Gelukkig kopen

Florian Teufer, columnist van Red Pers.

Ik beschouw mezelf niet als materialistisch en dat durf ik hardop te zeggen. Ik leef naar het credo van Amsterdams grootste – op Ramses Shaffy na  – en donkerste artiest ooit: “Ik spaar geen geld, ik spaar herinneringen.” Herman Brood. Toch maak ik mij wel schuldig aan het fenomeen: gelukkig kopen.

Dat gaat ongeveer zo.

Ik ben een avond wezen stappen en lig verrot op bed, pak m’n laptop erbij en surf langs Bol.com, Blokker.nl (nóg niet failliet door gelukszoekers en huismoeders), Vakantiepiraten.nl, Catawikie.com (meestal geen geduld voor), Cheaptickets.nl, Weekday.com, Sneakerdistrict.nl en zo nog meer. Je snapt het wel. Op dat moment heb ik geen flauw benul wat ik nodig heb – ik heb ook niks nodig – en hou ik alle opties open.

Zo heb ik een keer met een vriend om acht uur in de ochtend tickets naar Tel Aviv geboekt, schoenen gekocht die veel te klein waren (ze waren er niet meer in mijn maat), kleding besteld in een te kleine maat in de overtuiging dat ik dan maar wat meer moest gaan sporten. Ik heb ooit bijna een kat gekocht op Marktplaats (toen mijn huisgenoot zei dat hij daar eerst over na moest denken, moest ik huilen) en onlangs vloog ik naar Porto.

In zo’n moment lijkt mijn leven een eindeloze val

‘Waarom dan?’ vragen de mensen zich af die geluk niet kopen. Het is eigenlijk vrij simpel. Je bent namelijk brak en ongelukkig. Dat geluk koop je terug in de vorm van spullen of reisjes naar een plek waar je denkt gelukkiger te kunnen zijn – in mijn geval Israël of Porto.

‘Helpt dat dan?’ hoor ik ze weer denken. Het zal je verbazen, maar dat antwoord is: ja, dat helpt enorm.

‘Hoe kan dat dan?’ In zo’n moment lijkt mijn leven een eindeloze val. Het enige waar ik dan aan kan denken is: waarom ben ik zo’n lul en ging ik niet naar huis na dat laatste biertje in de kroeg? Iets kopen om er vervolgens naar uit te kunnen kijken helpt om dat lege gevoel draaglijker te maken.

Dit doet me denken aan een verhaal van Thomas, een goede vriend van me. Op wintersport was Thomas enorm brak – wie had dat gedacht? – en om zeven uur in de ochtend was er in stad en land geen mens te bekennen. Thomas liep naar beneden, deed een pizza in de oven en ging recht tegenover de oven zitten tot-ie klaar was.

Het ernaar uitkijken maakte hem gelukkiger dan het eten van de pizza zelf.