.] heeft van de Pol statistisch een driedeling onder respondenten van het Kieskompas aantoonbaar gemaakt: doubters, seekers en checkers.

Als het klopt dat voor zoekende kiezers een dergelijk stemadvies veelal doorslaggevend is, lijkt er een belangrijke rol voor stemwijzers als de Stemwijzer en het Kieskompas weggelegd

Hoewel deze termen voor zichzelf spreken, is een van de opmerkelijke details in de bevindingen van een andere studie van Van de Pol dat seekers, of ‘zwevende’ kiezers, doorgaans in lijn stemmen met de resultaten van de stemwijzer. In vergelijking met de andere twee groepen doen zij relatief laat een stemwijzer, waar checkers dit relatief vroeg voor de verkiezingen doen. Een andere bevinding in de studie is dat bij ‘minder belangrijke’ verkiezingen als de Gemeenteraad- en Waterschapsverkiezingen, er opvallend meer zoekende kiezers de Kieswijzer doen, dan in het geval van grote verkiezingen als die voor de Tweede Kamer. Dit blijkt eveneens het geval voor twijfelaars.

Wat kunnen we hiervan leren?

Hoewel het onderzoek van Van de Pol slechts data van het Kieskompas beslaat – dergelijke data is doorgaans privacygevoelig en niet openbaar beschikbaar – zet het onderzoek aan tot nadenken. Als het klopt dat voor zoekende kiezers een dergelijk stemadvies veelal doorslaggevend is, lijkt er een belangrijke rol voor stemwijzers als de Stemwijzer en het Kieskompas weggelegd. In het bijzonder voor ogenschijnlijk minder ‘belangrijke’ verkiezingen kan het stemadvies een leidende rol spelen in het daadwerkelijke stemgedrag.

Zoals gezegd valt er veel aan te merken op stemwijzers. Wil je een weloverwogen beslissing maken voor de aankomende Provinciale Staten- en Waterschapsverkiezingen, lijkt het dus zinvol om uit meerdere stemwijzers te putten, en de uitkomsten te vergelijken. Zo kwam HP/De Tijd vorig jaar, hetzij met ietwat ironische inslag, met de Stemwijzer-wijzer. Wie wat dieper wil gaan zou de gekozen stemwijzer kunnen onderwerpen aan (een deel van) de criteria die Jelke Bethlehem, bijzonder hoogleraar surveymethodologie aan Universiteit Leiden, poneert op Stuk Rood Vlees. Ook is het zinvol het stemgedrag van de partijen te vergelijken met de verkiezingsbeloften, iets waar een stemwijzer geen rekening mee houdt.

Maar waarschijnlijk komt het beste stemadvies toch simpelweg voort uit knowhow van politieke ontwikkelingen en kennis van de partijprogramma’s.

Joey de Gruijl

Ik geef leiding aan de eindredactie en ben werkzaam als redacteur bij NRC Handelsblad. Schrijven doe ik niet heel vaak meer, maar als ik schrijf, dan doorgaans over onderzoeksmethodologie, wetenschap of filosofie.
Joey de Gruijl

Latest posts by Joey de Gruijl (see all)