“Studeren? Even de dealer bellen”

Foto door Haya Yousef

Concentratiedoping heeft het afgelopen decennium zijn weg gevonden in het leven van veel studenten. Uit recentelijk onderzoek van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik blijkt dat één op de vier weleens Ritalin of een ander ADHD-medicijn gebruikt om beter te kunnen studeren, terwijl maar twee procent van de studentenpopulatie daadwerkelijk aan een concentratiestoornis lijdt. Wat drijft deze ontwikkeling?

Ritalin, een middel dat dient ter bevordering van de concentratie bij mensen met een aandachtstoornis is onderdeel van onze basisverzekering en slechts verkrijgbaar op voorschrift van een huisarts of psychiater. Terwijl de afgelopen twee jaar het aantal voorschriften lijkt te stagneren, is er een groei waarneembaar in het aantal voorschriften onder studenten.

Een deel van de studenten houdt er een lucratieve business op na, waarbij de verkoop aan andere behoeftige studenten als bijverdienste geldt. Dit zijn de zogenoemde ‘studentendealers’: jongeren met (of zonder) ADD of ADHD die buitenproportionele hoeveelheden van het middel krijgen voorgeschreven en hun overschot doorverkopen. Een dealer uit mijn eigen kennissenkring vertelt hoe hij dagelijks veertig pillen tot zijn beschikking heeft waarvan hij zelf maar een fractie gebruikt. Door deze door te verkopen à vijf euro per strip van tien pillen, wordt er grove winst gemaakt op de ‘gratis’ drug.

Een factor die de populariteit van dit soort ‘concentratiedoping’ kan verklaren is de doorgaans losse omgang met drugs onder studenten

Maar waarom geniet het middel nu zo’n grote populariteit onder studenten? Een verklaring is de status die het product heeft als ‘studiebooster’. Studenten lijken overtuigd dat het middel de leerprestaties ook bij mensen zonder concentratiestoornis verbetert. Vreemd genoeg wagen zij zich massaal aan het middel terwijl er geen bewijs is voor het studie bevorderende effect.

Onverantwoord gebruik

Het College Beoordeling Geneesmiddelen, een orgaan dat namens de Nederlandse overheid de werkzaamheid en risico’s van medicijnen beoordeelt keurt daarbij het voorschrijven van alle middelen die methylfenidaat bevatten – de werkzame stof in Ritalin – af. De belangrijkste reden hiervoor is het grote aantal gerapporteerde bijwerkingen en het gebrek aan kennis over de langetermijneffecten van het middel.

Toch nemen toekomstig juristen, bedrijfslui en psychologen de gok maar al te graag. Wellicht omdat zij in tijden van diploma-inflatie en een krappe arbeidsmarkt een sterke druk ervaren om te presteren en daarbij alles wat hieraan kan bijdragen met beide handen aangrijpen. Een andere factor die de populariteit van dit soort ‘concentratiedoping’ kan verklaren is de doorgaans losse omgang met drugs onder studenten. Dat de Nederlandse jongere niet schrikt van middelen waarvan de werking niet helemaal jofel is, blijkt wel uit het feit zij Europese koplopers zijn op het gebied van harddrugsgebruik.

Foto: Haya Yousef

Maar waarom laten psychiaters en huisartsen zich lenen voor misbruik van een middel wat alleen zij kunnen voorschrijven? Zij vormen de spreekwoordelijke horde die door studenten genomen dient te worden om aan Ritalin te kunnen komen. Waar de farmaceutische industrie gebaat is bij een hoge verkoop en productie, valt er voor bovengenoemde hulpverleners geen financieel slaatje te slaan uit het voorschrijven van het middel. Hier steekt artikel 94 van de Geneesmiddelenwet – die een strenge scheiding tussen hen en de farmaceutische industrie in stand houdt – een stokje voor.

Dit in tegenstelling tot het in Nederland gangbare idee dat concentratiestoornissen besloten liggen in de hersenen: een gedachte die het idee promoot dat concentratie een fenomeen is dat buiten de eigen invloedsfeer ligt

Hanteren psychiaters en huisartsen een losse definitie van het begrip ADHD, of zijn ze gewoonweg te lui om grondig onderzoek te doen voor het stellen een diagnose? Om de eerdergenoemde studentendealer te citeren: ”De eerste keer dat mijn huisarts mij medicatie voorschreef werd ik aan een redelijk grondige psychologische test onderworpen, maar in de jaren daarna heeft de huisarts nooit meer de moeite gedaan mijn behoeftigheid voor het middel te re-evalueren. Als student heb je een heel andere dagindeling dan scholieren dat hebben, en ik merkte dat ik als scholier veel meer gebaat was bij de rust die Ritalin mij bood. Het voorkwam dat ik de hele klas op stelten zette. Maar toch schrijft mijn huisarts mij iedere keer zonder morren dezelfde hoeveelheid voor terwijl ik nu studeer.”

Het tij keren

Dat het gebruik onder studenten op de korte termijn zal afnemen, lijkt onwaarschijnlijk. De prestatiedruk die studenten ervaren zal er waarschijnlijk voor blijven zorgen dat studenten net dat stapje extra willen nemen. Er zal daarom eraan gewerkt moeten worden om aankomende studenten een alternatief te bieden.

Anders dan in Nederland wordt er in Frankrijk veel minder ADHD gediagnosticeerd en zelden medicatie als bestrijdingsmiddel wordt voorgeschreven. In plaats daarvan worden concentratiestoornissen gezien als een product van de omgeving, waarvan de onderliggende situationele en psychosociale oorzaken moeten worden behandeld. Dit in tegenstelling tot het in Nederland gangbare idee dat concentratiestoornissen besloten liggen in de hersenen: een gedachte die het idee promoot dat concentratie een fenomeen is dat buiten de eigen invloedsfeer ligt.

Dergelijke ideeën rechtvaardigen het gebruik van “hulpmiddelen”

In een tijd waarin internet en sociale media onze concentratiespanne negatief beïnvloeden, is het makkelijk om jezelf wijs te maken dat je een gebrekkige concentratie hebt. Dergelijke ideeën rechtvaardigen het gebruik van “hulpmiddelen”. Niet voor niets is de kreet ‘zonder kan ik het echt niet’ een veelgehoorde onder studenten die Ritalin gebruiken. Als universiteiten hun leerlingen naar Frans voorbeeld meer zouden onderwijzen over de psychosociale oorzaken van hun concentratiegebrek en tegelijkertijd oplossingen hiervoor zouden aandragen – denk aan een smartphonevrije collegeruimte bijvoorbeeld – zou dit de hang naar concentratiedoping kunnen verminderen.


Dit is het vijfde artikel in onze serie over de studentenpsyche. Lees hier het introductieartikel terug. Het eerste artikel in de serie ging over de Advieswinkel, het tweede artikel ging over ‘flow’ en je eigen weg vinden, het derde artikel ging over de oorzaak en behandeling van een winterdepressie en het vierde artikel over labeling en diagnosticeren