Pleidooi voor de poëzie

© Wikimedia.

Weet je nog hoe goed je als kind versjes onthield? Misschien kun je je er zelfs nog wel een paar herinneren. Poëzie zit in ons bloed en is daarom de beste manier om jezelf en anderen te begrijpen, zegt redacteur Denise Retera. “Mijn voorstel is dan ook om je te verdiepen in de dichtkunst.”

Graag begin ik met een disclaimer: wat betreft poëzie ben ik niet belezen. Mijn boekenkast staat niet vol bloemlezingen, ik zit niet elke nacht onder mijn schemerlamp met wijn en sigaretten, en in de kroeg sta ik niet mijn mening te verkondigen over het werk van een Frost, Bilderdijk, of Couperus (niet in de laatste plaats omdat ik dat werk dus nooit heb gelezen). Wel vind ik dat je iets van grote waarde mist als je niet eens in de zoveel tijd poëzie leest. “The fact that we are alive does not mean we are not sick,” zo schreef dichter en essayist Joseph Brodsky.

Eerst een strofe over de aanleiding voor het schrijven van dit artikel. Ik zal zuinig proberen te zijn met de cijfers, want daar heeft de dichtkunst gewoonlijk niet veel mee. Die cijfers liegen er echter niet om: al jarenlang daalt de tijd die de Nederlandse bevolking besteedt aan lezen in de vrije tijd wat vooral is te wijten aan het feit dat het aantal lezers afneemt. In 2018 gaf 14 procent van de bevolking zelfs aan nooit een boek te lezen. In 1955 las men gemiddeld 2,4 uur per week in een boek en in 2016 was dat nog maar 0,8 uur. Nu hoor ik je denken: maar e-books! Belangrijk is dat de stijging in het ‘digitale’ lezen de daling bij de papieren media niet compenseert.

Poëzie is al heel lang, zo ook in 2018, het minst populaire boekgenre. De Standaard meldde in 2013 dat er van de top 100 van best verkochte bundels op jaarbasis gemiddeld slechts 200 exemplaren per titel verkocht worden. Verder blijkt dat mensen vooral per toeval met poëzie in aanraking komen, zoals via sociale media of tijdens een gelegenheid, zoals een bruiloft of begrafenis. Dit laatste is gebaseerd op een onderzoek waarin hoogopgeleide respondenten oververtegenwoordigd waren. Het is dus denkbaar dat representatieve resultaten een nog zorgwekkender beeld schetsen.

Maar waarom zou je poëzie moeten lezen? Eén zin uit Brodsky’s An immodest proposal (1994) volstaat eigenlijk al: “[…] a poem offers you a sample of complete, not slanted, human intelligence at work.” Compleet, omdat zowel de occidentaalse als de oriëntaalse manier van denken terug te vinden is in een gedicht. In de eerste staat de ratio voorop (denk aan Descartes’ ‘Cogito ergo sum’), in de tweede de intuïtie.

Nu stuiten we gelijk op de beschuldiging die poëzie vaak ten deel valt, namelijk dat ze te ingewikkeld zou zijn. Volgens Brodsky zegt dit niet zoveel over de poëzie als wel over de trede van de evolutionaire ladder waarop onze samenleving vastzit. Dit klinkt wat pretentieus, maar de gave tot spreken is wat de mens onderscheidt van het dier en die gave maakt ons allemaal tot potentiële lezers van poëzie. Bovendien is het juist in onze maatschappij belangrijk dat je jezelf zo goed mogelijk kan verwoorden. “By failing to read or to listen to poets, a society dooms itself to inferior modes of articulation — of the politican, or the salesman, or the charlatan — in short, to its own.”

Daarbij stelt Brodsky dat schoonheid, zijnde een fusie van het mentale en het sensuele, het doel is van evolutie. En waar zien we die fusie ook alweer terug? Juist, in het samenspel tussen semantiek en eufonie in het dichtwerk — het occidentale en het oriëntale. Bovendien vinden we vaak het ethische in het esthetische. Men denkt nog weleens dat het tegenovergestelde het geval is, maar probeer je maar eens te herinneren hoe je verliefd wordt.

Het blijkt dat het lezen van teksten met literaire componenten als klankrijm en metaforiek, zorgt voor meer empathie dan het lezen van een tekst waaruit de literaire elementen verwijderd zijn. Dit sluit aan bij wat Stephen Burt in zijn TED Talk Why people need poetry zegt, namelijk dat poëzie je kan helpen te zeggen wat je voelt. Dat is precies de reden waarom Joseph Brodksy zich in de jaren negentig al zorgen maakte over het magere aantal lezers van poëzie, omdat als mensen zich niet met woorden kunnen uiten, ze overgaan op actie: “Since the vocabulary of action is limited, as it were, to his body, he is bound to act violently, extending his vocabulary with a weapon where there should have been an adjective.

 

Verder spreekt Burt in zijn TED Talk over wat, naar mijn mening, het grootste bestaansrecht van de poëzie is: het versterkt het gevoel dat je leeft. Als je vrolijk bent, maakt ze je vrolijker. Als je verdrietig bent, maakt ze je verdrietiger. Met poëzie kun je herinneringen ophalen, maar ze kan je ook de dood laten accepteren. Voor mij is poëzie troost en sfeer, maar ook de bewondering voor het oproepen daarvan en het spelen met taal. Ik houd ervan dat je een gedicht vaak een paar keer moet lezen om dat spel te ontrafelen.

Wellicht vind je dat Brodsky het een en ander te dik aanzet. Dat ben ik met je eens, maar dat is nu eenmaal wat poëten doen. Echter, zij zullen nooit de waarheid verloochenen. Om ons te uiten, moeten we geen geweld gebruiken, maar woorden. Poëzie kan ons helpen deze woorden te vinden en is in staat ons te verbinden. Daarnaast moet je haar niet als iets moeilijks zien, maar als iets moois; geniet van het spel met taal en de verbinding van wijsheid en gevoel. En als je een gedicht niet helemaal begrijpt, vóél het dan.