Ik noem hem de schuldkast. Hij staat op een plek in mijn huis waar ik dagelijks meermaals langs moet. We hebben hem roze geverfd, daarom kijk ik er graag naar. Tot het schuldgevoel me bekruipt. Vroeger was hij twee keer zo groot, maar toen ik verhuisde heb ik de helft van de inhoud weggegeven of -gegooid.

Ze staan er elke dag. Het grachtenwater onder hun voeten ligt soms spiegelstil, soms klotst het tegen de kade. Zo nu en dan zijn er meeuwen, af en toe vaart een roeibootje langs. Maar ze kijken niet naar het water of de vogels. Door de lens voor hun ogen zien ze slechts een omlijsting, een zwart frame om hun pose.