Hoe het onderwijs mogelijk beter (maar studeren vooral duurder) wordt

Drie jaar na de afschaffing van de basisbeurs en de invoering van het leenstelsel staan nieuwe wijzigingen in de studiefinanciering voor de deur. Maar wat zijn nou eigenlijk de consequenties van al deze veranderingen voor de studenten en misschien nog wel belangrijker: komen ze de kwaliteit van het onderwijs wel ten goede?

Alle eerstejaars studenten in het hoger onderwijs (en aan lerarenopleidingen ook tweedejaars) mogen vanaf aankomend studiejaar de helft van hun collegegeld aftrekken. Deze wet scheelt nieuwe studenten op deze manier 1030 euro (en pabo-studenten 2060 euro).

De halvering van het collegegeld zou volgens de regering de instroom van studenten moeten verbeteren. Dit is met name nodig aan de pabo, waar de instroom is gehalveerd — van 11.366 studenten in 2006 tot 5496 in 2015. De tekorten aan leraren in het basisonderwijs lopen de komende jaren zelfs verder op, omdat er veel met pensioen gaan en er niet genoeg jonge leraren bijkomen. Als deze trend doorzet, verwacht het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in 2025 een tekort van 10.537 fte.

De maatregel is echter niet geheel onomstreden. De Raad van State (RvS) bracht op 8 maart al negatief advies uit over het wetsvoorstel. De ‘korting’ valt volgens het adviesorgaan in het niet bij de 58.500 euro die uitwonende studenten gemiddeld kwijt zijn aan een opleiding. Bovendien vraagt de RvS zich af, waarom het collegegeld voor álle studenten wordt verlaagd. De studiekosten vormen immers alleen een drempel voor jongeren met een krappe beurs — een groep die door deze maatregel niet over de streep getrokken zal worden.

‘Kortingen’ en ‘vouchers’

Nu zullen de studenten die de afgelopen drie jaar zijn begonnen met studeren misschien denken: “Vóór mij kreeg iedereen de basisbeurs en na mij krijgen ze een korting van meer dan duizend euro… En ik?” Ook voor deze (oud-)studenten heeft DUO wat bedacht, omdat zij nog niet hebben kunnen profiteren van de aankomende investeringen in het onderwijs. Bij het behalen van het diploma kunnen zij een studievoucher voor na- of bijscholing krijgen. Deze ‘tegoedbon’ is rond de 2000 euro waard. Let op de kleine lettertjes: je kunt het tegoed pas na vijf jaar en niet later dan tien jaar na je afstuderen inwisselen.

Dat klinkt aardig, kortingen en tegoedbonnen, maar er zit toch een addertje onder het gras. Op 24 mei kwam er een ander wetsvoorstel als maatregel uit het Regeerakkoord naar boven drijven: een wijziging van het rentepercentage voor leningen in het hoger onderwijs, per 1 januari 2020. Momenteel is dit gekoppeld aan de zogenaamde vijfjaarsrente, waardoor het rentepercentage praktisch nul is. Het plan is om het studievoorschot aan te laten sluiten op de tienjaarsrente.

De renteverhoging kan je zomaar 153 euro per jaar extra gaan kosten.

Deze tienjaarsrente is dagelijks wisselend en schommelde het afgelopen jaar tussen de 0,38 en 0,80 procent. Als we dus voor het gemak uitgaan van een gemiddelde rente van 0,59 procent, kan dit aankomende studenten met een gemiddelde studieschuld van 26.000 euro zomaar 153 euro per jaar extra gaan kosten. Zo ben je binnen zeven jaar je eerdere ‘korting’ van 1030 euro op het collegegeld alweer kwijt. Het is afwachten hoe de RvS hierover zal oordelen: het voorstel is namelijk nog in behandeling.

Kwaliteitsafspraken

Misschien gaan we met al deze bedragen en berekeningen wel aan de belangrijkste vraag voorbij: zijn al deze maatregelen uiteindelijk wel ten goede van de kwaliteit van het onderwijs, waar de studiefinanciering immers voor is?

Om de onderwijskwaliteit te verbeteren, zou het vrijgekomen geld van de afschaffing van de basisbeurs direct terug het onderwijs in worden gepompt. Begin dit jaar bleek echter uit een rapport van de Algemene Rekenkamer dat deze voorinvesteringen waarschijnlijk niet volledig zijn gerealiseerd. Van de 860 miljoen euro die aan het onderwijs besteed had moeten worden, is van slechts een derde duidelijk dat dit daadwerkelijk gebeurd is. Ongeveer 250 miljoen euro voldeed niet aan de criteria en van 330 miljoen euro is dit volgens de Rekenkamer niet te achterhalen.

Als reactie op dit rapport, waar sommigen ‘een trauma aan hebben overgehouden’, is de rol van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) flink verstevigd. Hiertoe is besloten bij de nieuwe kwaliteitsafspraken. Misschien nog meer vernieuwend is waar deze onderwijsdoelstellingen nu vandaan komen. Voorheen werd dit namelijk in Den Haag bepaald, bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Voortaan komen de hogescholen en universiteiten zelf met een plan, op basis van onderhandelingen tussen bestuursleden en medezeggenschapsraden. Het idee is dat de studenten, die de basisbeurs moesten inleveren om de investeringen mogelijk te maken, zelf mogen meebeslissen over waar het geld aan wordt uitgegeven.

Bureaucratie en bezuinigingen

Afgelopen maand stelde de Onderwijsraad dat universiteiten en hogescholen zelf moeten kunnen bepalen hoe ze ‘hun geld’ besteden, zolang ze dit maar duidelijk maken. De NVAO moet heldere normen meekrijgen, zodat ze weten waar ze op moeten toezien. Ook wil de Onderwijsraad de medezeggenschap niet aan haar lot overlaten: er zou een instantie moeten komen die medezeggenschapsraden helpt de financiën van hun onderwijsinstelling te doorgronden, naar analogie van de lokale rekenkamers.

Jeroen Smeets, onderwijsbestuurder aan de Vrije Universiteit.

Daar is lang niet iedereen het mee eens. Volgens Jeroen Smeets, onderwijsbestuurder aan de faculteit Gedrags- en Bewegingswetenschappen van de Vrij Universiteit (VU), getuigt het van “wantrouwen jegens de universiteiten.” Hij maakt zich zorgen over de extra bureaucratie en kosten die een nieuwe instantie met zich mee zou brengen. “Dat geld kun je niet uitgeven aan het verbeteren van je onderwijs. Het onderwijs moet onafhankelijk blijven van de overheid, we willen geen Turkse of Russische toestanden krijgen.”

Het is een goede zaak dat medezeggenschapsraden de besteding van de extra onderwijsmiddelen bepalen, aldus Smeets. Volgens hem komen de kwaliteitsafspraken echter veel te laat en is het vooral een doekje voor het bloeden. “De afgelopen dertig tot veertig jaar is het bedrag per student steeds afgenomen,” zegt de onderwijsbestuurder. “Effectief is er per student nu nog maar de helft van het geld over, vergeleken met toen ik zelf nog student was.”

“De kwaliteitsafspraken komen veel te laat.
Het is een doekje voor het bloeden.”

Met de voorinvesteringen konden volgens Smeets alleen de ergste bezuinigingen worden teruggedraaid. Door de aanstaande investeringen kan het onderwijs echt weer worden verbeterd. Zo zullen op de VU meer werkgroepen komen om persoonlijker onderwijs te kunnen geven. “Uit de reguliere financiering was dat niet te betalen, maar nu wel.” Daarnaast wil de VU investeren in het professionaliseren van het tentamineren, meer keuzemogelijkheden tussen vakken, betere doorstroming naar masters en het onderwijs meer evidence-based maken. Ook zullen studenten in de toekomst beter moeten worden begeleid bij het schrijven van scripties en afstudeeronderzoeken.

Community building, digitalisering en ‘handen aan het bord’

Voortaan moeten we voor een verbetering van de onderwijskwaliteit dus niet vertrouwen op de plannen van de overheid, maar die van de medezeggenschapsraden. Hoe die eruitzien, hoeveel inspraak ze hebben en hoe een akkoord tot stand komt, is per instelling verschillend. De enige ‘eis’ is dat alle investeringen binnen de zes pijlers moeten vallen, die zijn vastgelegd in de kwaliteitsafspraken: intensiever en kleinschalig onderwijs, onderwijsdifferentiatie (waaronder talentontwikkeling), docentenkwaliteit, passende en goede onderwijsfaciliteiten, meer en betere begeleiding van studenten en studiesucces (inclusief doorstroom, toegankelijkheid en gelijke kansen).

Hogeschool Utrecht. Bron: Wikimedia Commons

Bij in elk geval één onderwijsinstelling ligt er al een volledige overeenkomst tussen het college van bestuur en de medezeggenschapsraad: de Hogeschool Utrecht (HU). In de Domstad zijn de bestuursleden van de hogeschool het eens geworden met de studenten en docenten over de verdeling van de gelden. Zo wordt er achttien miljoen euro geïnvesteerd in ‘handen aan het bord’ voor meer docenten, komt er vier miljoen euro beschikbaar voor community building en wordt twee miljoen euro in digitalisering gestoken.

Thomas Kroes, voorzitter van de studentengeleding in de Hogeschoolraad van de HU, is blij met de vormgeving van de kwaliteitsafspraken. “Maar het is jammer dat het zo lang heeft geduurd,” zegt Kroes. “Er werd beloofd dat de voorinvesteringen direct voelbaar zouden zijn, maar dat was niet zo. De afgelopen drie jaar zijn nieuwe studenten er daardoor niet op vooruit gegaan. Nu is er veel meer ruimte voor studenten om iets te organiseren. Er is eindelijk weer geld beschikbaar.”

Universiteit Wageningen. Bron: Wikimedia Commons

Aan de Universiteit Wageningen (WUR) ging het bij de voorinvesteringen eigenlijk al goed, zegt studentenraadslid Jaap Kerr. Hij is het niet eens met het beeld van de Rekenkamer en is van mening dat de WUR al nuttige investeringen heeft kunnen doen. Zo is er een wekelijks inloopspreekuur bij de studentenpsycholoog gefinancierd. Toch is meer geld welkom, daarmee wil de universiteit namelijk de groei gaan opvangen: het aantal studenten in Wageningen is in acht jaar namelijk verdubbeld.  “De kwaliteit van de docenten is prima, alleen het aantal begint krap te worden. De groei mag niet leiden tot een vermindering van de onderwijskwaliteit.”

Kerr is blij over de opzet van de kwaliteitsafspraken, maar is bang dat er niet goed over de verantwoordelijkheid is nagedacht. “Het is duidelijk wie er allemaal inspraak hebben, maar wie is er verantwoordelijk als de NVAO of de Rekenkamer weer van alles afkeurt? Er is geen blauwdruk, dus ik hoop dat het bij alle veertien universiteiten goed gaat met de uitvoering. Bij ons in het kleine Wageningen gaat dat meestal wel goed, wij zijn down-to-earth. Maar op de grotere universiteit, zoals de UvA, is er volgens mij meer onenigheid.”

Grote problemen in Amsterdam

Hoe zit het inderdaad eigenlijk in onze hoofdstad? In tegenstelling tot onderwijsbestuurder Smeets wilden de studenten van de medezeggenschapsraad aan de VU inhoudelijk nog geen uitspraken doen over de investeringen.

Hogeschool van Amsterdam. Foto: Clara Pietrek

Aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA) moet er nog op de zeven faculteiten worden gekeken waar het geld heengaat. Wel is al zeker dat ze centraal meer dan een miljoen euro gaan investeren in de HvA-brede investeringen, laat een woordvoerder ons weten. Die zullen, net als bij de HU, voor een groot deel liggen in de community building. Daarnaast zal er worden geïnvesteerd in de onderwijslogistiek, de eerste honderd dagen en “alles, wat met diversiteit en inclusie te maken heeft.”

Aan de ‘grote UvA’ zijn de problemen misschien wel het grootst. Tot 2020 worden er nog altijd bezuinigingen doorgevoerd, terwijl men er vorig jaar al colleges moest geven in tenten. Het belangrijkste is dan ook dat er kleinere werkgroepen komen, zegt commissievoorzitter Onderwijs en Financiën Mitchel Sluis van de FSR Maatschappij en Gedragswetenschappen. “Het zou al mooi zijn als je met een maximum van twintig studenten per groep gaat werken. Daar is onder studenten veel vraag naar.”

Universiteit van Amsterdam. Bron: Wikipedia

Sluis is zelf vooral geïnteresseerd in flex-studeren, zodat je per vak kunt betalen als je niet je volledige studie kunt volgen door commissies of werk. “Nu moet je het volledige instellingstarief betalen en dat is voor sommigen onbetaalbaar.” Het belangrijkste, vindt hij, is dat het geld goed terecht moet komen. “Tot voor kort was dat niet zo, daarom ben ik nu blij met de horizontale dialoog. Het is alleen nog even afwachten of de uitwerking ook goed gaat en de stem van de student daarin doorklinkt.”

Financiële noodsituatie

Waar de stem van de student zonder enige twijfel doorklinkt, is bij belangenbehartiger ISO. Zij stonden het hardst te juichen bij het akkoord over de kwaliteitsafspraken, waarvoor ze ook veel lof kregen. Op dit moment zijn ze bezig met het opzetten van een loket om vragen van de medezeggenschapsraden te beantwoorden. Twee medewerkers, één van het ISO en één van de LSVb, zijn hiervoor beschikbaar gesteld. De website met het loket wordt in oktober gelanceerd.

Tom van den Brink, voorzitter van het ISO.

ISO-voorzitter Tom van den Brink is tevreden over de kwaliteitsafspraken en het loket, maar is nog altijd verbitterd over de halvering van het collegegeld en de aankomende renteverhoging. “Het is een omslachtige manier om studenten een sigaar uit eigen doos aan te reiken.” Hij sluit zich aan bij de uitspraak van Raad van State, als het om de toegankelijkheid van het onderwijs gaat. Hij hoopt dan ook dat de Raad zich eveneens negatief zal uitlaten over de renteverhoging. “De voltallige oppositie in de Eerste Kamer heeft al gezegd: die tienjaarsrente, daar gaan we voor liggen. Wij gaan daar nu ook alles tegen doen.”

“Studenten voelen het niet meer alleen in hun portemonnee, maar hebben ook steeds vaker mentale en fysieke klachten.”

De financiële positie van de student is momenteel het grootste hoofdpijndossier van het ISO. Dat op 1 januari 2019 het lage btw-tarief wordt verhoogd van zes naar negenprocent, helpt niet bepaald mee. “Studenten hebben niet echt een belastbaar inkomen, dus die gaan er alleen maar op achteruit,” legt Van den Brink uit. “Daarnaast lopen ook nog eens de huren op. En studenten voelen de maatregelen niet meer alleen in hun portemonnee, maar hebben ook steeds vaker mentale en fysieke klachten. Dit zou allemaal best wel eens kunnen uitlopen op een noodsituatie. Dat vraagt ook om een noodsignaal.”

De andere belangenbehartiger die bij het ondertekenen van de kwaliteitsafspraken aan tafel zat, de LSVb, staat hier een stuk kritischer tegenover. Penningmeester Maarten Heinemann legt uit waarom: “De massa’s stromen toe, er is minder aandacht voor de studenten en er is een groeiende prestatiedruk. Als je de rijksbijdrage per student tot 2025 doorberekent, gaat die nog altijd omlaag. Door de afschaffing van de basisbeurs zouden er middelen vrijkomen, maar die investeringen hebben helemaal niet plaatsgevonden omdat de geldstromen elders afnamen door bezuinigingen.” Als de renteverhoging doorgaat, is de verlaging van het collegegeld volgens hem niets meer dan een schijninvestering.

Studieschulden lopen op, terwijl de rijksbijdrage per student blijft dalen.

Financieel gezien gaan studenten er dus niet bepaald op vooruit, in tegendeel zelfs. Studeren wordt op de lange termijn alsmaar duurder, zowel in het onderwijs zelf als in het leven eromheen. Studieschulden lopen op terwijl de rijksbijdrage per student blijft dalen. Als dit de toegankelijkheid en kwaliteit van het onderwijs zou bevorderen, is dit het misschien nog wel waard. Met de kwaliteitsafspraken hebben we weer een beetje hoop op beter onderwijs, maar de toegankelijkheid gaat er zeker niet op vooruit. Werk aan de winkel dus, of beter gezegd: werk aan de studie(financiering).


Dit is het zesde artikel in onze serie over studentenschulden. Lees ook over:
1. De geschiedenis van de studiefinanciering
2. Studenten met een ‘creatieve lening’
3. De consequenties van een lening voor je hypotheek
4.
De psychologie achter lenen: steun of stress?
5. De financiële druk op de lengte van je studietijd
6. De top-vijf landen om te gaan studeren