Studententijd is geld

Tijd is kostbaar, zeker als je lenend student bent. Want hoe langer je studeert, hoe hoger je studieschuld wordt. “Studenten ervaren meer financiële druk en moeten de ontwikkelingsmogelijkheden die het studentenleven biedt laten liggen,” aldus Matthijs Kneepkens, voorzitter van de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV). 

Matthijs Kneepkens

Uit onderzoek van de LKvV in 2014 bleek dat het leenstelsel een negatieve invloed zou gaan hebben op de continuïteit van verenigingen. De LKvV heeft een enquête gehouden onder studenten die nog een basisbeurs ontvangen. Deze wees uit dat ruim twintig procent van de ondervraagde verenigingsleden geen lid zou zijn geworden als ze dit bedrag zouden hebben moeten lenen. Ook zou ruim twintig procent geen interesse hebben gehad in extracurriculaire activiteiten, zoals commissies of een bestuursjaar wanneer ze hiervoor zouden moeten bijlenen. De verwachting van de LKvV was dan ook dat het aantal leden van verenigingen zou dalen, wat met name voor kleinere verenigingen gevaarlijk zou kunnen zijn.

“De verwachting in 2014 was inderdaad dat het aantal leden terug zou lopen, maar eigenlijk hebben we alleen maar een lichte stijging gezien,” vertelt Kneepkens. De continuïteit van de verenigingen wordt echter wel vanuit een andere hoek in gevaar gebracht. “Door het leenstelsel zijn studenten genoodzaakt hun studie zo snel mogelijk af te ronden. Hierdoor krijgen ze niet meer de ruimte die ze eerder hadden om zich in de breedte te ontwikkelen,” legt hij uit. “Vroeger werd het sterk aangeraden om een commissie of bestuursjaar te doen, maar tegenwoordig voelen studenten een grotere financiële druk en laten ze de ontwikkelingsmogelijkheden die het studentenleven biedt liggen. Terwijl de maatschappij, denk ik, er juist baat bij heeft als ze zich breder kunnen ontwikkelen in hun studententijd.”

Eerstejaars twijfelen of ze lid willen worden, want kunnen ze het wel betalen?

Invloed op ledenaantallen

Sanne de Ruiter

Amsterdamse verenigingen herkennen zich niet helemaal in de huidige cijfers van de LKvV, want alleen bij het ASC, Amsterdams Studenten Corps, is het aantal eerstejaars sinds 2015 toegenomen. Sanne de Ruiter (22), abactis van studentenvereniging NoNoMes Amsterdam, vertelt dat het aantal eerstejaars sinds 2015 iets is teruggelopen. “We hebben afgelopen jaar gemerkt dat meer eerstejaars twijfelen of ze lid willen worden. De moeilijkste vraag is dan vooral of ze het kunnen betalen.” Het gaat volgens De Ruiter dan niet alleen om lidmaatschapsgeld en activiteiten. “Je wilt als je bij een vereniging in Amsterdam gaat, ook graag in Amsterdam wonen, maar ook dat is duur.”

Ook het totaal aantal leden neemt af. “Doordat leden sneller afstuderen, worden ze eerder reünist.” legt De Ruiter uit. “Ik denk dat het leenstelsel hier ook invloed op heeft.” Ze ziet echter nog geen veranderingen in de animo voor een bestuursjaar of commissies. “De mensen die nu lid zijn, zijn juist heel enthousiast en willen graag iets bijdragen. Maar het echte effect van het leenstelsel op de extracurriculaire activiteiten, moet de komende jaren nog gaan blijken.”

Volgens De Ruiter kampen Amsterdamse studentenverenigingen, in tegenstelling tot wat de landelijke cijfers van de LKvV zeggen, wel met een dalend ledenaantal. Dat een dalend ledenaantal een specifiek Amsterdams verschijnsel zou zijn, hangt volgens haar samen met de hoge huizenprijzen in Amsterdam. Kneepkens reageert: “Ik weet niet of de stijgende woningprijzen in Amsterdam gelinkt kunnen worden aan of mensen lid worden of niet. In andere steden als Rotterdam en Utrecht zijn studentenkamers ook schaars en duur, en daar lijkt zich geen daling in de ledenaantallen voor te doen.”

De afwegingen

Kneepkens kent de twijfels van eerstejaarsstudenten over het lid worden van een vereniging. “Ik denk dat door het leenstelsel meer eerstejaarsstudenten de noodzaak voelen eerst hun eerste jaar te halen, en daarna pas bij een vereniging te gaan. Vroeger was het veel normaler om in je eerste jaar al meteen lid te worden bij een vereniging. Dat kan nog steeds, daar ben ik van overtuigd, maar eerstejaarsstudenten zijn toch banger dat er iets misgaat, want er zijn grotere financiële risico’s aan verbonden.”

Bij NoNoMes hebben ze ook gemerkt dat studenten door het leenstelsel het halen van hun vakken belangrijker vinden dan voor 2015. “Komend jaar voeren we daarom een nieuwe introductieperiode in,” vertelt De Ruiter. “We gaan de introductieperiode uitspreiden, om zo de druk van de vereniging te verlichten. Dan kunnen de eerstejaars zich de eerste weken helemaal op hun studie richten.” Hiermee hoopt de vereniging de twijfelende eerstejaars over de streep te trekken.

Overdag studeer ik en ’s avonds werk ik om mijn boodschappen en kleding te kunnen betalen

Niet lenen voor vereniging

Uit de cijfers blijkt dat studenten, ondanks hun toekomstige studieschuld, toch lid blijven worden van een vereniging. Er zijn echter ook studenten die hier anders over denken. Sarah van der Lelij (19) is komend jaar derdejaarsstudent aan de lerarenopleiding Engels aan de Hogeschool van Utrecht en gaat na de zomer ook eindelijk bij een studentenvereniging. “Ik wilde eigenlijk in mijn tweede jaar al lid worden, maar dan zou ik meer moeten lenen. En ik wil geen misbruik maken van mijn lening.” Van der Lelij leent op dit moment alleen haar kamerhuur. “Overdag studeer ik, en ik werk iedere avond om mijn boodschappen en kleding te kunnen betalen. Ik zou niet willen lenen om mijn vereniging te betalen. Gelukkig gaan mijn ouders dat dit jaar voor me doen, omdat ze ook willen dat ik het ‘echte studentenleven’ kan ervaren. Daar ben ik heel blij om.”

Van der Lelij is niet de enige die veel werkt om zichzelf te kunnen onderhouden. Volgens het Nibud is het aantal studenten dat een bijbaan heeft niet significant gestegen, maar de inkomsten die zij hieruit halen wel. Terwijl studenten in 2015 gemiddeld 332 euro per maand verdienden, verdienden zij in 2017 gemiddeld 409 euro per maand. Dit komt volgens het Nibud vooral door het feit dat studenten meer zijn gaan werken sinds de invoering van het leenstelsel.

Andere prioriteiten

Tegenover Van der Lelij staan ook studenten die het laag houden van hun studieschuld niet als prioriteit zien. “Ik wil graag van mijn studententijd genieten, maar ook aan mijn cv werken,” vertelt Roisin Douglas (21), die kunstgeschiedenis studeert aan de UvA. “Ik ben begonnen als penningmeester van een commissie bij mijn studievereniging. Een jaar later was ik penningmeester van de studievereniging zelf, en weer een jaar later was ik penningmeester van ALPHA, die de studieverenigingen van de faculteit Geesteswetenschappen aan de UvA overkoepelt. Dat mijn studie een jaar uitloopt, heb ik hier graag voor over.” Douglas ziet haar studententijd bij uitstek als een tijd om dit soort ervaringen op te doen.

Kneepkens is blij dat er nu nog veel studenten zijn als Douglas, die zich niet onder druk laten zetten door hun lening en financiële risico’s. Ook De Ruiter, die zelf een bestuursjaar doet, ziet dit als een investering in zichzelf: “Ik heb ik hier al zoveel aan over gehouden.”

De keerzijde

Hoewel de verwachting was dat nu minder studenten extracurriculaire activiteiten zouden doen dan voor de invoering van het leenstelsel, lijkt dit in de praktijk nog niet zo te zijn, ondanks de grotere financiële druk. Daarnaast zijn studenten meer gaan werken, maar ondertussen studeren ze sneller af.

Denise Retera haalde het afgelopen vrijdag al aan: een op de vier studenten in het hoger onderwijs heeft last van burn-outklachten. Prestatiedruk zou de oorzaak zijn, en het leenstelsel zou hier een grote rol bij spelen. Er moeten goede cijfers gehaald worden, er moet geld verdiend worden om de boodschappen te betalen, er moeten sociale contacten gelegd worden én je jezelf ontwikkelen door middel van een bestuursfunctie of commissie. Maar dat moet vooral allemaal binnen drie tot vier jaar. Doe er niet langer over, zegt het onderbuikgevoel van de student, want tijd is geld.


Dit is het vijfde artikel in onze serie over studentenschulden. Lees ook over:
1. De geschiedenis van de studiefinanciering
2. Studenten met een ‘creatieve lening’
3. De consequenties van een lening voor je hypotheek
4. De psychologie achter lenen: steun of stress?