Hoe je je kledingkast kleiner, duurzamer en eerlijker maakt

Foto door Presstigieux

De modeindustrie is onvoorstelbaar vervuilend en oneerlijk. Wat kun je daar als consument aan doen? Minder nieuwe kleding kopen is een belangrijk begin. En dat kan nog leuk zijn ook.

Mijn opa had een goede smaak als het om kleding ging. Van hem erfde ik groene en donkerblauwe Corduroy pantalons die je nu bijna nergens meer vindt. Elke keer opnieuw verbaas ik me erover dat die broeken er na al die jaren nog piekfijn uitzien, want broeken die ik nu nieuw koop, verslijt ik binnen een jaar. De kledingindustrie is in korte tijd enorm veranderd en dat heeft grote effecten op de wereld om ons heen, waarin het klimaat opwarmt en ongelijkheden groeien. In dit laatste deel van de consubeteren-serie: wat is de impact van onze modeconsumptie? En hoe kunnen we die – zonder al te veel moeite – verbeteren?

Wegwerpmode

Om met de deur in huis te vallen: we kopen ontzettend veel kleding. Nu al 60 procent meer dan aan het begin van de eeuw. Daarnaast bewaren we kleding tegenwoordig nog maar half zo lang als vroeger. Onze ouders herinneren zich nog dat kleding werd doorgegeven van oudere naar jongere broertjes en zusjes. Wij daarentegen kopen met gemak een shirtje voor minder dan 3 euro, en gooien dat met hetzelfde gemak ook weer weg. Zoals Keuringsdienst van Waarde-presentator Teun van de Keuken het treffend verwoordt: kleren waren nog nooit zó in de mode.

Als je bij de Decathlon een T-shirt voor de ‘sportiefste’ prijs van €2,99 scoort, gaat daarvan dus minder dan twee cent naar de fabrieksarbeiders

Deze stijging in onze kledingconsumptie heeft enorme effecten op zowel mens als milieu. Zo is de modeindustrie verantwoordelijk voor één tiende van de wereldwijde CO2-uitstoot, en de komende jaren zou dat kunnen groeien tot één vierde. Daarmee is het de op één na meest vervuilende industrie ter wereld. Daarnaast draagt de productie van onze kleren voor twintig procent bij aan het industrieel afvalwater.

Bovendien werken de makers van onze kleding vaak onder erbarmelijke omstandigheden. Van de winkelprijs van een T-shirt gaat gemiddeld maar 0,6 procent naar de arbeiders die het kledingstuk daadwerkelijk gemaakt hebben. Een snel rekensommetje: als je bij de Decathlon een T-shirt voor de ‘sportiefste’ prijs van €2,99 scoort, gaat daarvan dus minder dan twee cent naar de fabrieksarbeiders.

Het is weinig verassend dat de wevers en naaiers van onze kleding daar niet van kunnen leven. Toen de Fair Wear Foundation onderzoek deed naar arbeidsomstandigheden in de Ready Made Garment Industry in booming Bangladesh, bleek dat geen van de bezochte kledingfabrikanten hun arbeiders een inkomen betaalde dat bestaanszekerheid oplevert. Van die arbeiders is acht op de tien vrouw. En dan hebben we het over kinderarbeid nog niet eens gehad.

Fashion for Good museum. Foto: Adriaan de Jonge

Wat nu? Minder!

Goed, genoeg deprimerende cijfers. Wat kunnen we eraan doen? De belangrijkste les die we uit de fair fashion movement kunnen trekken, is in drie woorden samen te vatten: less is more. Hoe minder nieuwe spullen we kopen, hoe minder we bijdragen aan de schadelijke aspecten van de industrie: stemmen met je portemonnee. En dat betekent gelukkig niet dat je kledingkast voor altijd hetzelfde moet blijven. Juist niet zelfs: door kleding te ruilen, te repareren, te lenen, of tweedehands te kopen, ontwikkel je een stijl die veel eigener kan zijn dan wat je op de billboards van bushaltes ziet.

Volgens modeontwerper en onderzoeker Otto von Busch is de relatie tussen de modeindustrie en de consument te vergelijken met die van een drugsdealer en een junkie. De dealer zorgt ervoor dat de junkie zich goed voelt, maar toch nog net slecht genoeg om terug te komen bij de dealer. Daarom ziet hij de naaimachine als een weg naar bevrijding. Wie zelf kleren kan verstellen of repareren, is niet afhankelijk van de grillen van fast fashion. Von Busch noemt het overigens zelf ook wel Faust fashion.

En beter

Welke kledingstukken kun je het beste houden? Anne-Ro Klevant Groen van Fashion for Good raadt aan om een kleine kledingkast met tijdloze classics aan te houden, die je makkelijk kunt combineren in alle seizoenen. Zoals een LBD [little black dress, red.], een goede duurzame denim, een mooi wit T-shirt, een witte blouse of overhemd, of een denim jacket.

Fashion for Good is een internationaal innovatieplatform dat modebedrijven helpt hun productie duurzamer en eerlijker te maken en consumenten probeert bewuster te maken van wat ze kopen. De organisatie steunt kleine ondernemingen met nieuwe ideeën maar werken ook samen met grote namen als Adidas, C&A, Tommy Hilfiger en Calvin Klein. Want alleen als die zwaargewichten ook meegaan, kan de hele industrie op zijn kop gezet worden. In oktober 2018 werd door hen de Fashion for Good Experience geopend, een gratis te bezoeken museum waar je inspiratie kan opdoen voor het verbeteren van je eigen kledingkast.

Fashion For Good Experience. Foto: Presstigieux

In Nederland kun je voor fair fashion onder andere bij Miss Green terecht. Oprichter Maaike Groen kwam tien jaar geleden met het idee vanuit een eigen behoefte aan eerlijke en duurzame basics. Ze noemt duurzaamheid een proces, want er kan altijd wel iets aan een productieketen verbeterd worden. Inmiddels is Miss Green het enige Nederlandse modemerk waarvan het merendeel van de collectie een GOTS-certificering heeft gekregen – een toonaangevend keurmerk dat wordt uitgereikt aan modemerken die voldoen aan een aantal strenge ecologische en sociale eisen. En ja, dat is iets duurder dan de Primark, maar als je eenmaal de neiging om elke week iets nieuws te kopen kan onderdrukken, houd je gelukkig meer geld over om goede keuzes te maken.

Drie uitdagingen

Wat kunnen we vandaag nog doen om onze kledingkast duurzamer en eerlijker te maken? Aan het begin van deze serie gaf redacteur Max van Geuns al een aantal tips om je voornemens concreet en haalbaar te maken. Op basis daarvan, geef ik je drie uitdagingen mee, om bewuster met mode om te gaan. Als we daar allemaal alleen al één van nastreven, zijn we al een eind op de goede weg.

Uitdaging 1. Streef naar meetbaar resultaat. Dus: probeer eens dertig dagen lang geen nieuwe kleding te kopen.

Uitdaging 2. Ontwikkel gewoontes door ‘als-dan’-plannen te maken. Dus: geef elke keer dat je iets nieuws koopt, een ander kledingstuk weg.

Uitdaging 3. Maak geen nieuwjaarsvoornemens, maar lentevoornemens. Dus: ruim je kledingkast in het kader van een lenteschoonmaak eens flink uit en breng alles wat je niet nodig hebt naar een vintage shop.


Dit is het tweede artikel in onze serie over consubeteren. Lees ook de introductie over goede voornemens en de stukken over studenten die liever koken dan bestellenhoe je als student duurzaam én betaalbaar kunt etenof de overheid als verlicht despoot een uitweg is uit het voedselprobleemof die superfoods nou echt zo supergoed zijn en hoe duurzaam jouw visje is.