Je eigen weg vinden

Een kwart van de studenten heeft last van burn-outklachten. Dit komt mede door de prestatiedruk die zij vandaag de dag ervaren. Florian Teufer schreef bij het afstuderen voor zijn studie Media, Informatie en Communicatie een boek vol anekdotes van jongvolwassenen die hun weg proberen te vinden in die voortdurende druk . “De één lukt dat heel goed, de ander heeft er wat meer moeite mee.” 

Boris had nooit een (volledig) uitgewerkt toekomstbeeld. En ook al leek zijn leven nergens heen te gaan; na jaren ontwikkelen kreeg ook hij zijn flow te pakken. Nog steeds loopt niet alles op ‘zijn’ manier en dat is prima. Door meer tijd te nemen voor de dingen die hij leuk vindt, heeft hij meer rust en emotionele stabiliteit.

Maar eerst dit: geluk en ‘Flow’

Wat maakt geluk eigenlijk? Dat vroeg de Hongaars-Amerikaanse psycholoog Mihály Csíkszentmihályi zich af in de jaren zeventig. Het verbaasde hem dat mensen na al het verlies en verdriet van de Tweede Wereldoorlog weer geluk konden voelen. De psycholoog reisde de wereld rond op zoek naar het optimale geluk van anderen. Daar hoorde hij de verhalen aan van brandweerlieden, studenten, dokters, atleten, et cetera. Allemaal gaven ze ongeveer hetzelfde aan: een staat van zijn waarin ze niet hoefden na te denken en alles vanzelf leek te gaan, gepaard met een goed gevoel. Het vergeten van letterlijk alles om hen heen, behalve die ene activiteit die ze bezighield.

Dit soort ervaringen gaan volgens Csíkszentmihályi gepaard met het gevoel van geluk. De psycholoog probeerde het gevoel voor anderen begrijpelijk te maken en bedacht een model voor het meten van geluk: het flow-model. Hier schreef hij ook een dikke pil over genaamd, je raadt het nooit: Flow. Flow is de benaming die Csíkszentmihályi gaf aan de staat die deze mensen beschreven, waarbij genot, creativiteit en totale betrokkenheid samen komen. Aan weerszijden van het flow-model staan: vaardigheid en uitdaging, deze moeten in balans zijn voor ‘een flow’.

Een voorbeeld uit zijn boek: een rotsklimmer besluit een berg in Frankrijk te beklimmen. Het is de steilste berg in Frankrijk. Die rotsklimmer heeft nog nooit die berg beklommen, wel heeft hij zich ingelezen over de gevaarlijkste stukken van de berg. Tevens traint hij al zijn hele leven om uiteindelijk de Mount Everest te kunnen beklimmen (hier ligt zijn motivatie). Zijn vaardigheden als rotsklimmer matchen de uitdaging die voor hem ligt: de steilste berg van Frankrijk beklimmen. Hij is gemotiveerd en gaat helemaal op in het klimmen. Dit heet flow. Op deze manier tracht de rotsklimmer om zijn flow vast te houden.

Vaardigheid en uitdaging, deze moeten in balans zijn voor ‘een flow’

Veel jongeren en jongvolwassenen kampen met werkdruk, de druk om te presteren, hebben een overschat zelfbeeld en toekomstbeeld of zijn te perfectionistisch. Zij komen niet zo makkelijk in een flow terecht. Uit onderzoek blijkt dat een kwart van Nederlandse studenten last heeft van burn-out klachten, resulterend in emotionele uitputting. Waar ligt dat dan aan? De simpele verklaring lijkt te zijn dat we zijn uitgeput en te weinig rust nemen.

Hij vond toevlucht in tekenen

Mijn jeugdvriend, Boris, kon ik in eerste instantie niet uitstaan. We gingen met dezelfde mensen om en op verjaardagen dacht ik alleen maar “kijk hem nou”. Ik was een zeventienjarige puistenkop die geen idee had wat hij moest doen na de havo en ik dacht dat Boris het allemaal uitgevogeld had. Ik was jaloers op Boris. Hij straalde zelfvertrouwen uit. Boris lag goed bij de meisjes en was ieders beste vriend – zelfs de conrector zat met een glimlach achter haar altijd sombere bureau als hij zich moest melden.

Op een dag raakten we in gesprek. Een gesprek over onze ouders die ons van alles hadden beloofd, maar uiteindelijk geen toekomst meer in ons zagen “ze hadden alles al geprobeerd”. Over manieren om wiet te roken (bijvoorbeeld uit een appel) – blowen was een vorm van escapisme. Hoe we meisjes het best konden versieren en welke meisjes je niet moest versieren, want die bleven plakken. We dronken Malibu Cola en dachten dat het er cool uitzag. Ergo: we waren losgeslagen, domme pubers.

We wilden totaal vrij breken van de eisen die onze ouders stelden: minimaal de havo halen (vmbo was niet goed genoeg) en studeren voor een goede toekomst. Ik zag dat Boris ook zijn weg nog niet gevonden had en vond troost in zijn twijfels, want die had ik ook. We konden naar niemand anders luisteren dan onszelf en sinds de vriendschap dus ook naar elkaar.

We dronken Malibu Cola en dachten dat het er cool uitzag. Ergo: we waren losgeslagen, domme pubers

Boris had altijd een markerstift bij zich. Wat sommige mensen zagen als vandalisme, zag Boris als kunst. In de trein, op bankjes in het park, in wc-hokjes. Boris was nog steeds Boris, vandaar dat graffiti zetten onder viaducten een logische volgende stap was, want de pakkans is groter en dat maakte het spannender. De zomer was net zo snel weer over als ze kwam, en dus moest er gestudeerd worden. En toen sloeg de onzekerheid in. Was hij wel goed genoeg om van tekenen zijn beroep te maken? Vrienden zagen dat Boris niet gelukkig was en confronteerden hem met zijn verloren passie. “Doe wat met je talent”, “Je moet vertrouwen hebben in jezelf”, “Waarom zou je je hele leven in een bar staan?” waren de opmerkingen die hij naar zijn hoofd kreeg. Boris begon te twijfelen, omdat hij vond dat hij niet goed genoeg was.

Een perfect toekomstplaatje

Zonder iets te zeggen had Boris zich aangemeld voor een kunstopleiding. Eenmaal door de laatste ronde heen was het officieel en kon hij er niet meer onderuit. Hij werkt nu twee dagen in de week in de horeca en leent een flink bedrag bij papa DUO. Zijn dagen zijn lang, maar het is hem meer dan waard. Op vrijdag was Boris altijd de eerste die ik belde, inmiddels weet ik dat zijn vrijdagavonden vaak gevuld zijn met schoolopdrachten. En in het weekend heeft hij soms een klant, maar die zijn nog schaars. Ook al weet Boris nog steeds niet of hij van illustreren zou kunnen leven, het gaat hem allang niet meer om een perfect toekomstplaatje. Hij heeft zijn eigen flow te pakken.

Ook al weet Boris nog steeds niet of hij van illustreren zou kunnen leven, het gaat hem allang niet meer om een perfect toekomstplaatje

Misschien moeten we ons niet zo druk maken of jongeren ‘genoeg hun best doen’ en of ze ‘het al weten’. Jong zijn draait tenslotte ook om plezier hebben, de grenzen van je leefwereld oprekken en je juist nog niet te druk maken over of je wel werkt aan een ‘goeie’ toekomst. Het is dan ook prima om te twijfelen over belangrijke toekomstkeuzes. Laten we ons beseffen dat een groep studenten kampt met burn-out klachten. Het is een gevolg van de druk die jongeren ervaren om te presteren. Juist die groeiende druk verdient onze aandacht. Een oplossing voor prestatiedruk of een groeiende werkdruk?

Ik denk dat daar geen eenduidig antwoord op te geven is, want ze verschilt per persoon. Iedereen moet zijn eigen flow te pakken krijgen. En we moeten niet vergeten dat je je een leven lang kunt ontwikkelen. Ook al lijkt het alsof dat niet snel genoeg gaat als je naar leeftijdgenoten kijkt, die vergelijking moet je niet trekken. Iedereen wordt volwassen op zijn eigen tempo.


Dit is het tweede artikel in onze serie over de studentenpsyche. Lees hier het introductieartikel terug. Het eerste artikel in de serie, geschreven door redacteur Laura Hoogenraad, ging over de Advieswinkel: een jong initiatief waar studenten nog wél hulp kunnen krijgen, zonder kosten en zonder wachtrijen.