Het basisinkomen anno 2019

© Generation Grundeinkommen

De economie trekt weer aan, maar dat betekent niet direct dat meer mensen ook kunnen rekenen op meer bestaanszekerheid, zo blijkt uit een rapport in opdracht van de FNV. Het idee van een basisinkomen is daarmee anno 2019 nog steeds relevant. De belangrijke vraag is echter: welk basisinkomen?

Voor wie het gemist heeft: een basisinkomen is een onvoorwaardelijke uitkering voor alle burgers. De meesten zullen het idee van een basisinkomen hebben leren kennen via het ongekend invloedrijke stuk van Rutger Bregman bij De Correspondent of zijn boek Gratis geld voor iedereen, dat in 2014 verscheen. In hetzelfde jaar wijdde Tegenlicht een aflevering aan het idee.

Rond die tijd was de werkloosheid in Nederland hoog. Misschien is het niet zo verwonderlijk dat we juist toen na gingen denken over nieuwe manieren om de bestaanszekerheid van werklozen te garanderen. Maar inmiddels is de werkloosheid ten opzichte van vijf jaar geleden gehalveerd. Is het enthousiasme voor een basisinkomen daarmee ook weggeëbd?

Groei zonder bestaanszekerheid

Een gebrek aan enthousiasme lijkt niet het geval te zijn. Sterker nog: vakbond FNV heeft onlangs arbeidseconomen Paul de Beer en Wieteke Conen gevraagd een groot onderzoek uit te voeren ten behoeve van de discussie over het basisinkomen. De vraag is: welke ontwikkelingen hebben zich de laatste halve eeuw voorgedaan op de arbeidsmarkt? De resultaten werden vorige maand gepresenteerd.

Het basisinkomen is een politieke vraag, waarop geen objectief wetenschappelijk antwoord mogelijk is

De Beer en Conen concluderen dat we sinds de eeuwwisseling een nagenoeg ‘baanloze groei’ gezien hebben. Kortom: dat de economie weer aantrekt, betekent niet direct dat de werkgelegenheid ook stijgt. Bovendien valt het hebben van betaald werk steeds minder samen met bestaanszekerheid. De afgelopen dertig jaar nam het aandeel werknemers met een laag uurloon met de helft toe. Daarnaast is in een halve eeuw het aandeel flexibele werknemers van minder dan vier procent gegroeid tot meer dan 22 procent.

Utopie

De economische noodzaak voor nieuwe vormen van inkomensgarantie houdt dus aan. Maar dat leidt niet automatisch tot de conclusie dat een basisinkomen gewenst is, waarschuwen de wetenschappers. “Het is een politieke vraag, waarop geen objectief wetenschappelijk antwoord mogelijk is,” aldus de onderzoekers.

Als we verder willen nadenken over het basisinkomen, zullen we ons dus af moeten vragen in wat voor een maatschappij we willen leven. Hoe ziet die utopie van de voorvechters van het basisinkomen er eigenlijk uit? Dat is niet helemaal duidelijk.

© Generation Grundeinkommen

Welk basisinkomen?

Volgens actiegroep Universal Basic Income Europe is het plan ‘not left or right, it’s forward’. Ook Rutger Bregmans pleidooi is altijd een mengelmoes geweest van argumenten vanuit verschillende politieke tradities. Het verdedigt klassiek socialistische waarden: het maakt een eind aan armoede en werkt nivellerend. Maar er zit ook iets in voor de liberalen: het bestrijdt overheidsbetutteling en verkleint het ambtenarenapparaat.

Bregman is niet vies van cherry picking van ideeën uit schijnbaar tegengestelde ideologische kampen. Hij ziet het vooral als een manier om het plan populair te maken onder een brede groep. Vandaar dat hij de framing door de jaren heen heeft aangepast. Eerst was het credo ‘gratis geld voor iedereen’. Dat klonk onrealistisch en dus werd het ‘basiszekerheid’. Dat klonk weer te socialistisch, dus de nieuwste catch phrase is ‘durfkapitaal voor de gewone man.’

Als we het basisinkomen slechts financieren vanuit de inkomsten uit het afslanken van het oerwoud dat sociale voorzieningen heet, haalt het basisinkomen de armoedegrens net niet. Het is kiezen of delen

Bregman benadrukt daarmee de liberale kant van het idee. Hij stelt het basisinkomen zelfs voor als de ‘kroon op het kapitalisme’ in plaats van een remedie daartegen. Hij lijkt te kiezen voor een aanpak waarbij hij het kapitalisme een nieuwe betekenis geeft in plaats van het systeem af te schrijven.

Kiezen of delen

Maar als één idee verdedigd kan worden door zowel egalitaire als liberale argumenten, hebben we het dan echt over één en hetzelfde idee? Dat liberale basisinkomen, dat individuen zelfredzaam zou maken en innovatie zou stimuleren, is niet hetzelfde plan als het socialistische basisinkomen, dat bedoeld is armoede de wereld uit te helpen en het onverdiende inkomen van de parasitaire renteniersklasse af te romen.

Onlangs liet econoom Harro Boven tijdens een meet-up in Pakhuis de Zwijger zien dat er een reëel verschil is tussen de liberale en de socialistische variant van het plan. Als we extra belasting heffen op milieuvervuiling en erfenissen, kunnen we definitief afrekenen met armoede. Maar als we het basisinkomen slechts financieren vanuit de inkomsten uit het afslanken van het oerwoud dat sociale voorzieningen heet, haalt het basisinkomen de armoedegrens net niet. Het is kiezen of delen.

We weten vooralsnog weinig over de daadwerkelijke implementatie van een basisinkomen. Wat we wel weten: hoe concreter het plan wordt, hoe meer keuzes we moeten maken. Dat het een sterk en verbindend idee is, is dan niet meer voldoende. Dan moet het antwoord gaan geven op de lastige vraag: in wat voor een samenleving willen we leven?

Adriaan de Jonge

Adriaan (1994) is politiek filosoof en journalist. Bij Red Pers werkt hij mee aan de podcast en de tweewekelijkse nieuwsbrief. Geïnteresseerd in allerlei maatschappelijke kwesties en lichtelijk geobsedeerd met vragen over de toekomst van werk.
Adriaan de Jonge