Een nieuwe politieke beweging: Code Oranje wil besturen mét burgers

Democratie. Foto: Randy Colas

Op 20 maart kun je voor het eerst op Code Oranje stemmen. Deze beweging wil alles anders aanpakken dan de old school politici. Code Oranje staat voor besturen mét burgers, niet slechts vóór de burgers. Werkt het huidige systeem van partijpolitiek echt zo slecht? En wat kunnen we verwachten van deze nieuwkomer? 

“Er is iets vreemds aan de hand met de democratie: iedereen lijkt ernaar te verlangen, maar niemand gelooft er nog in.” Dat schreef cultureel historicus David van Reybrouck in 2013 in zijn boek Tegen Verkiezingen. Hij diagnosticeerde de moderne samenleving met een  ‘democratisch vermoeidheidssyndroom:’ onze gevestigde democratische instituten zijn niet alleen hun legitimiteit kwijt, maar ook hun daadkracht.

Sindsdien hebben we een serie politieke bewegingen gezien die beloofden de democratie in ere te herstellen. Trump beweerde dat hij het moeras van corruptie droog zou leggen en de Britten hoopten met een volksstemming de “controle” terug te pakken. In Nederland stemden we over het associatieakkoord met Oekraïne en zagen we de opmars van Forum voor Democratie, met democratische legitimiteit als stokpaardje.

Bij de aanstaande verkiezingen voor de Provinciale Staten kunnen we dit jaar voor het eerst op Code Oranje stemmen. Het is geen politieke partij, maar een burgerbeweging. En ook deze nieuwe beweging constateert dat de democratie in zwaar weer verkeert. ‘Mensen gaan niet meer stemmen’ en slechts twee procent van de Nederlanders is lid van een politieke partij, wordt gemeld op de website. Daarom wil Code Oranje af van de huidige partijpolitiek en streven naar een model met meer burgerinspraak.

Vertrouwen in de politiek

Ligt de Nederlandse democratie echt op de intensive care? Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 zagen we een opkomst van bijna 82 procent – het hoogste percentage in dertig jaar. Het vertrouwen in het parlement is tussen 2012 en 2016 met acht procentpunten toegenomen – van 52 naar 60 procent. Ter vergelijking: bij onze buurlanden ligt het vertrouwen lager dan vijftig procent en in Zuid Europese landen zelfs onder de dertig.

Wat zegt het geval van dividendbelasting over onze democratie?

Toch vertellen die cijfers niet het hele verhaal. Het plan voor de afschaffing van de dividendbelasting van kabinet Rutte III riep kritische vragen op. Hoe kon het dat een maatregel die maar zestien procent van de Nederlanders steunde en in geen enkel partijprogramma was aangekondigd, toch serieus door de coalitiepartners besproken werd? Wat zegt dat over onze democratie?

Wil van het volk

Lucien van der Plaats, lijsttrekker voor Code Oranje in Zuid-Holland, neemt de dividendbelasting dan ook graag als voorbeeld van wat hij noemt ‘old school politiek.’ In dat ouderwetse stelsel zijn de maatschappij en de politici gescheiden. Beroepspolitici bedenken problemen en oplossingen vóór het volk. Wat Code Oranje betreft, kan de samenleving dat zelf doen.

Door burgers directe toegang tot besluitvorming te verschaffen, hoopt Code Oranje populisme tegen te gaan. De ironie wil dat populisten vaak juist hetzelfde beloven: het vertolken van de stem van het volk. Maar het verschil zit in de methode, legt lijsttrekker Van der Plaats uit. Populisme kan volgens hem uitmonden in een tirannie van de meerderheid. Van der Plaats ziet democratie juist als een systeem dat ook minderheden een stem geeft.

Van der Plaats, die in het dagelijks leven procesregisseur is, een bemiddelaar tussen verschillende maatschappelijke belangen, ziet de rol van de overheid als een facilitator van gesprekken tussen verschillende groepen in de samenleving. Dat zou de democratie uiteindelijk niet alleen meer legitiem, maar ook daadkrachtiger maken. Hij noemt het abortus-referendum in Ierland vorig jaar als een voorbeeld van een moeilijke beslissing die door de samenleving met ruim draagvlak werd opgelost.

Dialoog

Eva van Raaij (18), gedeeld lijsttrekker van Code Oranje voor de provincie Gelderland.

De kandidaten van Code Oranje hebben bewust geen uitgesproken politieke kleur, want de agenda moet eerst ’van onderop’ gebouwd worden. Maar als de lijsttrekkers iets met elkaar gemeen hebben, is het wel dat ze heilig geloven in de kracht van dialoog. Is er een grens aan het luisteren naar andere meningen? Moeten de stemmen van neonazi’s en klimaatontkenners ook gehoord worden? En wie beslist dan hoe zwaar die stemmen meetellen? De lijsttrekkers van Code Oranje geloven dat extremisme en polarisatie vooral een gevolg zijn van te weinig begrip voor minderheidsstandpunten. “Mensen worden extremer als ze niet worden gehoord,” zegt Femke Ouëndag, lijsttrekker voor Code Oranje in Noord-Holland. “Andersom geldt dat ook; als mensen wel gehoord worden, zijn ze eerder bereid om te overbruggen.”

Beloftes over specifieke oplossingen kunnen de lijsttrekkers nog niet doen

Ook Eva van Raaij, gedeeld lijsttrekker voor de provincie Gelderland en met 18 jaar een van de jongste kandidaten van het land, vindt polarisatie een groot probleem. Ze gelooft dat meer transparantie in het besluitvormingsproces mensen dichter bij elkaar kan brengen. Hoe dat proces moet worden vormgegeven, moet nog blijken. Dat hangt immers af van de behoeften van burgers.

Beloftes over specifieke oplossingen kunnen de lijsttrekkers dus nog niet doen, want die moeten samen met inwoners worden bedacht. Ideeën hebben ze al wel. Een mogelijke invulling van de plannen voor democratische vernieuwing zou een provinciale jongerenraad kunnen zijn, volgens van Raaij. Haar collega’s in Noord- en Zuid-Holland noemen volkspeilingen, intensieve burgerbijeenkomsten en referenda als opties.

Idealisme of wishful thinking?

Het grote vertrouwen in het vermogen van burgers om samen tot oplossingen te komen is een mooi streven. Maar je kunt het ook naïef noemen. Jaap Bond (CDA), gedeputeerde van de provincie Noord-Holland, gelooft niet dat alle verschillen te overbruggen zijn: “Je moet ook eerlijk zijn: je kunt het nooit iedereen naar de zin maken.”

Want een poging om het volk met één stem te laten spreken, kan ook leiden tot meer polarisatie. Voor de Ieren heeft het abortus-referendum wellicht tot meer onderling begrip geleid, maar hun overburen in Groot Brittannië zitten als gevolg van het Brexit-referendum in een gridlock: wat ‘het volk’ heeft gekozen, blijkt het parlement niet te kunnen leveren.

Hoe Code Oranje met zo’n probleem om zou gaan? Dat zal nog moeten blijken uit hun ‘agenda van onderop.’

Adriaan de Jonge

Adriaan (1994) is politiek filosoof en journalist. Bij Red Pers werkt hij mee aan de podcast en de tweewekelijkse nieuwsbrief. Geïnteresseerd in allerlei maatschappelijke kwesties en lichtelijk geobsedeerd met vragen over de toekomst van werk.
Adriaan de Jonge