Lenen: steun of stress?

Als student ‘moet’ je genieten van je studentenleven, maar word je tegelijkertijd gedwongen om over je toekomst na te denken. De keuzes die je nu maakt wat betreft lenen bepalen je toekomstige financiële situatie. Wat voor verschillende keuzes maken studenten en hoe voelen zij zich hierbij?

In april van dit jaar werden resultaten gepresenteerd van het eerste grootschalige onderzoek naar de mentale gesteldheid van studenten. Hieruit blijkt dat een op de vier studenten in het hoger onderwijs last heeft van burn-outklachten. Prestatiedruk, die volgens ruim 60% van de ondervraagde studenten is toegenomen, wordt als een belangrijke oorzaak gezien. Een factor die hierbij een grote rol zou kunnen spelen is de invoering van het leenstelsel in 2015. Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) onderschrijft deze mogelijkheid, maar volgens hen zijn er nog geen harde cijfers bekend die een oorzakelijk verband tussen studentenschulden en psychische problemen bevestigen.

Een onderzoek dat dit jaar werd uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Onderwijs geeft enig inzicht in leen- en studiegedrag en de motieven van studenten om wel of niet te lenen. Vanaf het studiejaar 2014-2015 is het percentage voltijd bachelorstudenten met meer dan gemiddelde inzet toegenomen, terwijl vanaf 2015 het percentage studenten dat naast de studie betaald werk verricht óók is toegenomen. Het is denkbaar dat de combinatie van deze ontwikkelingen te wijten is aan de invoering van het studievoorschot en dat het de prestatiedruk verhoogt. Daarnaast zou er ook een direct verband tussen lenen en de psychische gesteldheid van studenten kunnen bestaan.

Een prioriteit van het ISO voor komend jaar is daarom het stimuleren van onderzoek naar de invloed van schulden op de psyche van de student. Red Pers deed alvast wat voorwerk en interviewde vier studenten over hun redenen om wel of juist niet te lenen. Zien zij lenen als een bron van stress of als een geruststellende uitkomst, omdat een lening hen in staat stelt te studeren? En hoe staan zij tegenover werken naast de studie?

“Tweehonderd euro per maand is prima te doen als je fulltime werkt.”

Arthur de Roode (20), bachelor Psychologie (startjaar 2016)
Inkomsten: leent maximaal, ontvangt kinderalimentatie van zijn vader

“Het feit dat ik geen bijbaantje heb, heeft niet zoveel met mijn studie te maken. Het komt vooral omdat ik geen goede herinneringen heb aan het vorige bijbaantje dat ik had, waardoor ik, sinds ik in Utrecht woon en studeer, niet echt de motivatie heb gehad om naar een nieuwe baan te zoeken. Ik werkte als deur-aan-deurverkoper en vond dat heel stressvol.

Ergens vind ik het een gunst dat ik de mogelijkheid heb om een lening af te sluiten en daardoor gewoon kan studeren zonder per se te moeten werken of geld van mijn moeder te moeten lenen. Ik ben me er wel van bewust dat ik een enorme schuld aan het opbouwen ben die het me later in mijn leven lastig kan maken. Daarom heb ik ’n keer uitgerekend hoeveel ik later per maand moet terugbetalen na vijf jaar studeren en maximaal lenen en kwam toen uit op tweehonderd euro per maand, geloof ik. Dat is prima te doen als je fulltime werkt, dus persoonlijk denk ik dat het wel goedkomt.

Hoewel ik vind dat de overheid het financieel goed heeft geregeld voor studenten, maak ik me zorgen om mijn kansen op de arbeidsmarkt. Psychologie kent volgens mij niet zo’n hoge baangarantie. Ik ben misschien toch wel meer met mijn financiële situatie bezig dan dat ik nu laat merken. Laatst heb ik dan ook gesolliciteerd voor een baantje, omdat het geen fijn gevoel is om alleen maar geld uit te geven dat niet van mij is.”

“Ik vind het niet fijn dat ik een schuld heb, maar die spaarrekening geeft wel rust.”

Frederica* (26), master Journalistiek en Media (2016-2018)
Inkomsten: leende maximaal, bijbaan voor één dag per week

“Tijdens mijn bachelor werkte ik twee à drie dragen per week, maar toen ik mijn master ging doen, kreeg ik het drukker en kon ik nog maar één keer in de week werken. Omdat ik van die ene dag mijn vaste lasten niet kon betalen, ben ik gaan lenen. Ik koos ervoor om het maximale bedrag te lenen. Ten eerste omdat de rente zo laag was en daarnaast om een deel van de lening te sparen. Het is een fijn idee dat ik nu een spaarrekening heb waarvan het rentepercentage hoger is dan dat van mijn studielening. Niet dat ik zoveel opbouw met die spaarrente, maar ik heb in ieder geval een buffer. Werken in de media is een onzeker bestaan, dus het is prettig om wat achter de hand te hebben.

Ik vind het niet fijn dat ik een schuld heb, maar die spaarrekening geeft wel rust. Zeker nu ik werk heb en plannen om een huis te kopen nog ver weg zijn, maak ik me niet zo druk. Mijn gevoel wordt ook bepaald door mijn omgeving. Soms spreek ik mensen die twee of drie keer zoveel schuld als ik hebben en denk ik: oh, het valt wel meen bij mij. Maar als ik mensen spreek die heel negatief tegenover het hebben van schulden staan, denk ik: jeetje, het is zoveel geld.

Toch ben ik niet ongerust over de afbetaling. Ik heb er nog geen schokkende verhalen over gehoord en ik geef nu gewoon uit binnen de norm die ik voor mezelf heb gesteld. Daarnaast biedt mijn buffer mogelijkheden: ik kan vermogen opbouwen en als ik een maand minder inkomsten heb, is dat geen probleem. Ik ben overigens geen voorstander van lenen tijdens je studie; als het niet hoeft, zou ik het niet doen.”

“Tijdens mijn master vroegen medestudenten of het niet tijd was om uit huis te gaan.”

Thomas van Veen (24), master Journalistiek en Media (2016-2018)
Inkomsten: tot het laatste jaar van zijn master niets geleend, spaargeld van bijbaan tijdens zijn bachelor 

“De eerste twee jaar van mijn bachelor Geschiedenis in Amsterdam heb ik nooit zo’n behoefte gevoeld om op kamers te gaan, dus bleef ik bij mijn ouders in Hilversum wonen. Na die twee jaar ben ik wel gaan rondkijken, maar omdat ik me nooit had ingeschreven bij een studentenhuisvester, maakte ik weinig kans op een betaalbare kamer. Ik zag het ook niet zitten om veel te lenen. Daarnaast moest ik best aanpoten voor mijn bachelor en had ik gewoon mijn leventje in Hilversum, dus ik vond het prima om nog thuis te wonen. Ik had een baantje in een vloerkledenwinkel, waardoor ik kon sparen.

Tijdens mijn master in Amsterdam vroegen medestudenten me of het niet tijd was om uit huis te gaan. Maar ik dacht nog steeds: ik ga niet zoveel geld uitgeven als het echt niet nodig is. Bovendien was ik toch niet vaak thuis, dus zou ik mezelf alleen maar op kosten jagen met een kamer. Maar in het laatste jaar van mijn studie kreeg ik een goed aanbod en heb ik mijn kans gegrepen. Toen ben ik wel gaan lenen. Mijn master was namelijk fulltime, dus ik had geen tijd voor een bijbaantje. Bovendien wist ik dat het maar voor een jaartje was; jarenlang lenen had ik wel onprettig gevonden.

Ik heb er nooit wakker van gelegen dat ik nog bij mijn ouders woonde. Ik vind het fijn dat ik niets overhaast heb. Daarbij pluk ik nu de vruchten van het feit dat ik heb kunnen sparen: ik heb wat achter de hand en kan bijvoorbeeld een leuke reis maken. En ik ben heel blij met het huis waar ik nu in woon, dus dat was het wachten waard.”

“Studeren kostte me veel energie.”

Ibrahim* (25), bachelor Communicatiewetenschap (2013-2018)
Inkomsten: leende maximaal, bijdrage ouders in geval van geldnood

“Toen ik nog wel een bijbaan had, merkte ik dat ik het lastig vond om dit te combineren met mijn studie. Studeren kostte me veel energie. Twee jaar geleden vond ik dat er wat moest veranderen; ik was inmiddels al een aantal jaren bezig met mijn bachelor en dit schoot niet echt op. Ik besloot dat ik me volledig ging richten op mijn studie en daar paste voor mij geen baantje bij, dus schroefde ik mijn lening op naar het maximale bedrag. Het was niet zo dat ik vanaf dat moment al mijn tijd gebruikte om te studeren, maar de aanlooptijd naar mijn concentratie is lang en ik heb veel tijd nodig om lesstof te laten bezinken. De afgelopen twee jaar ging het veel beter met mijn studie: mijn cijfers stegen en ik had bijna geen herkansingen meer.

Toen ik leende, voelde ik me daar weleens gestrest over. Vooral als ik erover praatte met mensen die niet leenden; dan ging ik vergelijken. Maar over het algemeen stond ik niet zo stil bij mijn lening. Het bedrag kwam gewoon elke maand binnen en meestal besefte ik niet dat het geld eigenlijk niet van mij was. Nu, achteraf, ben ik er meer mee bezig, vooral omdat ik denk dat ik zuiniger had kunnen leven. Toch zie ik een studielening ook als een grote uitkomst. Daardoor heb ik bijvoorbeeld twee keer fulltime stage kunnen lopen.

Op zich maak ik me over de afbetaling niet zoveel zorgen. Ik heb namelijk al berekend hoeveel ik ongeveer moet gaan aflossen per maand en dat is wel te missen, want ik heb er vertrouwen in dat ik een gemiddeld inkomen kan gaan verdienen. Maar ik denk ook, met het oog op mijn uitgavenpatroon van de afgelopen jaren: ik had makkelijk een deel van mijn lening kunnen sparen.”


* Achternaam is bij de redactie bekend.

Dit is het vierde artikel in onze serie over studentenschulden. Het eerste artikel ging over de geschiedenis van de studiefinanciering, het tweede artikel ging over studenten die op een creatieve manier gebruik maken van hun lening en het derde artikel ging over de consequenties van een lening voor je hypotheek.