Darten, net zo Nederlands als boerenkool?

In januari 1998 krijgt SBS bij toeval de uitzendrechten voor de finale van het wereldkampioenschap darten in de schoot geworpen. 1,5 miljoen Nederlanders zien hoe Raymond van Barneveld zijn tegenstander de vernieling in gooit. Krap 20 jaar later zien 2,2 miljoen Nederlanders Michael van Gerwen dit kunststukje herhalen. Wat maakt de sport zo populair?

Darten, oftewel ‘het gooien van pijltjes als spel’ vond eind jaren 70 zijn weg in Nederland. Britse zeelieden introduceerden het spel – dat zijn oorsprong vond in het Victoriaanse Engeland van de 19e eeuw – aan hun collega’s op het vasteland. In het kielzog van andere populaire kroegsporten als pool wordt een dartbord al snel een onmisbaar attribuut voor iedere kroeg.

Er zijn eindeloos veel varianten door de jaren heen bedacht, maar de meest gehanteerde is de versie waarin twee darters beiden een leg van 501 punten moeten ‘weggooien.’ Vereiste daarbij is dat de laatste worp een dubbel is. Wanneer men meerdere legs wint is er sprake van een set, wanneer men meerdere sets wint wordt de partij gewonnen. Hoeveel legs en sets een darter moet winnen varieert tussen toernooien.

Een jaar later prolongeert Van Barneveld – vaak liefkozend ‘Barney’ genoemd – zijn titel en bereikt de dartkoorts zijn hoogtepunt

Een leuk tijdverdrijf voor in de kroeg, dacht menig Nederlander, maar serieus werd het niet genomen. Als in 1998 echter een Haagse postbode de finale van het BDO wereldkampioenschap wint – één van de twee prominente dartbonden – krijgt het grote publiek pas lucht van darten als wedstrijdsport. Voor het eerst wordt een wedstrijd integraal op tv uitgezonden. Kijkcijfers schieten de lucht in en mensen melden zich massaal aan bij regionale dartverenigingen. Een jaar later prolongeert Van Barneveld – vaak liefkozend ‘Barney’ genoemd – zijn titel en bereikt de dartkoorts zijn hoogtepunt.

Anno 2019 – het jaar waarin Van Barneveld zijn pijltjes aan de wilgen zal hangen – staat er nog steeds een Nederlander aan de top in het darten: Michael Van Gerwen uit Vlijmen domineert het dartcircuit en leidt de mondiale ranking met straatlengtes voorsprong, wat terug te zien is in de kijkcijfers. Na een mindere periode van ‘onze’ darters betekenen de opkomst van ‘Mighty Mike’ en de revival van ‘Barney’ ook een revival voor de dartpopulariteit, die tegen het einde van het eerste decennium van deze eeuw in het slop leek geraakt.

Afhankelijk van ‘Mighty Mike’

“De populariteit van darten valt niet los te zien van ons chauvinisme,” aldus Jacques Nieuwlaat, Nederlands bekendste dartcommentator.  Hiermee is de vergelijking met de Formule 1 gauw getrokken, waar Max Verstappen een storm aan aandacht voor de sport genereerde. Toch zou het van weinig nuance getuigen om de opkomst van beide sporten slechts als een gevolg van vaderlandsliefde te beschouwen. Zo won het Nederlandse korfbalteam negen van de tien gespeelde wereldkampioenschappen, maar lijkt geen haan daarnaar te kraaien.

Een kanteling lijkt gaande in  tv-sportland: waar van oudsher geliefde sporten als wielrennen aan populariteit inboeten, zitten darten en F1 in de lift. Nieuwlaat, wiens bijnaam the Human Calculator – naar zijn vermogen om snel dartscores te berekenen – luidt, verklaart dit als volgt: “Tegenwoordig hebben mensen nog maar weinig geduld, alles moet snel en meeslepend zijn want anders zapt men weg. Bij darten zorgen de snelle opeenvolging van legs en de snel wisselende kansen voor een immer gespannen spanningsboog.” Dit in tegenstelling tot sporten als wielrennen en voetbal, waar de kijker soms nog wel eens kan wegdommelen.

Af van ‘onsportief’ imago

Een andere, maar wellicht minder intuïtieve verklaring kan liggen in het feit dat het geïdealiseerde sporterslichaam binnen het darten van minder belang is. Of zoals Twan Boveé, sportredacteur bij de Telegraaf het verwoordt: “Mensen kunnen zich hierdoor identificeren met de darters, omdat deze eruitzien als ‘gewone’ mensen.”

Toch is het feit dat het fysiek van veel darters niet voldoet aan het archetypische beeld van een topsporter al jaren voer voor discussie. Het werpt de vraag op of darten wel een topsport is. Ook aangaande golf werd een soortgelijke discussie gevoerd: daar werd het rijden in golfkarretjes en de begeleiding van caddies door sommigen als topsport onwaardig gezien.  Zeker in de beginjaren van het darten werd er nog weleens lacherig gedaan over forse darters, die in een walm van rook en bier hun wedstrijden afwerkten.

De druk die op de schouders rust van een darter om een bepaalde pijl te gooien is misschien wel vergelijkbaar met een voetballer die een strafschop moet nemen. En dat ontelbare keren per competitie

Als we Jacques Nieuwlaat moeten geloven is het zeker een topsport. “Is schaken een topsport?” is zijn repliek. “Het mentale aspect is zo ontzettend groot, de druk die op de schouders rust van een darter om een bepaalde pijl te gooien is misschien wel vergelijkbaar met een voetballer die een strafschop moet nemen. En dat ontelbare keren per competitie. Daarbij moeten darters net als iedere andere sporter ontelbare uren trainen om zo goed te worden en vergt ook het gooien van pijltjes fysieke kracht, hoewel het natuurlijk geen marathon is,” voegt hij er met een kwinkslag aan toe.

Maar is darten als kijksport in Nederland wel een lang leven beschoren? Of zal onze interesse afnemen naarmate het aantal Nederlanders in de top ook afneemt? Het feit dat de kijkcijfers daalden toen prestaties uitbleven – tot het moment dat het bijna van de buis verdween – zou hier op kunnen wijzen. Toch lijkt er zich een trouwe schare fans ontpopt te hebben die afstemt op wedstrijden ongeacht de nationaliteit van de deelnemers, getuige de 864 duizend kijkers naar de WK finale van 2018 tussen de Britse dartlegende Phil Taylor en zijn jongere landgenoot Rob Cross. Hiermee lijkt het zich definitief te nestelen tussen de andere grote kijksporten van Nederland en mogen wij onszelf met recht een dartnatie noemen.