Krab ff op m’n rug

Florian Teufer, de nieuwe columnist van Red Pers.

Vorige week begon de week tegen Eenzaamheid. Op vrijdag overleed Koos Alberts. Toeval? Ik denk het niet. Koos is die volkszanger van: “Hoe zit ‘t met jou, waar ben je gebleven?” en “Ik verscheurde je foto, heb je brieven verbrand. In m’n hart moet ik huilen, maar ik doe nonchalant.” Klinkt redelijk eenzaam. Online ging ik op zoek naar het offline-leven van Koos. Twee jaar geleden werd hij geïnterviewd in het programma De Kist – over de dood en gemis.

Koos miste veel mensen in zijn leven, maar één iemand in het bijzonder: ‘M’n opoe’. De opoe van Koos was een bijzonder mens. Ze hield van hem, op een manier zoals niemand ooit eerder van hem gehouden had. “Dan lag ik altijd naast d’r en dan zei ik tegen d’r: opoe, krab ff op m’n rug en dan ging ze krabben.” Haar liefde voor hem was zonder verwachtingen en daarom zou Koos als eerste met haar willen praten bij aankomst in de hemel. Dan zou hij zeggen: “Ik zing zelluf nummers zoals Willy Alberti, Tante Leen en Hazes doet.” Haar liefde was overtuigend genoeg om Koos de kracht te geven om van zingen zijn beroep te maken. Ook al was ze toen al heengegaan.

Het deed me denken aan mijn eigen opoe. Eens gaf ik haar voor haar verjaardag wat schrijfwerk. Zij was de eerste vrouw die dat kreeg en ze las het keer op keer. Mocht ik ooit een ‘echte’ schrijver worden, zo een van in de boeken, dan zou ik dat haar als eerste willen vertellen. Want zij had gezegd dat ik ‘een grote’ zou worden en dat was het enige geloof dat ik nodig had om door te schrijven. Ik mis haar nog steeds.

Als klein jongetje liep Koos door de Tuinstraat. Zijn ‘ouwe’, opa, was alcoholist, maar wel een lieve. “Dan pakte-ie me op, zette me op de barkruk en zei: ga ff zingen voor opa.” Dat deed kleine Koos dan, want hij hield van zijn opa. Liefde komt in velen vormen. Je kiest geen familie, die ontstaat. Je leert elkaars gevoelige snaren te bespelen, het zoete bloed onder elkaars nagels drinken, van elkaars losse zorgen zekerheden knopen en uiteindelijk heb je handen vol eelt. Daarmee pak je je eigen problemen aan.

Eenzaamheid is altijd hetzelfde. Dat is het gevoel van een familielid dat jou in de kou laat staan. Een zoon die nooit meer belt, vanwege een akkefietje tussen jou en zijn vrouw. Een kleindochter die niet meer elke woensdag langskomt, omdat ze ook weleens wat met vriendinnen wilt doen. Een depressieve neef die elke emotie te veel vindt. Een beste vriend die jou laat gaan voor een meid. Een meid die jou laat gaan voor je beste vriend.

Eenzaamheid is altijd hetzelfde

Eenzaamheid is als een mes dat altijd snijdt aan twee kanten. Koos teerde op die eenzaamheid. Ademde de lucht in van muffe gordijnen. Werd warm van zijn lege tweepersoonsbed. Omarmde de leegte. Ging wandelen als het regende in zijn hoofd.

Daarom wil ik je bedanken Koos. Ik wil je bedanken voor de waarheid over eenzaamheid. Opdat iedereen soms eenzaam is en soms geliefd mag worden. Niemand hoeft te weten wanneer welke, de kracht rust in onzekerheid en dat wist Koos.

Daarom dit refrein uit Hoe Zit ’t Met Jou van Koos Alberts.

De hond zit voor de kachel
Hij kijkt me vragend aan
Maar ik weet ook geen antwoord
Waar ben je heen gegaan?
Dan ben ik bang maar toch ook weer kwaad
Oh, waar kan jij toch zijn zo laat?