Verjaardagsfeestje

Thijs Booden

“Here’s to alcohol, the rose colored glasses of life” schreef F. Scott Fitzgerald eens, evenals “first you take a drink, then the drink takes a drink, then the drink takes you.” Grotere en betere schrijvers zijn er nauwelijks geweest, misschien komt zelfs alleen Bob Dylan in de buurt.

Ik had afgelopen donderdag een verjaardagsfeestje van mijn twee hoofdredacteuren bij Red Pers. Ik besefte pas hoe snel de tijd gaat toen ik weer op dezelfde plek zat, buiten naast café De Roeter, op dezelfde plek als een jaar geleden.

Ik had een vriend meegenomen die niemand kende, en uiteraard gooide hij, want dat is zijn handelsmerk, een biertje om. Gelukkig voor hem en vervelend voor mij zat mijn broek onder en niet de jurk van het meisje naast me. Jezelf ergens onpopulair maken is vrij snel gedaan, je hoeft er niet eens zozeer je best voor te doen.

Zo’n verjaardag verloopt, zoals elke verjaardag van een student, altijd op eenzelfde manier: beginnen met bier drinken in een rustig café om daarna verder te gaan met bier drinken in een drukker café. Gelieve een café waar gedanst kan worden, waar opgekropte emoties van de afgelopen tijden losgelaten kunnen worden, waar je kan dansen met vreemden en bekenden, en waar bier ook nog eens goedkoop is.

De Gieter is zo’n plek. Erg goedkoop bier.

In de Uber van Roeters naar De Gieter werd ik misselijk. Ik hou niet van reizen als ik al gedronken heb en mijn maag klotste van het bier. Als ik iets in mijn studententijd heb geleerd is dat misselijkheid van bier verholpen kan worden door er nog één extra te nemen.

Nadat ik even naar buiten was gegaan om een sigaretje te roken en weer terug het café binnenliep, zag ik veertig biertjes op de toonbank staan. Een van de jarige jobben had het gekocht. Het is grappig om te zien dat in een café de arme student meer geld lijkt te hebben dan de rijken en welbedeelden. Ik nam er maar eentje voor de zekerheid, voor ze op waren, want dit was een verjaardag waar dat zomaar kon gebeuren.

In de bus terug sliep ik op de schouders van die vriend van me. Moe en voldaan.

Voor mijn voordeur keek ik nog even om of mijn favoriete straatkat nog ergens was. Ik hoorde een miauw, maar zag niets. De lantaarnpalen deden het niet meer. Ik draaide mijn sleutel in het gat en liep van een donkere straat een donker huis in, zonder kat aan mijn zijde.

They’re sharing a drink they call loneliness, but it’s better than drinking alone” schreef Billy Joel ooit.