De Historische Sensatie: het Flevopark

Dit bericht is oorspronkelijk gepubliceerd bij Maximum Amsterdam


‘Romantisch landschapspark met een luguber randje’

De geschiedenis van Amsterdam is overal om ons heen te zien. Als je goed oplet kan je op allerlei plekken een ‘historische sensatie’ ervaren, zoals Johan Huizinga het uitdrukte. Vandaag: het Flevopark.


TEKST DOOR LAURA LUBBERS

Achter de Indische Buurt, aan het Amsterdam-Rijnkanaal en het Nieuwe Diep, ligt het rustige Flevopark. In dit voor veel Amsterdammers nog onbekende stadspark kan je naar hartenlust barbecueën, zwemmen en voetballen. Het Flevopark is in 1928 aangelegd, maar de plannen voor het park lagen toen al twintig jaar klaar. De bekende schrijver en natuurkenner Jac. P. Thijsse zette zich in 1908 voor het eerst in voor het stadspark aan het Nieuwe Diep, dat tot 1943 Zuiderzeepark heette.

‘Het Flevopark is in 1928 aangelegd, maar de plannen voor het park lagen toen al twintig jaar klaar.’

Jac. P. Thijsse had een persoonlijke voorliefde voor de plek en wilde het stukje natuur beschermen voor de oprukkende stad en industrie. In één van zijn boeken schreef hij: Zoo geviel het, dat ik in 1880 ook een perceel betrok aan het Nieuwe Diep, een berkenboschje en een veenmosmoeras met orchideeën en slangen, een trilveen op zijn mooist: moerasvaren, kamvaren, stekelvaren, koningsvaren, addertong, zonnedauw enz. In 1883 is dit paradijsje verdwenen ter wille van het Rijnkanaal. Gelukkig zijn zelfs thans nog hier en daar zulke plekken te vinden, maar wij moeten ons haasten, ze te behouden.

zeeburg-3
De ‘Hekkepoort’ uit 1770. Bron: Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad.

Het Flevopark is aangelegd als een laatromantische variant van de Engelse landschapstuin: kronkelende paden, bosjes, vijvers en kleine grasveldjes geven de bezoeker het gevoel dat de natuur hier de vrije hand heeft en dat het geen aangelegd park is. De hoofdingang van het park is de statige ‘hekkepoort’ met het jaartal 1770 erop. 1770? Maar het park kwam toch uit 1928? Dat klopt: deze poort heeft van 1770 tot 1898 voor de Muiderpoort, een kilometer verderop, gestaan. In 1898 werd hij gesloopt omdat het een te smalle toegang tot de stad bleek. Tijdens de aanleg van het Flevopark herinnerde Jan Trouw, de chef-tekenkamer van het project, zich plotseling waar de restanten van deze poort gebleven waren. Deze stonden in de achtertuin van het Tropeninstituut. Een steenhouwer maakte van de brokstukken weer een waardige poort, en zo kreeg het Flevopark haar historische hoofdingang.

zeeburg-2
Tegenwoordig zijn de graven op de Joodse begraafplaats nauwelijks meer zichtbaar. Bron: Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad.

Rechts van de poort ligt een gebied dat er tamelijk verwilderd uitziet. Er staat een hoog hek omheen, en wie goed kijkt ziet soms een bemost stuk steen tussen de bosjes en het hoge riet uitsteken. Dit vredige stukje natuur is deel van één van de grootste ‘dodenakkers’ van Europa: op deze Joodse begraafplaats werden tussen 1741 en 1942 naar schatting 150.000 mensen begraven. Het was vooral een begraafplaats voor de armere Joden die geen graf konden betalen, maar ook te vroeg geboren Joodse kinderen, gemengd gehuwden, vreemdelingen en criminelen werden hier begraven.

De begraafplaats was veel groter dan het gebied dat het nu nog beslaat.. Hij strekte zich uit van de Zeeburgerdijk tot de Ringvaart van de Watergraafsmeer, in totaal zo’n 14 hectare. Na de Tweede Wereldoorlog raakte de Joodse begraafplaats in vergetelheid en zag de Joodse gemeenschap zich gedwongen een deel van de grond aan de gemeente te verkopen. Wat er over was van de begraafplaats gebruikten de bewoners van de Indische buurt en Zeeburg als speelplaats, zonneweide en hondenuitlaatplek. Pas vanaf de jaren ’80 is de begraafplaats niet meer vrij toegankelijk.

‘Wat er over was van de begraafplaats gebruikten de bewoners van de Indische buurt en Zeeburg als speelplaats, zonneweide en hondenuitlaatplek.’

51902-600-409
Voetballende jongens op de Joodse Begraafplaats Zeeburg, 1947. Bron: het Geheugen van Oost.

Wie verder het park inloopt zal nog veel meer geschiedenis ontdekken. Het oude gemaal aan de rand van de vijver bijvoorbeeld, waarmee de Watergraafsmeer nog is drooggelegd. Of het rijtje vissershuisjes midden in het park. Het Flevopark is een plek vol verhalen die zó voor het oprapen liggen.


Bronnen: Vereniging Vrienden van de Amsterdamse BinnenstadStichting Eerherstel Joodse Begraafplaats Zeeburg, Ons Amsterdam.

Laura Lubbers

Laura Lubbers (1995, Amsterdam) studeert Geschiedenis en Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast werkt ze als rondleider bij museum Het Schip in de Spaarndammerbuurt. Ze is vooral geïnteresseerd in de vroegmoderne tijd en de Republiek: een tijd waarvan in Amsterdam nog ontzettend veel sporen terug te vinden zijn. Voor Red Pers schrijft Laura vooral over deze sporen van de geschiedenis: ze probeert lezers te wijzen op het verleden van Amsterdam en hoe je dit terug kan vinden op je dagelijkse route door de stad. Haar lievelingsplek is de Henri Polaklaan, omdat dat nou eenmaal de mooiste straat van Amsterdam is. Of toch het Bartolottihuis van Hendrik de Keyser op de Herengracht, als toppunt van de Gouden Eeuw-architectuur? Of het Flevopark in Oost? Of toch de Artisbibliotheek van de UvA? Te veel om op te noemen eigenlijk. Lees maar gewoon de Historische Sensatie, daar komen ze allemaal langs.