Ook ik ben een beetje homo

Florian Teufer, de nieuwe columnist van Red Pers.

Het was in Frankrijk, Mimizan. Het vuil op het strand werd opgeveegd door gemeentelui. Die gaan dan met zo’n enorme stofzuiger over het strand en alle stront, glas en vuil van die dag gaat de wagen in. Zodat je de volgende dag weer zonder scheuren in je wetsuit het water inwandelt.

De nachtsurfers lagen in het water en niet ver klonken groepen bezopen Nederlandse jongeren. Ook wij waren bezopen, maar stil. We luisterden naar tactloze versierpogingen, in het straatje van: wees maar niet bang, ik ben nog vrijgezel. Het klonk of de jongens tikkertje speelden en de meisjes verstoppertje.

Een week eerder waren we met de noorderzon vertrokken, zoals dat heet. In de auto belden we onze moeders om te zeggen dat we naar Frankrijk of Spanje of zoiets gingen. Na dagen rijden, tolwegen vermijden, eten stelen uit de supermarché en bij pizzeria’s wegrennen zonder te betalen zaten we dan daar: vier beste vrienden op avontuur. Iedereen had zijn rol en droeg bij aan hét avontuur. De afleider, de chauffeur, de charmeur en de acteur. Verbroedering ten top.

Een beetje zoals de gemiddelde Parijzenaar ruikt. We zagen er vies-chic uit

De stoelen in de auto hadden we platgelegd. Er was plaats voor twee. Wie het laatst thuis zou komen, moest in de duinen slapen – de auto was thuis geworden. Iemand zei: morgen gaan we surfen, nu écht! Jawel, morgen gaan we surfen, beloofd… Op het paviljoen hadden we een koude douche gepakt. Onze haren zaten in het vet. Onze kleren al vier dagen niet gewassen, ze roken naar hasj en gebraden kip. Een beetje zoals de gemiddelde Parijzenaar ruikt. We zagen er vies-chic uit.

Waarom we op het strand zaten en niet bij de rest van de surfkampjongeren: wij waren nou eenmaal zo. Vertrouwden enkel elkaar en de rest kon de tering krijgen. Op die leeftijd wilde je nou iemand zijn, een eigen persoon. Daar hoorde experimenteren bij. Proeven, uittesten, het leven over je longen roken en dan inhouden, want wie hoest is een mietje.

Daar op dat strand, daar vroeg iemand het. Ik weet niet meer wie en dat doet er ook niet toe. De vraag was onschuldig en gemeend: hebben jullie weleens een jongen gezoend? Dit hoorde bij het proeven, dat wisten wij vieren. Wij wel, zeiden er twee. Dan moet ik ook, dacht ik. Ik kan niet achterblijven. Een van mijn beste vrienden wilde nog wel een keer. Hij had zachte lippen en zijn hand lag losjes op mijn rug. Net of ik mezelf zoen, dacht ik nog.

Ook ik ben een beetje homo, zei ik.
Lekker toch, antwoordde hij, ik ook.